Ambtelijke brief/nota
Origineel
Ambtelijke brief/nota 11 juli 1939 Onbekend ambtelijk hoofd (mogelijk van de marktdienst). In de rechterbovenhoek staan handgeschreven parafen/namen: M. Sixma, M. Müller, M. de Laer en de code vP/G. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. (Rechtsboven handgeschreven:)
M. Sixma
M. Müller
M. de Laer
vP/G.
(Linksboven:)
30/28/4 M (Handgeschreven:) Verzonden 13/7
(Rechtsmidden:)
11 Juli 1939
Verplaatsing kantoortje
marktpersoneel Waterlooplein.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat van myn Ambtgenoot voor de Publieke Werken bericht is ontvangen, dat het houten gebouwtje van het marktpersoneel op het Waterlooplein moet verdwynen, in verband met de plannen tot voltooing van den zoogenaamden binnenring. Dezerzyds is daarop nagegaan, waar het bedoelde kantoortje het beste kan worden gevestigd. Hierby kwamen drie mogelykheden ter sprake namelyk: a) vestiging in een voormalig schoolgebouw aan de Zwanenburgerstraat 27; b) verplaatsing van het huidige gebouwtje naar een ander punt van het Waterlooplein; c) stichting van een nieuw gebouwtje op een ander punt van het Waterlooplein.
By de beoordeeling van deze drie plannen dient te worden rekening gehouden met het feit, dat het bedoelde kantoortje in den regel bestemd is voor drie - en somtyds voor vier - ambtenaren, namelyk het personeel dienstdoende op de markten Waterlooplein, Zwanenburgwal, Nieuwmarkt en Dapperstraat; de volledige administratie van deze markten, benevens van de Zondagsmarkt Uilenburg, wordt in het kantoortje bewaard en daar door het marktpersoneel bygehouden op de tydstippen, waarop dit personeel niet voor contrôle op de markt behoeft te zyn. Bovendien wordt in dit kantoor dagelyks standplaatsgeld geïnd.
Het is op grond van het vorenstaande duidelyk, dat het bedoelde kantoortje by voorkeur op de markt Waterlooplein
(Document breekt hier af) Dit document is een ambtelijke correspondentie binnen de gemeente Amsterdam uit de zomer van 1939. Het centrale probleem is de noodzakelijke verwijdering van een houten directieketet/kantoor op het Waterlooplein vanwege infrastructurele aanpassingen (de "binnenring").
De brief is zeer feitelijk en functioneel van aard. De schrijver legt de logistieke en administratieve noodzaak van het kantoortje uit:
1. Operationele basis: Het dient als uitvalsbasis voor drie tot vier marktmeesters/controleurs.
2. Regionale functie: Hoewel het op het Waterlooplein staat, beheert dit kantoor de administratie voor vijf verschillende markten in de stad (Waterlooplein, Zwanenburgwal, Nieuwmarkt, Dapperstraat en Uilenburg).
3. Financiële functie: Het is de plek waar marktkooplieden dagelijks hun standplaatsgeld betalen.
Er worden drie scenario's geschetst (hergebruik leegstaande school, verplaatsing van de bestaande bouw, of nieuwbouw), waarbij de schrijver duidelijk aanstuurt op een locatie die op of zeer nabij het Waterlooplein blijft. Historische context: De datum, juli 1939, is saillant. Het is slechts twee maanden voordat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. De bureaucratie van Amsterdam functioneert hier nog op volle toeren volgens de normale procedures van voor de bezetting.
Stedenbouwkundige context: De "binnenring" waarover gesproken wordt, maakt deel uit van de grootschalige sanerings- en verkeersplannen voor de Amsterdamse binnenstad in de jaren '30. Dit leidde tot grote veranderingen in de oude Joodse buurt (Jodenbuurt).
Sociaal-economische context: De genoemde markten (vooral Waterlooplein, Zwanenburgwal en Uilenburg) vormden het hart van de economische activiteit in de Jodenbuurt. De "Zondagsmarkt Uilenburg" was specifiek een Joodse markt, die op zondag mocht plaatsvinden omdat de kooplieden op zaterdag (sabbat) hun nering niet mochten drijven. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse, ambtelijke beheersing van dit unieke sociaal-economische ecosysteem vlak voordat dit door de oorlog vernietigd zou worden.