Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 20 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer G. Broekman, Eemsstraat 34 hs, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven linksboven:]
Verzonden [onleesbare paraaf, mogelijk 20/1]
[Handgeschreven rechtsboven:]
Oude kaart
[Getypt rechtsboven:]
D/HG.
[Getypt midden boven:]
den Heer G. Broekman,
Eemsstraat 34 hs,
Amsterdam-Zuid.
[Getypt rechts:]
Wijk 22A.
[Getypt links:]
25/7/2 M.
[Getypt rechts:]
20 Januari 1941.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 Januari jl. verleen
ik U hierbij in verband met Uw gezondheidstoestand opnieuw uitstel
van Uw verplichting om Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat regel-
matig te bezetten en wel tot 1 Maart 1941. U dient er echter zorg
voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde
marktgeld regelmatig wekelijks aan den dienstdoenden marktambtenaar
wordt betaald.
[Getypt rechtsonder:]
De Directeur, De brief is een officiële mededeling van de Amsterdamse marktautoriteiten aan de heer G. Broekman. Het betreft een toekenning van verlenging van uitstel voor de verplichting om persoonlijk aanwezig te zijn op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat. De reden voor dit verzuim is de gezondheidstoestand van de heer Broekman.
Het uitstel wordt verleend tot 1 maart 1941. Er wordt echter expliciet bij vermeld dat de financiële verplichtingen blijven bestaan: het wekelijkse marktgeld moet ook tijdens zijn afwezigheid worden afgedragen aan de dienstdoende marktambtenaar. De handgeschreven aantekening "Verzonden" duidt erop dat dit document een kopie is die voor de administratie van de betreffende dienst is bewaard. Dit document stamt uit de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De bureaucratie van de gemeente Amsterdam functioneerde in deze periode grotendeels door volgens de bestaande regels. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek in het Amsterdamse stadsleven.
De locatie van de ontvanger, de Eemsstraat in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid), is historisch significant omdat dit een buurt was waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden. In januari 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter steeds stringenter (zoals de verplichte registratie van Joden die diezelfde maand begon). Hoewel de brief strikt zakelijk en medisch van aard lijkt, is de context van een Joodse marktkoopman in deze specifieke periode en wijk een belangrijk element voor historisch onderzoek naar de vervolging en de beperking van bewegingsvrijheid voor bepaalde groepen burgers. G. Broekman Gemeente Amsterdam Marktwezen