Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 18
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt afschrift van een officiële brief.

1 oktober 1940. Van: De Wethouder voor de Publieke Werken (W.G. Boissevain). Aan: Den Heer Wethouder voor de Financiën (Amsterdam).

Origineel

Getypt afschrift van een officiële brief. 1 oktober 1940. De Wethouder voor de Publieke Werken (W.G. Boissevain). Den Heer Wethouder voor de Financiën (Amsterdam). No.30/69/1 M.1940 afschrift.
No.1275/619 Fin1940.
Gemeente Amsterdam.
No.653 P.W.1940. Amsterdam, 1 October 1940.

        Bij dezen heb ik de eer U toe te zenden het dossier betreffende

het voltooien van den binnenring - het aanleggen van het gedeelte tus-
schen de Blauwbrug en de Prins Hendrikkade - met beleefd verzoek omtrent
deze zaak Uw advies te mogen ontvangen.
Persoonlijk ben ik van oordeel, dat voor de uitvoering van het
thans voorgelegde plan een krediet aan den Raad moet worden gevraagd,
aangezien het hier betreft een onderdeel van een reeds in uitvoering zijnd
belangrijk werk, dat niet aan zijn doel beantwoordt, wanneer dit onder-
deel ontbreekt.
Ik moge er op wijzen, dat het vragen van een krediet impliceert
het doorzetten van de onteigening van de voor het werk benodigde per-
ceelen aan de Lazarussteeg, de Markensteeg en de Foeliestraat, van welke
perceelen intusschen, zooals U bekend is, bereids een aantal in der minne
is aangekocht. Het totale bedrag van de biedingen, uitgebracht voor de
perceelen, waaromtrent nog geen overeenstemming kon worden bereikt,
bedraagt ƒ 245.595,-.
Verder zou een nieuwe onteigening moeten worden aanhangig gemaakt
voor de perceelen aan de Joden Houttuinen, teneinde den voorgestelden
omleidingsweg Muiderstraat-Marktenplein-Valkenburgerstraat tot stand te
kunnen brengen. De kosten van deze onteigening worden begroot op
ƒ 45.000,-.
Met het oog op den datum, waarop de vordering tot onteigening
van de eerstbedoelde perceelen uiterlijk moet zijn ingesteld - 12 Decem-
ber 1940 - zou ik het op prijs stellen, indien ik Uw advies op korten
termijn mocht tegemoetzien.

                                               De Wethouder voor de
                                                  Publieke Werken,
                                                  w.g. Boissevain.

Den Heer Wethouder
voor de Financiën. In deze brief verzoekt de wethouder Publieke Werken (W.G. Boissevain) zijn collega van Financiën om advies betreffende een kredietaanvraag voor de Amsterdamse "binnenring". Het document legt de nadruk op de noodzaak van onteigeningen om de verkeersdoorstroming tussen de Blauwbrug en de Prins Hendrikkade te verbeteren.

De kernpunten zijn:
1. Noodzaak van voltooiing: Boissevain stelt dat het lopende project nutteloos is als dit specifieke ontbrekende deel niet wordt aangelegd.
2. Financiële impact: Er wordt een bedrag van ƒ 245.595,- genoemd voor perceelen waarover nog geen minnelijke schikking is getroffen, plus ƒ 45.000,- voor nieuwe onteigeningen bij de Joden Houttuinen.
3. Urgentie: Er is een juridische deadline (12 december 1940) voor het instellen van de onteigeningsvorderingen, waardoor spoed geboden is bij het advies van Financiën. Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief een strikt ambtelijk en infrastructureel karakter heeft, is de geografische context wrang: de genoemde straten (Lazarussteeg, Markensteeg, Foeliestraat, Joden Houttuinen) vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.

De plannen voor de "doorbraak" en de aanleg van een brede verkeersas (de huidige route via de Valkenburgerstraat en de IJtunnel-toegang) bestonden al voor de oorlog, maar werden tijdens de bezetting en in de decennia daarna voortgezet. De grootschalige onteigening en latere sloop van deze buurt hebben het stadsgezicht in dit deel van Amsterdam blijvend veranderd. Wethouder Walrave Boissevain bleef in de eerste oorlogsjaren aan, totdat de bezetter de gemeenteraad ontbond en het bestuur volledig gelijkschakelde.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de wethouder Publieke Werken (W.G. Boissevain) zijn collega van Financiën om advies betreffende een kredietaanvraag voor de Amsterdamse "binnenring". Het document legt de nadruk op de noodzaak van onteigeningen om de verkeersdoorstroming tussen de Blauwbrug en de Prins Hendrikkade te verbeteren.

De kernpunten zijn:
1. Noodzaak van voltooiing: Boissevain stelt dat het lopende project nutteloos is als dit specifieke ontbrekende deel niet wordt aangelegd.
2. Financiële impact: Er wordt een bedrag van ƒ 245.595,- genoemd voor perceelen waarover nog geen minnelijke schikking is getroffen, plus ƒ 45.000,- voor nieuwe onteigeningen bij de Joden Houttuinen.
3. Urgentie: Er is een juridische deadline (12 december 1940) voor het instellen van de onteigeningsvorderingen, waardoor spoed geboden is bij het advies van Financiën.

Historische Context

Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief een strikt ambtelijk en infrastructureel karakter heeft, is de geografische context wrang: de genoemde straten (Lazarussteeg, Markensteeg, Foeliestraat, Joden Houttuinen) vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.

De plannen voor de "doorbraak" en de aanleg van een brede verkeersas (de huidige route via de Valkenburgerstraat en de IJtunnel-toegang) bestonden al voor de oorlog, maar werden tijdens de bezetting en in de decennia daarna voortgezet. De grootschalige onteigening en latere sloop van deze buurt hebben het stadsgezicht in dit deel van Amsterdam blijvend veranderd. Wethouder Walrave Boissevain bleef in de eerste oorlogsjaren aan, totdat de bezetter de gemeenteraad ontbond en het bestuur volledig gelijkschakelde.

Gerelateerde Documenten 3