Archief 745
Inventaris 745-331
Pagina 205
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke brief / Rapportage

7 december 1940 Van: Waarschijnlijk W. Stam (gezien de signatuur)

Origineel

Zakelijke brief / Rapportage 7 december 1940 Waarschijnlijk W. Stam (gezien de signatuur) Amsterdam 7 Dec^br 1940

WelEdlHeer
A. W. de Waer

Donderdag 5 Dec^br j.l. is
Gerrer alhier aan de markt ge-
weest met een partij Voorn-baars-
brasem - snoek en snoekbaars.
Deze visch is ons per spoor toe ge-
zonden en des morgens vroeg door
ons personeel afgehaald.
Direct zijn Peyra en Stegeman
begonnen met het afwegen van de
visch en in dien tijd was Gerrer
zelf ook per spoor aangekomen
en heeft zelf bij het afwegen
van de visch gestaan. Na het
afwegen van de visch zeide Gerrer,
dat er 8 pond snoekbaarsen 3 pond
baars te kort was. Peyra heeft hem
aangetoond, dat er niet meer was.
en dat hij het zelf heeft gezien,
dan zal de visch zeker onder de
reis weggeraakt zijn. Tevens meldt
ik U, dat Gerrer zijn visch altijd
in open kisten verzend, wat
natuurlijk in dezen tijd zeer ge-
vaarlijk is en dan zouden wij de
schuld krijgen. Verder deel ik u
mede, dat wij hier verder niets
aan kunnen doen. -

Hoogachtend
[Signatuur: W. Stam] De brief betreft een zakelijk geschil over de levering van vis op de Amsterdamse markt. Een zekere Gerrer beklaagt zich over een tekort van 8 pond snoekbaars en 3 pond baars. De schrijver van de brief verdedigt zijn personeel (Peyra en Stegeman) door te stellen dat Gerrer zelf aanwezig was bij het wegen en met eigen ogen heeft kunnen zien dat er niet meer vis aanwezig was bij aankomst.

De kern van het verweer is tweeledig:
1. Het tekort moet zijn ontstaan tijdens het transport ("onder de reis weggeraakt").
2. De verzendwijze van Gerrer is nalatig: hij verstuurt de vis in open kisten.

De schrijfstijl is zakelijk en licht defensief, bedoeld om eventuele claims of beschuldigingen van diefstal door het eigen personeel direct te ontkrachten. De brief is gedateerd op 7 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit werpt een bijzonder licht op de zinsnede dat het verzenden in open kisten "in dezen tijd zeer gevaarlijk is". Door de oorlogssituatie was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiemaatregelen. Diefstal uit goederentreinen en van stationsperrons kwam in deze periode veelvuldig voor. Het open laten van kisten met waardevol voedsel zoals vis was in die context een groot risico, waar de schrijver Gerrer dan ook verantwoordelijk voor houdt.

Samenvatting

De brief betreft een zakelijk geschil over de levering van vis op de Amsterdamse markt. Een zekere Gerrer beklaagt zich over een tekort van 8 pond snoekbaars en 3 pond baars. De schrijver van de brief verdedigt zijn personeel (Peyra en Stegeman) door te stellen dat Gerrer zelf aanwezig was bij het wegen en met eigen ogen heeft kunnen zien dat er niet meer vis aanwezig was bij aankomst.

De kern van het verweer is tweeledig:
1. Het tekort moet zijn ontstaan tijdens het transport ("onder de reis weggeraakt").
2. De verzendwijze van Gerrer is nalatig: hij verstuurt de vis in open kisten.

De schrijfstijl is zakelijk en licht defensief, bedoeld om eventuele claims of beschuldigingen van diefstal door het eigen personeel direct te ontkrachten.

Historische Context

De brief is gedateerd op 7 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit werpt een bijzonder licht op de zinsnede dat het verzenden in open kisten "in dezen tijd zeer gevaarlijk is". Door de oorlogssituatie was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiemaatregelen. Diefstal uit goederentreinen en van stationsperrons kwam in deze periode veelvuldig voor. Het open laten van kisten met waardevol voedsel zoals vis was in die context een groot risico, waar de schrijver Gerrer dan ook verantwoordelijk voor houdt.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 2