Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 90
Dossier 44
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

5 november 1941. Van: Gerrit Jan Hendriks. Aan: Vermoedelijk de directie van de Centrale Vischmarkt of het Bureau Voedselvoorziening te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 november 1941. Gerrit Jan Hendriks. Vermoedelijk de directie van de Centrale Vischmarkt of het Bureau Voedselvoorziening te Amsterdam. [Linksboven, paars stempel:] № 46A / 69 / 1
[Linksboven, in cursief:] Inschrijven
[Midden boven, groot paars stempel:] M. 1941
[Rechtsboven, handgeschreven:] Oproepen alleen aal
[Rechtsboven, kleine aantekening:] p 12-11-’41 11 ¾ uur [onleesbaar] 10/11

Amsterdam 5-11-41

Mijnheer

Ondergetekende die zich heeft laten
afschrijven voor de verdeeling van
visch aan de Amsterdamsche vischmarkt
omrede hij zijn handel ~~ver~~ in compagnis [compagnonschap]
~~was~~ die van buiten betrok
verzoekt hiermede, daar hij ~~bij de~~
~~van buiten~~ als venter geen visch
van buiten toegewezen krijgt,
~~afgevoerd alhier~~ te zijn ~~nu hij~~
~~te moeten~~ weer in aanmerking te
mogen komen voor de vischverdeeling
~~onder getek~~
Hij is hoofdzakelijk aalroker
en heeft een vent en staanplaats
vergunning
Hopende op een goedgunstig
antwoord tekend hij
Hoogachtend Gerrit Jan
Hendriks Jzn [?] In deze brief verzoekt Gerrit Jan Hendriks, een aalroker en visventer uit Amsterdam, om opnieuw te worden toegelaten tot de officiële visverdeling op de Amsterdamse vismarkt.

Uit de tekst blijkt dat Hendriks zich eerder vrijwillig had laten uitschrijven voor de centrale verdeling. De reden hiervoor was dat hij destijds in een compagnonschap werkte en zijn vis zelf "van buiten" (buiten de centrale markt om) betrok. Door veranderde regelgeving of omstandigheden krijgt hij als "venter" echter geen vis meer van buitenaf toegewezen. Om zijn bedrijf voort te kunnen zetten, is hij nu gedwongen om weer via de officiële weg (de visverdeling) aan zijn handelswaar te komen.

Hij benadrukt dat hij hoofdzakelijk aalroker is en over de benodigde vergunningen beschikt voor zowel een vaste staanplaats als voor het venten langs de straat. De handgeschreven notitie rechtsboven ("Oproepen alleen aal") suggereert dat zijn verzoek is ingewilligd, maar specifiek beperkt is tot de toewijzing van aal. Dit document dateert van november 1941, anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen toe en werd de distributie van voedsel, waaronder vis, steeds strakker door de overheid (en de bezetter) gereguleerd via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.

Vóór de oorlog was er sprake van een relatief vrije handel op de Amsterdamse Centrale Vischmarkt. Tijdens de bezetting werd dit systeem vervangen door een strikte "verdeeling" (rantsoenering). Handelaren en venters moesten officieel geregistreerd staan om in aanmerking te komen voor toewijzingen.

De brief van Hendriks illustreert de bureaucratische strijd van kleine zelfstandigen om het hoofd boven water te houden in een tijd waarin de vrije markt volledig aan banden was gelegd en men voor zijn voorraad volledig afhankelijk was geworden van overheidsinstanties. De doorhalingen in de brief wijzen op een zekere mate van haast of onzekerheid bij het formuleren van dit officiële verzoek. Rijksbureau

Samenvatting

In deze brief verzoekt Gerrit Jan Hendriks, een aalroker en visventer uit Amsterdam, om opnieuw te worden toegelaten tot de officiële visverdeling op de Amsterdamse vismarkt.

Uit de tekst blijkt dat Hendriks zich eerder vrijwillig had laten uitschrijven voor de centrale verdeling. De reden hiervoor was dat hij destijds in een compagnonschap werkte en zijn vis zelf "van buiten" (buiten de centrale markt om) betrok. Door veranderde regelgeving of omstandigheden krijgt hij als "venter" echter geen vis meer van buitenaf toegewezen. Om zijn bedrijf voort te kunnen zetten, is hij nu gedwongen om weer via de officiële weg (de visverdeling) aan zijn handelswaar te komen.

Hij benadrukt dat hij hoofdzakelijk aalroker is en over de benodigde vergunningen beschikt voor zowel een vaste staanplaats als voor het venten langs de straat. De handgeschreven notitie rechtsboven ("Oproepen alleen aal") suggereert dat zijn verzoek is ingewilligd, maar specifiek beperkt is tot de toewijzing van aal.

Historische Context

Dit document dateert van november 1941, anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen toe en werd de distributie van voedsel, waaronder vis, steeds strakker door de overheid (en de bezetter) gereguleerd via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.

Vóór de oorlog was er sprake van een relatief vrije handel op de Amsterdamse Centrale Vischmarkt. Tijdens de bezetting werd dit systeem vervangen door een strikte "verdeeling" (rantsoenering). Handelaren en venters moesten officieel geregistreerd staan om in aanmerking te komen voor toewijzingen.

De brief van Hendriks illustreert de bureaucratische strijd van kleine zelfstandigen om het hoofd boven water te houden in een tijd waarin de vrije markt volledig aan banden was gelegd en men voor zijn voorraad volledig afhankelijk was geworden van overheidsinstanties. De doorhalingen in de brief wijzen op een zekere mate van haast of onzekerheid bij het formuleren van dit officiële verzoek.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Rijksbureau

Gerelateerde Documenten 3