Administratieve notitie/intern bericht.
Origineel
Administratieve notitie/intern bericht. Maart 1941 (verschillende data genoteerd: 7/3, 10/3, 14/3, 15/3 en 18/3). Linkerzijde (kader en aantekeningen):
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/4/5 1941
DOORGEZONDEN: 7/3 - 141.
14/3/41 [onleesbaar paraaf]
90/4/6
modelbriefje
D
z.o.z.
[Rode paraaf/vinkje]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
Hoofdtekst (handgeschreven):
"eenige onderstand" kan m.i. niet aangemerkt worden als volledigen steun. Ook de lage uitkeeringen wijzen dit uit. m.i. moet Schmiedewind worden bericht, dat hij het verschuldigde marktgeld moet betalen, aangezien na gehouden onderzoek is gebleken, dat hij wegens de bestaande voorschriften dienaangaande geen recht op vrijstelling van betaling van marktgeld kan doen gelden.
t/m 15/3 '41 bedraagt de achterstand ƒ 2.10.
Onderzijde:
[Handtekening, mogelijk 'Smit'] 10/3 '41
acc. 18-3-'41 [initialen] Het document is een ambtelijke beoordeling van een verzoek om vrijstelling van marktgeld. De kern van het geschil is of de financiële hulp die de heer Schmiedewind ontvangt, gekwalificeerd kan worden als "volledige steun". De ambtenaar stelt dat dit niet het geval is, mede gelet op de geringe hoogte van de uitgekeerde bedragen.
Als gevolg van deze interpretatie wordt geoordeeld dat de bestaande voorschriften geen ruimte bieden voor een vrijstelling. Er wordt opdracht gegeven een "modelbriefje" te sturen om de betrokkene te informeren dat hij de achterstand van 2 gulden en 10 cent (berekend tot en met 15 maart 1941) alsnog moet voldoen. De diverse stempels en data tonen de bureaucratische gang van het document door de gemeentelijke organisatie. Dit document stamt uit maart 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleef de lokale Nederlandse bureaucratie grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. Het innen van gemeentelijke belastingen en retributies, zoals marktgeld (het staangeld voor kooplieden op de markt), was een routineuze taak.
De term "onderstand" verwijst naar de toenmalige vorm van sociale bijstand. In een tijd van economische schaarste en werkloosheid probeerden veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden onder hun financiële verplichtingen uit te komen door een beroep te doen op hun precaire financiële situatie. Dit document illustreert de strikte handhaving van regels door de overheid, waarbij zelfs om relatief kleine bedragen (ƒ 2.10 was toen ongeveer het dagloon van een ongeschoolde arbeider) uitvoerig werd gecorrespondeerd. M. No