Notulen (vergaderverslag).
Origineel
Notulen (vergaderverslag). Woensdag 9 oktober 1940. Notulen van de vergadering tot oprichting van een proeftuin,
op Woensdag 9 October 1940, in Krasnapolsky te Amsterdam.
De voorzitter, de heer J.P. Nijssen, opent om 15.15 uur de
vergadering. Van de op 26 October 1939 ingestelde Kleine Commissie
zijn aanwezig de heeren:
J.P. Nijssen, voorzitter,
Ir. G.W. van der Helm, secretaris,
N.J. Dinkgreve, lid,
J.P. Vrakking, lid,
N. Zandbergen, lid.
De heer van Zwieten heeft bericht van verhindering gezonden.
Voorts zijn in de vergadering aanwezig,
van de Gecombineerde Tuindersorganisatie te Amsterdam de heeren:
Bernard, Bol, Holla, Roose, Schreurs en Zijderveld,
van de beide veilingen te Beverwijk de heeren:
de Groot, Muyen, Strik en Tervoort,
van de veiling te Haarlem de heeren:
Koelemeyer en Kol,
van de veiling te Hilversum de heeren:
Bos, Gortzak, Kempers en Otten,
van de veiling te Roelofarendsveen de heeren:
Bakker, de Jong, van der Meer en Turk,
van de veiling te Rijnsburg de heeren:
van Egmond en Kromhout,
van de veiling te Ter Aar de heeren:
Hölscher, van der Hoorn en Straten,
van de veiling te Vinkeveen de heeren:
Kolenberg en van Zenten.
Verder waren als genooddigden aanwezig:
van het Gemeente Energie Bedrijf te Amsterdam der heer Ir. Hanson,
van het Marktwezen te Amsterdam de heeren Dr. van der Laan en Sixma.
Opening door den voorzitter.
De voorzitter. Ongeveer een jaar geleden is op de algemeene verga-
dering een eventueele oprichting van een proeftuin, met hieraan
verbonden een school en een laboratorium, besproken. Over de nood-
zakelijkheid hiervan was volkomen overeenstemming. Er bestond
echter meeningsverschil over de plaats, welke hiervoor het meest
geschikt zou zijn. Daarop werd een commissie in het leven geroepen,
bestaande uit zes personen, waarvan vijf ieder een gewest vertegen-
woordigden, terwijl Ir. van der Helm, Rijkstuinbouwconsulent, als
secretaris zou optreden.
De bedoeling van deze commissie was niet het stichten van een
proeftuin, maar te trachten overeenstemming te bereiken, waar deze
niet bestond. Haar opdracht bestond dus uit het zoeken naar de
meest geschikte plaats. Deze taak was niet gemakkelijk. Toch meent
de commissie hierin een goede oplossing gevonden te hebben.
De voorzitter verzoekt dan den heer Ir. van der Helm verslag
uit te willen brengen van de werkzaamheden der commissie.
Verslag van de werkzaamheden van de commissie.
De secretaris, Ir. G.W. van der Helm, zegt na een korte inleiding
het volgende.
Bij de bestudeering------- * Doel van de vergadering: Het document verslaat het begin van een bijeenkomst waarin de resultaten van een commissie worden gepresenteerd die onderzoek deed naar de locatie van een nieuwe proeftuin, inclusief school en laboratorium.
* Brede vertegenwoordiging: De lijst met aanwezigen toont een sterke regionale betrokkenheid. Veilingen uit Noord-Holland (Amsterdam, Beverwijk, Haarlem, Hilversum) en Zuid-Holland (Roelofarendsveen, Rijnsburg, Ter Aar) zijn vertegenwoordigd. Dit wijst op een grootschalig samenwerkingsverband binnen de tuinbouwsector.
* Rol van de overheid: De aanwezigheid van de Rijkstuinbouwconsulent (Ir. van der Helm) als secretaris en vertegenwoordigers van Amsterdamse gemeentelijke diensten (GEB en Marktwezen) onderstreept het publiek-private karakter en het economische belang van het project.
* Besluitvormingsproces: De voorzitter schetst de geschiedenis: de noodzaak was al erkend, maar over de locatie was discussie. De 'Kleine Commissie' had als specifieke taak om hierover consensus te bereiken. Dit document stamt uit oktober 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gingen de civiele en economische organisaties in eerste instantie door met hun plannen voor sectorverbetering. De tuinbouw was een cruciale pijler van de Nederlandse economie en voedselvoorziening.
Het plan voor een centrale proeftuin met onderzoeksfaciliteiten past in de trend van professionalisering en wetenschappelijke onderbouwing van de land- en tuinbouw in de eerste helft van de 20e eeuw. De genoemde veilingen zijn nog steeds bekende namen in de geschiedenis van de Nederlandse sierteelt en groenteteelt. De locatie van de vergadering, Hotel Krasnapolsky, was destijds (en is nog steeds) een prestigieuze ontmoetingsplek voor belangrijke zakelijke bijeenkomsten in Amsterdam. Onder meer J.P. Nijssen (voorzitter) Ir. G.W. van der Helm (secretaris en Rijkstuinbouwconsulent) en vertegenwoordigers van diverse veilingen en tuinbouworganisaties.