Handgeschreven ambtelijke notitie met aanvullende aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie met aanvullende aantekeningen. Betreft data 5 en 6 december 1940; ontvangen op 21 augustus 1941. J. Franschman moet in verband met
zijn aanvraag voor een standplaats omgeving
Camperstraat, kunnen aantoonen waar hij
5 en 6 December 1940. l.l. was. Hij is op die
datums niet aangetroffen als venter welke een
een clandestiene standplaats innam in de Camper-
straat. Met spoed den Inspecteur van het
Marktwezen, Jan v. Galenstraat 17, hiervan in
kennis stellen.
[Ondertekend:]
De Ambtenaar
Marktwezen.
[Onderste deel, toegevoegd in ander handschrift:]
Fr. ontvangen op 21/8. 1941. ~~20/8. 41~~
is daar nooit weg geweest.
mogelijk, dat hij i.v.m. kouwe
juist op 5 en 6 Dec. niet is uitgegaan of dat hij
~~aan het inmaken was van zuurwaren~~
Alle kooplieden kunnen verklaren
dat hij steeds in Blasiusstr. en
Camperstr. heeft gewerkt. D Het document is een interne correspondentie van de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is de aanvraag van ene J. Franschman voor een officiële standplaats in de buurt van de Camperstraat. De ambtenaar stelt vast dat Franschman op 5 en 6 december 1940 niet is aangetroffen op die plek, terwijl hij daar toen vermoedelijk "clandestien" (zonder vergunning) zou hebben gestaan. Er wordt gevraagd om verantwoording van zijn verblijfplaats op die dagen.
In het onderste deel wordt een verweer gevoerd (mogelijk genoteerd door een andere ambtenaar na overleg met de aanvrager). Er wordt gesteld dat hij de buurt nooit heeft verlaten en dat zijn afwezigheid op die specifieke koude decemberdagen verklaard kan worden door het weer, of doordat hij bezig was met het "inmaken van zuurwaren" (deze laatste reden is doorgehaald). Er wordt verwezen naar andere kooplieden in de Blasiusstraat en Camperstraat die als getuigen kunnen optreden voor zijn constante aanwezigheid als venter in die buurt. Dit document dateert uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1941). De bureaucratische controle op straathandel en markten werd in deze periode aangescherpt. Voor Joodse marktkooplieden — de naam Franschman is een veelvoorkomende Amsterdamse Joodse familienaam — werd het verkrijgen en behouden van vergunningen steeds lastiger door de invoering van anti-Joodse maatregelen. Het onderzoek naar "clandestiene" handel en de eis om aanwezigheid op specifieke data aan te tonen, kan onderdeel zijn geweest van een proces om ongewenste venters uit het straatbeeld te weren of hun vergunningsaanvraag af te wijzen. De Camperstraat en Blasiusstraat liggen in de Oosterparkbuurt, een wijk die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. De Jan van Galenstraat 17 was het adres van het kantoor van de Centrale Markthallen. J. Franschman Marktwezen (Ambtenaar) Gemeente Amsterdam Marktwezen