Ambtelijke brief/rapportage betreffende markttoezicht.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage betreffende markttoezicht. 7 juli 1941 (afgeleid uit de kantlijnnotities "7/7/41"). [Linksboven:]
Onderwerp:
Strafmaat koopman
G. Bloemenist
[Rechtsboven:]
27/142/3 II
W. l. h.
7/7/41 AB
[Hoofdtekst:]
Bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen, van een op 25 Juni j.l. door den marktopzichter W. Vrij aan mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat G. Bloemenist, wonende 3e Oosterparkstraat 73 II alhier, zich op 25 Juni j.l. op de markt aan de Ten Katestraat op zeer ernstige wijze heeft misdragen.
Tegen Bloemenist voornoemd hebben betrekking de Besluiten van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 Juni 1940 no. 578 L 17. 1940 en d.d. 18 October 1940 no. 52/7 L 17. 1940, waarbij hem straffen werden opgelegd, eveneens wegens wangedrag op de markt aan de Ten Katestraat en op de Centrale Markt. Bloemenist heeft zich herhaaldelijk ook aan allerlei andere overtredingen schuldig gemaakt, zooals blijkt uit een aan U gericht rapport no. 27/39/417 d.d. 15 Juni 1940. In verband met deze feiten acht ik het thans gewenscht aan het optreden van Bloemenist op de markten hier ter stede een einde te maken.
Onder mededeeling, dat ik hem ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten heb gestraft met ontzegging van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen gedurende de periode van 3 tot en met 16 juli a.s., heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van boven aangehaald artikel van het Reglement op de Markten, Bloemenist voornoemd door den Regeringscommissaris voor Amsterdam voor onbepaalden tijd wordt ontzegd van het recht, een plaats op een der markten hier ter stede te mogen innemen.
[Rechtsonder:]
J.D. [Initialen] Het document is een formeel verzoek van een Amsterdamse marktautoriteit (vermoedelijk de Directeur der Markten) aan de Regeringscommissaris. De kern van de zaak is de escalatie van strafmaatregelen tegen een specifieke koopman, G. Bloemenist.
De tekst volgt een logische juridische opbouw:
1. Directe aanleiding: Een nieuw incident op 25 juni 1941 op de Ten Katemarkt, gerapporteerd door opzichter W. Vrij.
2. Recidive: Er wordt verwezen naar eerdere sancties uit 1940 door het college van B&W, wat aantoont dat eerdere vermaningen en tijdelijke straffen geen effect hebben gehad.
3. Huidige sanctie: De opsteller heeft reeds een tijdelijke schorsing opgelegd van twee weken (3 t/m 16 juli 1941).
4. Verzoek tot zwaardere straf: Er wordt verzocht om een uitsluiting voor onbepaalde tijd. Dit is een zware administratieve maatregel die de beroepsuitoefening van de betrokkene effectief onmogelijk maakt.
Het handschrift is een vlot zakelijk cursiief uit het midden van de 20e eeuw, waarbij sommige woorden zijn doorgehaald en verbeterd (zoals bij de slotformulering over de ontzegging), wat duidt op een conceptversie of een zorgvuldig geformuleerd besluit. Dit document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bestuurlijke structuur van Amsterdam was in deze periode in transitie. Waar in 1940 nog wordt gesproken over besluiten van "Burgemeester en Wethouders", wordt in 1941 de "Regeringscommissaris voor Amsterdam" als de beslissende autoriteit opgevoerd.
In maart 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris (een functie die de taken van de burgemeester en de raad combineerde). De markten waren in deze periode van vitaal belang voor de voedselvoorziening, maar stonden ook onder streng toezicht vanwege de distributieregels en de algemene ordehandhaving onder het nieuwe regime. Het harde optreden tegen "wangedrag" past in de tijdgeest van strakke ordening en tucht die de bezettingsautoriteiten en hun ambtenaren nastreefden. De Ten Katemarkt was (en is) een van de drukkere volksmarkten in Amsterdam-West, waar spanningen tussen kooplui en toezichthouders regelmatig voorkwamen.