Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 mei 1941. No 37/40/1 M. 1941 7/5
A’dam 5 Mei ’41
Geachte Directie
Ondergetekende H.J.H. Ruhe en A.H.H. Ruhe
verzoeke beleefd in aanmerking te komen
voor een standplaats of pakhuis op de
Centrale markt te Amsterdam
redenen:
Daar zij reeds 20 jaar gehandeld hebben
en nu door de U. bekende omstandigheden
niet meer mogelijk is en daar zij ten
alle tijde gaarne in den handel willen blijven
By voorbaat dank
voor Uwe welwillendheid
verblyve wij Hoogachtend
H.J.H. Ruhe.
A.H.H. Ruhe.
[Stempel linksonder 1:]
H. J. H. RUHE
Sloterpolder 374
AMSTERDAM-WEST
[Stempel linksonder 2 in blauwe inkt:]
A. H. H. RUHE
Sloterpolder 375
AMSTERDAM-W. De brief is een formeel verzoek van twee handelaren aan de directie van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van het schrijven is de aanvraag voor een vaste standplaats of pakhuisruimte. De afzenders motiveren hun verzoek door te wijzen op hun twintigjarige ervaring in de handel.
Opvallend is de zinsnede "door de U. bekende omstandigheden". Dit is een eufemistische of verkorte wijze om te verwijzen naar de ingrijpende beperkingen en veranderingen die de Duitse bezetting en de oorlogstijd met zich meebrachten voor de reguliere handel en marktwerking. Het taalgebruik is uiterst beleefd en afgemeten, passend bij de zakelijke correspondentie van die tijd. De twee verschillende stempels duiden erop dat de familieleden Ruhe mogelijk als afzonderlijke entiteiten opereerden of vanuit aangrenzende percelen in de Sloterpolder werkten. Het document dateert van mei 1941, exact een jaar na de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De Sloterpolder, waar de afzenders woonden en werkten, was destijds een uitgestrekt tuinbouwgebied dat de stad van groenten voorzag (het huidige Amsterdam Nieuw-West).
Tijdens de bezetting werd de handel op de markt steeds strenger gereguleerd door zowel de bezetter als de Nederlandse distributiediensten. De "bekende omstandigheden" waar de brief over spreekt, kunnen slaan op de invoering van distributiebonnen, schaarste, of het feit dat bepaalde handelswegen waren afgesloten. Hoewel niet expliciet vermeld, vonden in deze periode ook de eerste grote uitsluitingen van Joodse handelaren op de markten plaats; verzoeken van niet-Joodse handelaren voor vrijgekomen plekken waren in die context niet ongebruikelijk, al blijkt uit deze brief niet direct of dat hier de specifieke aanleiding is. A.H.H. Ruhe H.J.H. Ruhe