Dienstbrief / Formele aanschrijving
Origineel
Dienstbrief / Formele aanschrijving 17 december 1941 [Rechtsboven handgeschreven in grijspotlood:] Koperberg
MARKTWEZEN AMSTERDAM .
Amsterdam, 17 December 1941.
No. 29/13/2 M. Aan
[Handgeschreven:] verzonden 17/12
z.o.z.
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met
toebehooren, voor de kramenverlichting op de markt Nieuwmarkt
ten spoedigste in te leveren bij den dienstdoen-
den marktambtenaar van bovengenoemde markt.
De Directeur,
[Linksonder handgeschreven in rood potlood:] Koperberg Het document is een officiële kennisgeving van de dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De ontvanger (waarschijnlijk de op het document genoteerde heer Koperberg) wordt gesommeerd om "ten spoedigste" een elektrisch snoer met toebehoren in te leveren bij de marktambtenaar op de Nieuwmarkt. Dit materiaal was door de gemeente in bruikleen verstrekt voor de verlichting van marktkramen. De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) bij het adresveld suggereert dat de specifieke adresgegevens op de achterkant van het formulier stonden. De handgeschreven rode aantekening onderaan lijkt een paraaf of naam voor ontvangst of verwerking te zijn. De datum van het document, december 1941, is zeer significant. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog onder Duitse bezetting. De Nieuwmarkt in Amsterdam bevond zich in het hart van de Jodenbuurt. In de loop van 1941 voerde de bezetter de druk op de Joodse bevolking drastisch op; Joodse marktkooplieden werden stelselmatig geweerd van de reguliere markten en mochten vanaf september 1941 alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan.
De sommatie om gemeentelijke eigendommen zoals verlichtingsmaterialen direct in te leveren, houdt zeer waarschijnlijk verband met het intrekken van de vergunning van de betreffende koopman, een directe consequentie van de anti-Joodse maatregelen. De naam 'Koperberg' was een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam in die tijd. Dit document vormt daarmee een bureauctratische neerslag van de uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en openbare leven.