Beleidstuk met bijbehorende conceptverordening (Bijlage I).
Origineel
Beleidstuk met bijbehorende conceptverordening (Bijlage I). Circa 1940-1941 (gebaseerd op verwijzingen naar de Afvallenbesluiten 1940). [Pagina -2-]
-2-
gurningen betreffende het inzamelen van beenderen (zie bijlage II) opgesteld, welke wij hierbij aan onze leden aanbieden.
De model-verordening is ontleend aan de model-verordening betreffende het bewaren en ter beschikking stellen van alle afvallen. Ten aanzien van artikel 2, dat betrekking heeft op de huishoudbeenderen, merken wij op dat de keuze is gelaten tusschen het instellen van een ophaaldienst en het door de inwoners zelf laten inleveren der huishoudbeenderen. Het eerste verdient zeker de voorkeur, aangezien op deze wijze beter wordt gewaarborgd dat geen beenderen verloren gaan. Wanneer in de gemeente een vuilnisophaaldienst bestaat dan zal deze wel voor het ophalen der beenderen kunnen worden ingeschakeld. Aangezien in dat geval de gemeenten zelf de beenderen aan de beenderenverwerkende onderneming afstaan en dus den daarvoor vastgestelden prijs ontvangen, zullen zij daaruit de hieraan verbonden kosten (bv. voortvloeiende uit een toelage aan het personeel van den dienst) geheel of gedeeltelijk kunnen bestrijden. Bestaat een dergelijke dienst niet, dan kan de gemeente trachten een persoon of instelling te vinden die zich met het ophalen van de huishoudbeenderen belast (bestaat een gemeentelijke vuilnisophaaldienst alleen voor een deel van de gemeente, dan kan zulk een persoon of instelling voor de andere gedeelten van de gemeente met het ophalen belast worden.) Is het niet mogelijk een persoon of instelling te vinden die zich uitsluitend met het ophalen van de beenderen belast, dan ware na te gaan of wellicht voddenkooplieden of anders de slagers voor het ophalen der huishoudbeenderen kunnen worden ingeschakeld. Het is ons bekend dat de beenderenverwerkende ondernemingen pogingen in het werk stellen om met medewerking van de slagers de hier bedoelde beenderen in te zamelen; in dat geval zullen de slagers een vergunning tot het inzamelen van huishoudbeenderen moeten ontvangen. Indien ook deze methode tot het inzamelen der beenderen niet mogelijk blijkt, zal de gemeente er toe overten overgaan om aflevering door het publiek op een daarvoor aangewezen plaats in de verordening op te nemen.
Wat betreft art. 3 van de model-verordening, dat betrekking heeft op de slagersbeenderen, wijzen wij er op dat het 1e lid de verplichting inhoudt tot het afleveren van de beenderen op een bepaalde plaats, terwijl het 2e lid slaat op het geval dat de beenderen aan het bedrijf worden afgehaald. In het algemeen worden de slagersbeenderen door de beenderenverwerkende fabrieken afgehaald bij de slagersbedrijven, die deze beenderen geregeld ter beschikking hebben; deze bedrijven krijgen dus de verplichting de beenderen op eerste vordering ter beschikking te stellen. Aangezien de fabrieken echter, in verband met de vervoersmoeilijkheden, niet in alle gemeenten in staat zijn om geregeld
[Pagina BIJLAGE I.]
BIJLAGE I.
VERORDENING betreffende het bewaren en ter beschikking stellen van beenderen, bedoeld in de Afvallenbesluiten 1940 I en II.
Artikel 1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
1. "huishoudbeenderen": de beenderen bedoeld in het Afvallenbesluit 1940 I;
2. "slagersbeenderen": de beenderen bedoeld in het Afvallenbesluit 1940 II.
Artikel 2.
1. De bewaring van huishoudbeenderen, die krachtens artikel 2 van het Afvallenbesluit 1940 I moeten worden bewaard, geschiedt afzonderlijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen.
2. De in het eerste lid bedoelde beenderen moeten afzonderlijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen op eerste vordering ter beschikking worden gesteld van de personen of lichamen of den dienst, door B. en W. voor het inzamelen van deze beenderen aangewezen.
Of:
- De in het eerste lid bedoelde beenderen moeten afzonderlijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen zoo spoedig mogelijk worden afgeleverd ter plaatse, door B. en W. daarvoor aangewezen.')
Artikel 3.
1. Hij die slagersbeenderen ter beschikking heeft moet deze zoo spoedig mogelijk en zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen afleveren ter plaatse door B. en W. daarvoor aangewezen.
2. De verplichting van het eerste lid geldt niet voor hem, die geregeld slagersbeenderen ter beschikking heeft en bij wien, blijkens een mededeeling van B. en W., deze beenderen worden afgehaald door de personen of lichamen door B. en W. daarvoor aangewezen; deze beenderen moeten, wanneer zij vanwege de genoemde personen of lichamen worden afgehaald, daaraan zonder vermenging met andere stoffen of voorwerpen op eerste vordering ter beschikking worden gesteld.
Artikel 4.
Voor de opsporing van de bij het Afvallenbesluit 1940 I en het Afvallenbesluit 1940 II strafbaar gestelde feiten worden, behalve de overigens daarmede belaste ambtenaren, aangewezen ...............
') Worden in een gedeelte van de gemeente de beenderen opgehaald en in een ander gedeelte niet, dan kunnen de twee lezingen van het 2e lid beide worden opgenomen met toevoeging van de woorden: "in de door B. en W. aangewezen gedeelten van de gemeente".
--- Dit document bevat een conceptverordening en een toelichting daarop voor Nederlandse gemeenten tijdens de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog. Het doel van de regeling is het strikt scheiden en inzamelen van beenderen (botten). Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'huishoudbeenderen' (van particulieren) en 'slagersbeenderen' (van bedrijven).
De kern van de verordening is de verplichting voor burgers en slagers om beenderen niet met het overige afval te mengen, maar ze afzonderlijk te bewaren en ter beschikking te stellen aan de gemeente of aangewezen verwerkers. De toelichting bespreekt de logistiek: bij voorkeur via een ophaaldienst, maar als dat niet lukt via inleverpunten of via derden zoals voddenkooplieden.
--- Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) ontstond er een groot tekort aan grondstoffen. De bezetter en de Nederlandse overheid stelden strikte regels op voor de recycling van materialen die nuttig waren voor de (oorlogs)economie. Beenderen waren cruciaal voor de productie van onder andere lijm, zeep, kunstmest en vetten.
De "Afvallenbesluiten 1940" vormden de wettelijke basis voor deze gedwongen recycling. Gemeenten werden verantwoordelijk gesteld voor de uitvoering. Dit document illustreert de bureaucratische aanpak om elk grammetje bruikbare grondstof te redden van de vuilstort. De genoemde "vervoersmoeilijkheden" in de toelichting verwijzen naar het gebrek aan brandstof en voertuigen, wat de inzameling bemoeilijkte.