Ambtelijke notitie op een voorgedrukt bijblad (Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke notitie op een voorgedrukt bijblad (Model No. 14). [In kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46A / 29/1 1941
DOORGEZONDEN: 10/11-'41.
[Onder het kader:]
telef. 85862
\===
[Hoofdtekst rechts:]
verkoopt versche aal.
Zal wachten tot aalseizoen
weer begint; wanneer hij
dan niet van grossier kan
betrekken, zal hij alsnog bij
MW. komen voor de verdeeling
opbergen [onleesbare paraaf] 12/11 '41.
[Linksonder voorgedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een interne ambtelijke notitie betreffende de bedrijfsvoering van een vishandelaar tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de notitie is de afspraak dat de betreffende handelaar momenteel geen actie onderneemt wat betreft de inkoop van aal (paling).
De handelaar wacht tot het nieuwe aalseizoen begint. De notitie legt vast dat indien hij tegen die tijd niet via de reguliere weg (de grossier) aan zijn handelswaar kan komen, hij zich zal wenden tot de "MW" voor een officiële toewijzing. De afkorting "MW" staat in deze context zeer waarschijnlijk voor een afdeling van de distributiestamkaart-organisatie of een specifiek Rijksbureau (bijvoorbeeld voor de Voedselvoorziening).
De instructie "opbergen" met de datum 12/11 '41 onderaan geeft aan dat de ambtenaar de zaak als (voorlopig) afgehandeld beschouwt en het dossier sluit. De datum november 1941 is cruciaal voor het begrijpen van dit document. Nederland was op dat moment ruim anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De schaarste aan goederen nam toe en de bezetter had een complex systeem van distributie en Rijksbureaus opgezet om de productie en consumptie van voedsel volledig te beheersen.
Vissers en vishandelaren stonden onder streng toezicht. De "verdeeling" waar in de tekst naar wordt verwezen, duidt op het rantsoeneringssysteem waarbij schaarse goederen niet meer vrij verhandeld mochten worden, maar via officiële kanalen en vergunningen werden toegewezen. De bureaucratische precisie van dit briefje — waarin zelfs de intentie van een handelaar om op het nieuwe seizoen te wachten wordt vastgelegd — illustreert de totale controle van de overheid op de economie in oorlogstijd.