Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / ambtelijke correspondentie. 13 november 1941. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld in briefhoofd, maar gerelateerd aan de distributie van vis). Den Heer Tj. Veen. [Handgeschreven in paarse inkt, bovenaan:] verzonden 13/11 (v.H.)
[Handgeschreven in blauwe inkt, rechtsboven:] W. de Leur [?]
den Heer Tj.Veen,
46A/84/2 M 13 November 1941.
Naar aanleiding van Uw brief deel ik U mede, dat door de Nederlandsche Visschery-Centrale is bepaald, dat de door U bedoelde visch uitsluitend is bestemd voor de Amsterdamsche bevolking.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat eerder door de heer Tj. Veen was ingediend. Het verzoek had blijkbaar betrekking op de levering of toewijzing van een partij vis.
* Kernboodschap: De "Nederlandsche Visschery-Centrale" heeft strikte regels opgesteld waarbij bepaalde visvoorraden exclusief zijn gereserveerd voor de inwoners van Amsterdam. De nadruk op het woord "uitsluitend" (onderstreept in de tekst) duidt op de onwrikbaarheid van dit besluit.
* Toon: De toon is zakelijk, kortaf en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor officiële correspondentie uit deze periode, zeker wanneer het gaat over schaarse goederen.
* Annotaties: De handgeschreven notitie "verzonden 13/11" dient als administratieve bevestiging van verzending. De letters "(v.H.)" verwijzen waarschijnlijk naar de initialen van de medewerker die de verzending heeft verwerkt. De handtekening rechtsboven is vermoedelijk van een controlerend ambtenaar of afdelingshoofd. * Tijdsgewricht: De brief dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselvoorziening en Schaarste: Tijdens de bezetting was er sprake van toenemende voedselschaarste. De distributie van levensmiddelen, waaronder vis, werd centraal geregeld door instanties zoals de Nederlandsche Visschery-Centrale (opgericht in 1940).
* Centrale Controle: De bezetter en de Nederlandse overheidsapparaten probeerden de voedselstromen strikt te beheersen om zwarte handel tegen te gaan en de bevolking in de grote steden (zoals Amsterdam) van een minimum aan rantsoenen te voorzien om onrust te voorkomen.
* De Ontvanger: Hoewel de exacte identiteit van de heer Tj. Veen uit deze brief alleen niet vast te stellen is, suggereert de afwijzing dat hij wellicht buiten Amsterdam woonde of handelde en probeerde voorraden aan te spreken die buiten zijn toegewezen regio vielen. Dit document is een direct bewijs van de rigide bureaucratie rondom de overlevingseconomie in oorlogstijd. W. de Leur