Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 16 juni 1941. De Directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen, gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Mw. F. Swart-Moritz, Louis Bothastraat 31 II, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven, blauw potlood:] extra
[Typewerk:]
HG.
Mw.F.Swart-Moritz,
Louis Bothastraat 31 II,
<u>Amsterdam-Oost.</u>
Wijk 20.
25/65/2 M. 16 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 9 Juni jl. deel ik
U mede, dat U zich voor het verkrijgen van een voorkeurskaart voor
de markt Albert Cuypstraat persoonlijk ten hoofdkantore van mijn
dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West, dient te vervoegen,
teneinde zich op de sollicitantenlijst voor bovengenoemden markt te
laten inschrijven.
De Directeur, De brief is een zakelijke reactie op een verzoek van mevrouw Swart-Moritz. Zij heeft blijkbaar per briefkaart gevraagd om een "voorkeurskaart" (een vergunning of prioriteitsbewijs) voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt. De directeur van de betreffende dienst wijst haar erop dat zij hiervoor fysiek aanwezig moet zijn op het hoofdkantoor in Amsterdam-West om zich op de sollicitantenlijst te laten plaatsen.
Opvallend is de nadruk op het woord "persoonlijk" (onderstreept), wat wijst op strikte administratieve procedures in die tijd. De afkorting "HG" rechtsboven staat mogelijk voor een administratieve classificatie of de initialen van een ambtenaar. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode is cruciaal voor de Joodse inwoners van Amsterdam. Frieda Swart-Moritz (geboren 1893) was van Joodse afkomst. In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds strenger; zij werden stelselmatig uit het economische leven verdrongen.
De Jan van Galenstraat 14 was het adres van de Centrale Markthallen en de Dienst van het Marktwezen. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Uit archiefonderzoek blijkt dat Frieda Swart-Moritz en haar gezin de Holocaust niet hebben overleefd; zij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit ogenschijnlijk banale bureaucratische schrijven vormt een puzzelstukje in het proces van registratie en regulering waar Joodse burgers in die tijd aan onderworpen waren, vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen. F. Swart Marktwezen