Handgeschreven brief met administratieve stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve stempels. 29 januari 1941. G.G. van den Berg, Ericastraat 9, Hilversum. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktbeheer). [Stempel linksboven:] No 31 / 6 / 2
[Stempel middenboven:] M. 1941 30/1
[Rechtsboven:] Hilversum 29-1-41
[Aantekening rechtsboven:] m.i. Insp.
Geachte Directeur
Ik heb Maandag j.l., mijn bescheiden voor ’n vaste
plaats, door mijn Broer in laten leveren, waarbij hem, door de desbetreffende
Marktmeester werd medegedeeld dat ik ’n Doktersverklaring moest opsturen
dit nu sluit ik hierbij in hopende dat het zoo goed is.
Mocht ik onverhoopt Maandag 2 Febr. nog niet geheel
hersteld zijn hoop ik dat de mijn toegekende plaats voor mij opengehouden
wordt.
Hoogachtend
G. G. van den Berg
Ericastraat 9
Hilversum
Voork. kaart No 371
Markt Uilenburg.
[Rechtsonder in potlood:] 37 In deze brief verzoekt G.G. van den Berg om het behoud van een toegewezen vaste staanplaats op de markt. De afzender is blijkbaar ziek en heeft zijn documenten ("bescheiden") via zijn broer laten inleveren. De marktmeester heeft daarop om een doktersverklaring gevraagd als bewijs voor de afwezigheid/ziekte, die bij deze brief is gevoegd. De schrijver uit de hoop dat de plaats gereserveerd blijft tot de verwachte hersteldatum van 2 februari.
De brief is zakelijk en beleefd van toon. De vermelding van "Markt Uilenburg" is saillant; dit was een bekende markt in de Amsterdamse Jodenbuurt. Hoewel de afzender uit Hilversum komt, ambieert of bezit hij een plek op deze specifieke Amsterdamse markt. De brief dateert van januari 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een cruciale periode voor de Amsterdamse markten, met name in de buurt van Uilenburg. Kort na de datum van deze brief (in februari 1941) vonden de eerste grote razzia's plaats en brak de Februaristaking uit.
In deze periode werden markten streng gereguleerd door de bezetter en het gemeentebestuur. Er vonden grote verschuivingen plaats in wie waar mocht staan, waarbij Joodse marktkooplieden steeds verder werden geïsoleerd of verdreven. De administratieve stempels en het nummer van de "voorkeurskaart" wijzen op de bureaucratische controle over de marktplaatsen in oorlogstijd. Of de afzender zelf Joods was of een niet-Joodse koopman die een plek op deze markt probeerde te behouden, is uit deze specifieke tekst niet direct op te maken, maar de locatie Uilenburg maakt het document historisch zeer relevant in het kader van de oorlogsgeschiedenis van Amsterdam. Marktwezen