Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 579
Dossier 83
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt ambtelijk advies (afschrift).

28 juni 1941. Van: De Hoofdcommissaris van Politie (namens deze: H. Holsbergen).

Origineel

Getypt ambtelijk advies (afschrift). 28 juni 1941. De Hoofdcommissaris van Politie (namens deze: H. Holsbergen). No.18/4/23 M.1941 5/8 AFSCHRIFT.

Dict.Ga/J. No.5/84 L.M.1941.
Lr.S.No.8085/1941
Doss.U.l.b.
Groep B.

Adressant, Jacob Franschman, geboren te Amsterdam, 2 Juli 1907, venter, wonende te Amsterdam, Nieuwe Achtergracht 4 III, vraagt vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, met een hand-kar, ten verkoop van zuurwaren, op den openbaren weg, den rijweg van de Blasiusstraat, evenwijdig aan en tegen het verhoogde voet-pad vóór perceel Blasiusstraat 133, op ten minste 8 m. afstand van de Camperstraat, om daarvan dagelijks, met uitzondering van des Zaterdags, aanvangende te 3 uur des namiddags gebruik te maken gedurende de tijden, waarop het venten met genoemd artikel, volgens de Verordening op de Winkelsluiting, is toegestaan.

Ten aanzien van deze plaats moge ik verwijzen naar de stukken Lr.S. No.4144/1941 - 5/76 L.M.1941, betreffende een aanvraag van gelijke strekking, van I. Pots, (vergunning inmiddels verleend).

In verband hiermede adviseer ik tot afwijzing van bijgaand verzoek.

Bij een plaats op het Beukenplein, als bedoeld aan het slot van bijgaand advies van den wnd. Directeur van het Marktwezen, ver-klaarde adressant geen belang te hebben.

Volledigheidshalve zij nog vermeld, dat laatstelijk op een aanvraag van adressant, voor dezelfde plaats in de Blasiusstraat, betrekking had mijn advies No.8783 S.1937; deze aanvraag werd afgewezen onder No.5/433 L.M.1937, aan het slot waarvan hem werd medegedeeld, dat hem in het vervolg op verzoeken van gelijkluidenden of nagevoegd gelijkluidenden inhoud geen antwoord zal worden gegeven.

Amsterdam, 28 Juni 1941.

De Hoofdcommissaris van
Politie,
enz.

w.g. H.Holsbergen. Dit document is een ambtelijk advies van de Amsterdamse politie over een vergunningsaanvraag voor straathandel. Jacob Franschman, een venter in "zuurwaren" (augurken, uien, etc.), wil een vaste plek voor zijn handkar in de Blasiusstraat.

Het advies van de Hoofdcommissaris is negatief. De voornaamste redenen zijn:
1. Bezetting: De gevraagde plek is inmiddels al toegewezen aan een andere persoon (I. Pots).
2. Weigering alternatief: De aanvrager heeft een aangeboden alternatieve plek op het Beukenplein geweigerd.
3. Recidive in aanvragen: Franschman heeft in 1937 al eenzelfde verzoek ingediend dat werd afgewezen. Destijds was hem al formeel meegedeeld dat verdere gelijkluidende verzoeken niet meer in behandeling zouden worden genomen.

Het taalgebruik is typisch voor de toenmalige bureaucratie: formeel, afstandelijk en juridisch correct geformuleerd. Hoewel het document op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de historische context van juni 1941 cruciaal. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland.

  • Joodse achtergrond: Jacob Franschman was van Joodse afkomst. De handel in zuurwaren was een traditioneel beroep onder de Joodse bevolking in Amsterdam-Oost. Zijn woonadres (Nieuwe Achtergracht 4) lag midden in de Joodse buurt.
  • Uitsluiting: Vanaf 1941 werden de maatregelen tegen Joden steeds strenger. Hoewel de afwijzing hier is gebaseerd op administratieve gronden (de plek was al vergeven en er was een eerdere afwijzing uit 1937), paste de weigering in een breder patroon waarin Joodse Amsterdammers steeds vaker uit het economische en openbare leven werden geweerd.
  • Lot van de aanvrager: Jacob Franschman werd later tijdens de oorlog gedeporteerd. Uit archieven blijkt dat hij in 1943 in het vernietigingskamp Sobibor is vermoord. Dit geeft dit schijnbaar droge document een tragische lading: het toont de moeizame strijd om het dagelijks bestaan van een man die kort daarna door de bezetter zou worden weggevoerd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies van de Amsterdamse politie over een vergunningsaanvraag voor straathandel. Jacob Franschman, een venter in "zuurwaren" (augurken, uien, etc.), wil een vaste plek voor zijn handkar in de Blasiusstraat.

Het advies van de Hoofdcommissaris is negatief. De voornaamste redenen zijn:
1. Bezetting: De gevraagde plek is inmiddels al toegewezen aan een andere persoon (I. Pots).
2. Weigering alternatief: De aanvrager heeft een aangeboden alternatieve plek op het Beukenplein geweigerd.
3. Recidive in aanvragen: Franschman heeft in 1937 al eenzelfde verzoek ingediend dat werd afgewezen. Destijds was hem al formeel meegedeeld dat verdere gelijkluidende verzoeken niet meer in behandeling zouden worden genomen.

Het taalgebruik is typisch voor de toenmalige bureaucratie: formeel, afstandelijk en juridisch correct geformuleerd.

Historische Context

Hoewel het document op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de historische context van juni 1941 cruciaal. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland.

  • Joodse achtergrond: Jacob Franschman was van Joodse afkomst. De handel in zuurwaren was een traditioneel beroep onder de Joodse bevolking in Amsterdam-Oost. Zijn woonadres (Nieuwe Achtergracht 4) lag midden in de Joodse buurt.
  • Uitsluiting: Vanaf 1941 werden de maatregelen tegen Joden steeds strenger. Hoewel de afwijzing hier is gebaseerd op administratieve gronden (de plek was al vergeven en er was een eerdere afwijzing uit 1937), paste de weigering in een breder patroon waarin Joodse Amsterdammers steeds vaker uit het economische en openbare leven werden geweerd.
  • Lot van de aanvrager: Jacob Franschman werd later tijdens de oorlog gedeporteerd. Uit archieven blijkt dat hij in 1943 in het vernietigingskamp Sobibor is vermoord. Dit geeft dit schijnbaar droge document een tragische lading: het toont de moeizame strijd om het dagelijks bestaan van een man die kort daarna door de bezetter zou worden weggevoerd.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 1