Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 255
Dossier 26
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbericht / Adviesrapport betreffende marktvergunningen.

24 mei 1941 (verwijst naar een schrijven van 4 april 1941). Van: E. Korthoef (waarschijnlijk een ambtenaar bij de Maatschappelijke Steun of een aanverwante sociale dienst in Amsterdam).

Origineel

Ambtsbericht / Adviesrapport betreffende marktvergunningen. 24 mei 1941 (verwijst naar een schrijven van 4 april 1941). E. Korthoef (waarschijnlijk een ambtenaar bij de Maatschappelijke Steun of een aanverwante sociale dienst in Amsterdam). Nº 373 M.S. 1941 24/5
BETREFFENDE: verzoek om advies over het al dan niet intrekken van Marktvergunningen.
(Schrijven van den Directeur van het Marktwezen dd. 4 April 1941. No. 389.L.M. - 17/2/5.M.)


193.500 W. Meconi, da Costastraat 72.II. [vinkje] (visch)
167.095 M. van Velzen, Waterlooplein 83.II. [vinkje] (haring)
181.002 F. Wiedeman, Molukkenstraat 56.I. [vinkje] (haring)
194.660 W.A.v. Komen, ten Katestraat 15.III. [omcirkeld, vinkje] (haring)
195.531 Wed. M. de Niet-Plugge, Commelinstraat 95.II. (haring)

[Marginale notities bij deze groep:]
geprolongeerd [vinkje]
V. Komen m.i.v. 2-2-'41 afgevoerd (verhuis naar Utrecht)
accoord

Bovenvermelde personen staan dezerzijds als bonafide kooplieden bekend. Door den geheel of grootendeels gestagneerden aanvoer kunnen zij geen handel bekomen en dus hun standplaatsen niet innemen. Het geheel intrekken hunner vergunningen zou voor hen in de toekomst tengevolge kunnen hebben, dat zij bij normalen aanvoer toch (evenals nu het geval is) armlastig moesten blijven. Aan den anderen kant is niet te voorzien, wanneer zij weer in staat zullen zijn hun handel te hervatten. Het komt mij voor, dat tegen een tijdelijke beschikbaarstelling van de marktplaatsen dezer kooplieden geen bezwaar bestaat, zoodra zich evenwel de toestand voor hen gunstiger ontwikkelt, dienen zij m.i. weer in de gelegenheid gesteld te worden hun plaatsen in te nemen.

159.326 W. Sterkenburg, Palmstraat 26.I. (gerookte visch).

[Marginale notitie bij Sterkenburg:]
Contr. Weekstaten 12/5 '41 afgevoerd
accoord

Man was nageljongen en fabrieksarbeider tot hij 22 jaar was. In 1936 ging hij op de markt handelen in gerookte visch, moest vrij spoedig in steun worden opgenomen en is sedert dien vrij geregeld dezerzijds geholpen (in deze periode 3½ jaar gesteund) Hij is nogal eens in een palingrookerij werkzaam. Tegen intrekking van zijn marktplaats bestaat dezerzijds geen bezwaar.

80.618 Abr. Hagenaar, Tugelaweg 108 hs. (fruit).
44.610 G.A. Mol, Vrolikstraat 189.III. (fruit).
75.129 J. Jacobs, Joden Houttuinen 8.II. (fruit).

[Marginale notitie bij deze groep:]
geprolongeerd
Gevolg? zie hierboven
mol m.i.v. 17-7-41 afgevoerd

Hagenaar, Mol en Jacobs zijn reeds jaren als fruitkooplieden bekend en slagen er in de regel wel in hun boterham te verdienen. Doordat zij niet in staat zijn voor hen verhandelbaar fruit te koopen, worden zij thans gesteund. Indien hierin voor hen een gunstige wending komt, zij zijn zeker in staat te achten zich op hun marktplaats een bestaan te verschaffen. Het lijkt mij niet gewenscht hun marktvergunningen in te trekken.

  • E. Korthoef -

--- Het document is een beleidsadvies uit de vroege bezettingsjaren (mei 1941) waarin de sociale dienst van Amsterdam adviseert over het lot van marktkooplieden. Door de oorlog is de aanvoer van goederen (vis en fruit) nagenoeg stilgevallen, waardoor veel kleine zelfstandigen hun inkomen hebben verloren en afhankelijk zijn geworden van "de steun".

