Archief 745
Inventaris 745-361
Pagina 202
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / briefadvies

17 juli 1941

Origineel

Ambtelijke correspondentie / briefadvies 17 juli 1941 [Linksboven in de marge:]
restitutie entreegeld
Centrale Markt
t.n.v. L. Bolle

[Rechtsboven:]
A'dam, 17/7 1941
18/7/41 WB
53/38/2 W. h. M.

[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U
te berichten, dat L. Bolle, 2e Boerhaave-
straat 73, mij heeft verzocht hem restitutie
van betaald entreegeld voor de Centrale markt van het kalenderjaar
1941 te verlenen.

Bolle [doorgestreept: was een] bezette [ingevoegd: als grossier] een
[doorgestreept: kalender] jaarplaats op de C. M., [doorgestreept: welke] [ingevoegd: van welke]
[doorgestreept: verplichting] hij op 1 April 1941 bij besluit
van den Reg. C. voor Amsterdam d.d. 2.5.'41
no. 54/5 L. M. 1941 werd ontheven. Ik acht
het derhalve billijk, dat hem vanaf dezen
datum restitutie van betaald entreegeld
ten bedrage van f. 7.- [in rood: zijnde f. 10.- -/- 3 maanden] wordt
(Jan t/m Maart) à f 1.- per maand,
verleend.

Ik geef U mitsdien beleefd in
overweging, te willen bevorderen, dat
bij besluit van den Reg. C. van A'dam
ingevolge art. 36 van de Verord. tot Heffing
van Markt-, standplaats- en overige gelden,
op gronden van billijkheid aan L. Bolle
[onderaan afgebroken:] bedrag van f. 7.- [doorgestreept] Het document is een formeel advies of verzoekschrift binnen het Amsterdamse marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een verzoek tot teruggaaf (restitutie) van marktgelden door L. Bolle, een grossier woonachtig aan de 2e Boerhaavestraat.

Bolle had voor het hele jaar 1941 entreegeld betaald voor een vaste staanplaats op de Centrale Markt (C.M.). Echter, per 1 april 1941 werd hij van deze verplichting ontheven door een besluit van de Regeringscommissaris (Reg. C.). De schrijver van de brief stelt voor om het bedrag voor de resterende 9 maanden van het jaar (f 7,- van de f 10,-) terug te betalen.

Opvallend zijn de precieze administratieve verwijzingen naar "art. 36 van de Verordening tot Heffing van Markt-, standplaats- en overige gelden" en de specifieke besluitnummers van de Regeringscommissaris. De tekst is herhaaldelijk gecorrigeerd om de juridische en administratieve formulering ("als grossier", "van welke") te verfijnen. Dit document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve structuur van Amsterdam was in deze periode onderworpen aan de controle van de bezetter. De "Reg. C." (Regeringscommissaris) die in de tekst wordt genoemd, verwijst naar de regeringscommissaris voor de stad Amsterdam (destijds de pro-Duitse burgemeester E.J. Voûte), die de bevoegdheden van de gemeenteraad en wethouders had overgenomen.

Hoewel de brief een louter administratieve kwestie lijkt (een restitutie van 7 gulden), moet deze gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende uitsluiting van Joodse kooplieden van de markten in 1941. Veel Joodse handelaren werden in deze periode gedwongen hun standplaats op te geven of werden ontzegd van de Centrale Markt. Het adres "2e Boerhaavestraat" bevond zich in een buurt met een grote Joodse populatie. Nader onderzoek in de archieven (zoals de Joodsche Raad-kaarten of marktregisters) zou kunnen uitwijzen of L. Bolle slachtoffer was van deze anti-Joodse maatregelen, wat de reden voor de "ontheffing" van zijn jaarplaats per 1 april 1941 zou verklaren. E.J. Vo L. Bolle Marktwezen

Samenvatting

Het document is een formeel advies of verzoekschrift binnen het Amsterdamse marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een verzoek tot teruggaaf (restitutie) van marktgelden door L. Bolle, een grossier woonachtig aan de 2e Boerhaavestraat.

Bolle had voor het hele jaar 1941 entreegeld betaald voor een vaste staanplaats op de Centrale Markt (C.M.). Echter, per 1 april 1941 werd hij van deze verplichting ontheven door een besluit van de Regeringscommissaris (Reg. C.). De schrijver van de brief stelt voor om het bedrag voor de resterende 9 maanden van het jaar (f 7,- van de f 10,-) terug te betalen.

Opvallend zijn de precieze administratieve verwijzingen naar "art. 36 van de Verordening tot Heffing van Markt-, standplaats- en overige gelden" en de specifieke besluitnummers van de Regeringscommissaris. De tekst is herhaaldelijk gecorrigeerd om de juridische en administratieve formulering ("als grossier", "van welke") te verfijnen.

Historische Context

Dit document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve structuur van Amsterdam was in deze periode onderworpen aan de controle van de bezetter. De "Reg. C." (Regeringscommissaris) die in de tekst wordt genoemd, verwijst naar de regeringscommissaris voor de stad Amsterdam (destijds de pro-Duitse burgemeester E.J. Voûte), die de bevoegdheden van de gemeenteraad en wethouders had overgenomen.

Hoewel de brief een louter administratieve kwestie lijkt (een restitutie van 7 gulden), moet deze gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende uitsluiting van Joodse kooplieden van de markten in 1941. Veel Joodse handelaren werden in deze periode gedwongen hun standplaats op te geven of werden ontzegd van de Centrale Markt. Het adres "2e Boerhaavestraat" bevond zich in een buurt met een grote Joodse populatie. Nader onderzoek in de archieven (zoals de Joodsche Raad-kaarten of marktregisters) zou kunnen uitwijzen of L. Bolle slachtoffer was van deze anti-Joodse maatregelen, wat de reden voor de "ontheffing" van zijn jaarplaats per 1 april 1941 zou verklaren.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen