Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 322
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel schrijven / strafbericht.

1 mei 1940.

Origineel

Officieel schrijven / strafbericht. 1 mei 1940. Den Heer J. Bruinsma

Mij is gerapporteerd, dat U op Dins-
dag 30 April j.l op Uw plaats in de hal
der Centrale Markt aardappelen heeft ver-
kocht, hetgeen U krachtens artikel 19
van het Reglement op de Centrale Markt is
verboden. In verband met dit feit heb ik U [voorwaardelijk - ingevoegd boven de regel]
gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die
markt voor den tijd van één dag, welke straf ten uitvoer
zal worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na
dato dezer andermaal aan een [~~onbehoorlijke~~ - doorgehaald] laakbare handeling op de Centrale
Markt schuldig maakt. 1-5-'40 amp. Het document is een officiële berisping gericht aan een marktkoopman, de heer J. Bruinsma. Hij wordt ervan beschuldigd op 30 april 1940 aardappelen te hebben verkocht op een plek waar dit volgens het marktreglement (artikel 19) niet toegestaan was.

De sanctie die wordt opgelegd is de ontzegging van de toegang tot de markt voor de duur van één dag. Deze straf is echter voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De tekst toont sporen van redactie tijdens het schrijven: de term "onbehoorlijke" is vervangen door de juridisch zwaardere of specifiekere term "laakbare handeling", en het woord "voorwaardelijk" is later toegevoegd om de aard van de straf te preciseren. De datum van het schrijven, 1 mei 1940, is historisch saillant; het is exact negen dagen voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van mobilisatie en dreigende schaarste was de handhaving van regels op de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) van groot belang voor de voedseldistributie en openbare orde. De Centrale Markt fungeerde als de belangrijkste doorvoerhaven voor groenten en fruit voor de hoofdstad en omstreken. Dergelijke disciplinaire maatregelen waren bedoeld om de marktordening strak te reguleren.

Samenvatting

Het document is een officiële berisping gericht aan een marktkoopman, de heer J. Bruinsma. Hij wordt ervan beschuldigd op 30 april 1940 aardappelen te hebben verkocht op een plek waar dit volgens het marktreglement (artikel 19) niet toegestaan was.

De sanctie die wordt opgelegd is de ontzegging van de toegang tot de markt voor de duur van één dag. Deze straf is echter voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. De tekst toont sporen van redactie tijdens het schrijven: de term "onbehoorlijke" is vervangen door de juridisch zwaardere of specifiekere term "laakbare handeling", en het woord "voorwaardelijk" is later toegevoegd om de aard van de straf te preciseren.

Historische Context

De datum van het schrijven, 1 mei 1940, is historisch saillant; het is exact negen dagen voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van mobilisatie en dreigende schaarste was de handhaving van regels op de Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) van groot belang voor de voedseldistributie en openbare orde. De Centrale Markt fungeerde als de belangrijkste doorvoerhaven voor groenten en fruit voor de hoofdstad en omstreken. Dergelijke disciplinaire maatregelen waren bedoeld om de marktordening strak te reguleren.

Gerelateerde Documenten 4