Ambtelijke rapportage / Brief
Origineel
Ambtelijke rapportage / Brief 16 december 1940 Klacht over J. Kluit.
Bijlagen: 2, waarvan 1 advertentie uit de Noord-Amsterdammer.
A’dam, 16/12 1940
W.C.M. 72/47/217
18/12/40 [stempel]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 25 November jl. om advies ontvangen stuk no. 1042 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat bij een desnavolgend ingesteld onderzoek het volgende is gebleken.
In perceel Buiksloterdijk 132 is gevestigd een rijwielzaak van J. Kluit, geb. 29-11-1903, woonachtig Beijerlandstr. 9 hs. In eerstgenoemd perceel wordt tevens een opkoopersbedrijf van gebruikte goederen gedragen kleeding uitgeoefend. Kluit is in het bezit van een opkoopersregister, als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht. Overigens is voor het uitoefenen van het opkoopersbedrijf in huizen geen vergunning van B. en W. noodig.
Het is niet gebleken, dat Kluit het beroep van opkooper op den openbaren weg uitoefent.
In perceel Verlaatstraat 2 drijven vader en zoon Maurits een lompensorteerderij; zij koopen daar tevens lompen e.d. op. Maurits sr. Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar of inspecteur naar aanleiding van een klacht over J. Kluit. De kernpunten zijn:
1. Bedrijfsactiviteiten: Kluit exploiteert een rijwielzaak aan de Buiksloterdijk 132, maar handelt daarnaast in tweedehands kleding (opkoper).
2. Legaliteit: Er is gecontroleerd of de betrokkene voldoet aan artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht, dat opkopers verplicht een register bij te houden (ter voorkoming van heling). De inspecteur stelt vast dat Kluit dit register bezit.
3. Vergunningen: Er wordt geconstateerd dat voor handel in een pand (in huizen) geen aanvullende vergunning van Burgemeester en Wethouders (B&W) nodig is, zolang de handel niet op de openbare weg plaatsvindt.
4. Referentie: Er wordt zijdelings melding gemaakt van een ander bedrijf (Maurits) in de nabijgelegen Verlaatstraat dat in lompen handelt. Dit document stamt uit december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was er sprake van toenemende regulering van de handel in goederen. Het toezicht op opkopers was streng, niet alleen vanwege de preventie van diefstal en heling (conform Art. 437 WvS), maar ook om de zwarte handel en de distributie van schaarse materialen zoals textiel en metalen te beheersen. De vermelding van de "Noord-Amsterdammer" en locaties zoals de Buiksloterdijk plaatst de casus specifiek in Amsterdam-Noord. De bureaucratische taal ("heb ik de eer U te berichten") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.