Administratief bijblad/notitiedocument betreffende marktwezen.
Origineel
Administratief bijblad/notitiedocument betreffende marktwezen. [Linksboven - voorgedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/97/1 1940
DOORGEZONDEN: 23/12-140 [’40]
[Rechtsboven - handgeschreven]
W. v.d. Horst
pl 1010 Lindengracht
" 240 Westerstraat
[Hoofdtekst - handgeschreven]
Aan W. v.d. Horst kan m.i. worden toegestaan om gedurende drie maanden zijn plaatsen op de markten Lindengracht en Westerstraat niet in te nemen. v.d. Horst moet echter zorg dragen, dat het ook tijdens zijn afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks wordt betaald.
[Rechtsmidden - handgeschreven aantekening]
J.H. Wolff
advies
27-12-’40
de Haan
[Linksonder - handgeschreven datering]
2-1-’41
de Haan
[Rechtsonder - omkaderde handgeschreven tekst]
Tegen dit verzoek om eenige tijd uitstel is mi geen bezwaar.
7/1/41 [Paraaf]
[Stempel/kenmerk in rood]
20/97/2 M
[Linksonder - voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek van een marktkramer, de heer W. v.d. Horst. Hij vraagt toestemming om gedurende drie maanden zijn vaste staanplaatsen op de Lindengracht (plaats 1010) en de Westerstraat (plaats 240) in Amsterdam niet te bezetten.
De administratieve gang van zaken is duidelijk zichtbaar:
1. 23 december 1940: Het dossier wordt doorgezonden.
2. 27 december 1940: J.H. Wolff geeft een positief advies voor het verlof.
3. Januari 1941: De definitieve goedkeuring vindt plaats, waarbij expliciet de voorwaarde wordt gesteld dat het wekelijkse marktgeld doorbetaald moet worden om de rechten op de staanplaatsen te behouden.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("m.i." voor mijns inziens, "eenige tijd uitstel"). Het document dateert uit de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). De markten in de Jordaan (Lindengracht en Westerstraat) waren cruciaal voor de voedselvoorziening in Amsterdam.
Het feit dat een marktkramer drie maanden afwezig wil zijn, maar wel bereid is het marktgeld door te betalen, wijst erop dat hij zijn vaste plek (zijn nering) voor de lange termijn veilig wil stellen. Redenen voor dergelijke verzoeken waren in die tijd vaak ziekte, schaarste aan goederen om te verkopen, of tewerkstelling elders. De bureaucratische nauwkeurigheid laat zien dat het gemeentelijk apparaat in de beginfase van de oorlog nog vrijwel ongewijzigd volgens de bestaande regels en modellen (Model No. 14 uit 1937) functioneerde. J.H. Wolff M. No W. v.d. Horst Marktwezen