De ambtenaar maakt een duidelijk onderscheid tussen drie groepen:
1. De "Bonafide" vakmensen: Mensen die normaal gesproken prima in hun eigen onderhoud voorzien. Korthoef adviseert hun vergunningen niet definitief in te trekken, maar de plaatsen tijdelijk beschikbaar te stellen aan anderen, zodat deze vakmensen hun beroep weer kunnen oppakken zodra de aanvoer herstelt.
2. De "Structurele steuntrekker": In het geval van W. Sterkenburg is het advies hard. Omdat hij ook vóór de grote crisis al vaak steun nodig had en "slechts" 3,5 jaar als marktkoopman werkte, wordt hij niet als levensvatbare ondernemer gezien. Zijn vergunning mag worden ingetrokken.
3. De Fruitkooplieden: Hoewel zij momenteel ook steun trekken, worden zij als ervaren krachten gezien die bij een betere economische situatie weer voor zichzelf kunnen zorgen.

Opvallende details:
* De handgeschreven aantekeningen ("afgevoerd") tonen de administratieve verwerking: sommigen zijn verhuisd, anderen zijn van de lijst geschrapt omdat ze blijkbaar niet meer aan de voorwaarden voldeden.
* Locaties zoals de Joden Houttuinen en de Tugelaweg wijzen op marktkooplieden uit wijken die tijdens de bezetting zwaar getroffen zouden worden door de Jodenvervolging, hoewel de namen op deze specifieke lijst (zoals Hagenaar en Jacobs) zowel Joods als niet-Joods kunnen zijn.

--- Dit document weerspiegelt de bureaucratische realiteit van Amsterdam in 1941. De stad probeerde te balanceren tussen de zorgplicht voor haar burgers (steunverlening) en het efficiënt beheren van schaarse economische middelen (marktplaatsen).

De vermelding van de stagnatie in aanvoer is tekenend voor de vroege oorlogsjaren, waarin de distributie van voedsel steeds moeizamer verliep door vorderingen van de bezetter en de blokkades op zee (relevant voor de vis- en fruithandel). Het document laat ook zien hoe de overheid destijds oordeelde over "waardige" versus "onwaardige" zelfstandigen: wie bewezen had een eigen boterham te kunnen verdienen kreeg respijt; wie al voor de oorlog "armlastig" was, werd sneller gesaneerd.

Samenvatting

Het document is een beleidsadvies uit de vroege bezettingsjaren (mei 1941) waarin de sociale dienst van Amsterdam adviseert over het lot van marktkooplieden. Door de oorlog is de aanvoer van goederen (vis en fruit) nagenoeg stilgevallen, waardoor veel kleine zelfstandigen hun inkomen hebben verloren en afhankelijk zijn geworden van "de steun".

De ambtenaar maakt een duidelijk onderscheid tussen drie groepen:
1. De "Bonafide" vakmensen: Mensen die normaal gesproken prima in hun eigen onderhoud voorzien. Korthoef adviseert hun vergunningen niet definitief in te trekken, maar de plaatsen tijdelijk beschikbaar te stellen aan anderen, zodat deze vakmensen hun beroep weer kunnen oppakken zodra de aanvoer herstelt.
2. De "Structurele steuntrekker": In het geval van W. Sterkenburg is het advies hard. Omdat hij ook vóór de grote crisis al vaak steun nodig had en "slechts" 3,5 jaar als marktkoopman werkte, wordt hij niet als levensvatbare ondernemer gezien. Zijn vergunning mag worden ingetrokken.
3. De Fruitkooplieden: Hoewel zij momenteel ook steun trekken, worden zij als ervaren krachten gezien die bij een betere economische situatie weer voor zichzelf kunnen zorgen.

Opvallende details:
* De handgeschreven aantekeningen ("afgevoerd") tonen de administratieve verwerking: sommigen zijn verhuisd, anderen zijn van de lijst geschrapt omdat ze blijkbaar niet meer aan de voorwaarden voldeden.
* Locaties zoals de Joden Houttuinen en de Tugelaweg wijzen op marktkooplieden uit wijken die tijdens de bezetting zwaar getroffen zouden worden door de Jodenvervolging, hoewel de namen op deze specifieke lijst (zoals Hagenaar en Jacobs) zowel Joods als niet-Joods kunnen zijn.


Historische Context

Dit document weerspiegelt de bureaucratische realiteit van Amsterdam in 1941. De stad probeerde te balanceren tussen de zorgplicht voor haar burgers (steunverlening) en het efficiënt beheren van schaarse economische middelen (marktplaatsen).

De vermelding van de stagnatie in aanvoer is tekenend voor de vroege oorlogsjaren, waarin de distributie van voedsel steeds moeizamer verliep door vorderingen van de bezetter en de blokkades op zee (relevant voor de vis- en fruithandel). Het document laat ook zien hoe de overheid destijds oordeelde over "waardige" versus "onwaardige" zelfstandigen: wie bewezen had een eigen boterham te kunnen verdienen kreeg respijt; wie al voor de oorlog "armlastig" was, werd sneller gesaneerd.

Gerelateerde Documenten 1