Archief 745
Inventaris 745-366
Pagina 278
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële circulaire (brief)

7 augustus 1941 Van: Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG)

Origineel

Officiële circulaire (brief) 7 augustus 1941 Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG) [Stempel linksboven:] Nº 101 / 5 / M. 1941 [handgeschreven:] 11/8
[Briefhoofd:] VEREENIGING VAN NEDERLANDSCHE GEMEENTEN
[Handgeschreven rechtsboven:] mij/Dri

No. 2574.
Onderwerp: Inzamelen afvallen van levensmiddelen, enz.
Bijlagen: div.

Aan het Gemeentebestuur.

's-Gravenhage, 7 Augustus 1941
Paleisstraat 5.

Ten vervolge op onze circulaires van 5 en 21 November 1940, no.'s 3669 en 3852, over bovenstaand onderwerp deelen wij U het volgende mede.

Onder toepassing van artikel 12 van de Afvallenbesluiten 1940 I en II hebben een groot aantal gemeenten geheele of gedeeltelijke ontheffing van de bepalingen van genoemde besluiten verzocht. Deze verzoeken zijn echter, gelijk aan de betrokken gemeenten is medegedeeld, door den Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd voor zoover het inzamelen van beenderen betreft afgewezen. In verband hiermede moeten de gemeenten, waar de bij ons schrijven van 5 November jl. toegezonden verordening op alle afvallen nog niet is tot stand gekomen, thans in ieder geval voor het bewaren en ter beschikking stellen van beenderen een verordening vaststellen; voorts zullen die gemeenten een vergunning voor het inzamelen van beenderen moeten afgeven. Een en ander moet betrekking hebben zoowel op de beenderen bedoeld in het Afvallenbesluit 1940 I (de zg. huishoudbeenderen) als op de beenderen bedoeld in het Afvallenbesluit 1940 II (de zg. slagersbeenderen).

Voor de gemeenten, die een verordening betreffende alle afvallen wenschen vast te stellen en waar het inzamelen van de afvallen wordt opgedragen aan schillenboeren, is de inzameling van de huishoudbeenderen geregeld in de vergunning van de schillenboeren (zie voorwaarden 3 en 4 van de concept-vergunning no. 1, gevoegd bij ons schrijven van 5 November 1940). De inzameling van de slagersbeenderen kan dan geschieden op de wijze aangegeven bij ons schrijven van 21 November, waarbij een concept-vergunning (4a en 4b) voor het inzamelen van deze beenderen was gevoegd. *) In deze laatste vergunning is tevens de verplichting voor den vergunninghouder opgenomen om de door de schillenboeren ingezamelde en op een bepaalde plaats bijeen gebrachte huishoudbeenderen op te halen. Op deze wijze komen dus alle beenderen bij de beenderenverwerkende onderneming terecht.

De gemeenten, die met het oog op een verkregen of aangevraagde ontheffing niet de bewaring en inzameling van alle afvallen willen regelen, zullen thans ten aanzien van de beenderen een afzonderlijke regeling moeten treffen. In overleg met het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd hebben wij daarom een model-verordening betreffende het bewaren en het ter beschikking stellen van beenderen (zie bijlage I) alsmede een drietal ver-


*) In plaats van deze vergunning kan ook de hierbij gaande vergunning 6a of 6b gebruikt worden. Dit document is een administratieve instructie aan Nederlandse gemeenten tijdens de Duitse bezetting. De kern van de tekst draait om de centrale regie over afvalstoffen die hergebruikt kunnen worden voor de oorlogseconomie.

Hoewel veel gemeenten probeerden onder de strikte regels voor afvalinzameling uit te komen (door ontheffing aan te vragen), werd dit door de 'Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd' resoluut geweigerd wat betreft beenderen. Dit duidt op het grote strategische belang van dit specifieke materiaal. Beenderen werden in die tijd verwerkt tot essentiële producten zoals vetten (voor zeep of industriële smeermiddelen), lijm en kunstmest.

De tekst maakt een formeel onderscheid tussen 'huishoudbeenderen' (ingezameld door schillenboeren bij burgers) en 'slagersbeenderen' (afkomstig van professionele slachters). Het document dient om de bureaucratische procedure te stroomlijnen: gemeenten worden verplicht lokale verordeningen aan te nemen en specifieke vergunningen te verlenen, zodat er geen 'grondstof' verloren gaat. In augustus 1941 was de schaarste in bezet Nederland al aanzienlijk merkbaar. De bezetter stuurde via de Nederlandse overheidsorganen (zoals de VNG en het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) aan op een totale distributie- en recyclingeconomie.

De 'schillenboer' was van oudsher een bekend figuur in het straatbeeld die keukenafval ophaalde als varkensvoer. Tijdens de oorlog werd deze informele sector door de overheid geformaliseerd en ingezet als onderdeel van het officiële inzamelsysteem. De beenderen waren echter te kostbaar voor het vee; deze moesten apart gehouden worden voor de industrie.

De toon van de brief is dwingend-ambtelijk. Het laat zien hoe de autonomie van gemeenten steeds verder werd ingeperkt ten behoeve van de centrale voedselvoorziening en de (indirecte) ondersteuning van de Duitse oorlogsmachine door middel van grondstofbeheer.

Samenvatting

Dit document is een administratieve instructie aan Nederlandse gemeenten tijdens de Duitse bezetting. De kern van de tekst draait om de centrale regie over afvalstoffen die hergebruikt kunnen worden voor de oorlogseconomie.

Hoewel veel gemeenten probeerden onder de strikte regels voor afvalinzameling uit te komen (door ontheffing aan te vragen), werd dit door de 'Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd' resoluut geweigerd wat betreft beenderen. Dit duidt op het grote strategische belang van dit specifieke materiaal. Beenderen werden in die tijd verwerkt tot essentiële producten zoals vetten (voor zeep of industriële smeermiddelen), lijm en kunstmest.

De tekst maakt een formeel onderscheid tussen 'huishoudbeenderen' (ingezameld door schillenboeren bij burgers) en 'slagersbeenderen' (afkomstig van professionele slachters). Het document dient om de bureaucratische procedure te stroomlijnen: gemeenten worden verplicht lokale verordeningen aan te nemen en specifieke vergunningen te verlenen, zodat er geen 'grondstof' verloren gaat.

Historische Context

In augustus 1941 was de schaarste in bezet Nederland al aanzienlijk merkbaar. De bezetter stuurde via de Nederlandse overheidsorganen (zoals de VNG en het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) aan op een totale distributie- en recyclingeconomie.

De 'schillenboer' was van oudsher een bekend figuur in het straatbeeld die keukenafval ophaalde als varkensvoer. Tijdens de oorlog werd deze informele sector door de overheid geformaliseerd en ingezet als onderdeel van het officiële inzamelsysteem. De beenderen waren echter te kostbaar voor het vee; deze moesten apart gehouden worden voor de industrie.

De toon van de brief is dwingend-ambtelijk. Het laat zien hoe de autonomie van gemeenten steeds verder werd ingeperkt ten behoeve van de centrale voedselvoorziening en de (indirecte) ondersteuning van de Duitse oorlogsmachine door middel van grondstofbeheer.

Locaties

's-Gravenhage Paleisstraat 5.

Gerelateerde Documenten 4