Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 503
Dossier 3
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief.

11 november 1941. Van: De Wethouder voor het Onderwijs (w.g. Smit).

Origineel

Afschrift van een officiële brief. 11 november 1941. De Wethouder voor het Onderwijs (w.g. Smit). No.18/15/12 M.1941 19/11 AFSCHRIFT.
No.951 L.M.1941

GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd.O.No.4413. Amsterdam, 11 November 1941.

Bij dezen breng ik onder Uw aandacht, dat de ingebruikgeving van de speeltuinen aan de Gaaspstraat, de Joubertstraat en op het Waterlooplein nog bij besluit zal moeten worden geregeld en dat daarbij voorwaarden zullen moeten worden vastgesteld. Ik stel mij daarbij op het standpunt, dat mijn afdeeling een redelijke vergoeding voor het gebruik van de tuinen moet ontvangen, dat wil zeggen een vergoeding voor kosten, die ook verder gemaakt moeten worden en vergoeding voor derving van inkomsten, doordat de tuinen niet gebruikt kunnen worden als terrein voor de lessen in lichamelijke oefening en niet verhuurd kunnen worden aan korfbalvereenigingen.

De voorwaarden dienen derhalve naar mijn meening te luiden als volgt:

Marktwezen vergoedt aan de Afdeeling Onderwijs voor het gebruik van een tuin per jaar een bedrag van f 2.250,-;

Marktwezen neemt op zich voor zijn rekening na afloop van het gebruik den toestand van den bodem van elk der tuinen gelijk te maken aan dien bij het begin van de ingebruikgeving en eventueele schade aan hekwerk, speelwerktuigen, beplanting en portiersloge aan de Afdeeling Onderwijs te vergoeden;

Kosten van onderhoud, watervoorziening en assurantie komen voor rekening van Marktwezen.

Gaarne zal ik van U vernemen, of gij U met deze voorwaarden kunt vereenigen.

De Wethouder voor het Onderwijs,
w.g.Smit.

den Heer Wethouder
voor het Marktwezen. z.o.z. In deze brief stelt de Wethouder voor Onderwijs (Jan Smit) voorwaarden aan de Wethouder voor het Marktwezen voor het gebruik van drie Amsterdamse speeltuinen: die aan de Gaaspstraat, de Joubertstraat en op het Waterlooplein. De Afdeling Onderwijs, die de terreinen normaal beheert, eist financiële compensatie voor het verlies van gebruik.

De gevraagde vergoeding bedraagt 2.250 gulden per tuin per jaar. Dit bedrag dient ter dekking van doorlopende kosten en als compensatie voor gemiste inkomsten, aangezien de terreinen niet langer beschikbaar zijn voor gymnastieklessen en verhuur aan sportclubs (korfbal). Daarnaast worden eisen gesteld met betrekking tot het onderhoud, de nutsvoorzieningen en het in de oorspronkelijke staat herstellen van de bodem en inventaris na gebruik. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De historische context is cruciaal voor het begrijpen van de reden waarom de afdeling Marktwezen deze speeltuinen nodig had.

In de loop van 1941 voerden de bezettingsautoriteiten steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Eén van deze maatregelen was de segregatie van markten. Vanaf september/oktober 1941 werden Joodse Amsterdammers verplicht om hun inkopen te doen op speciaal voor hen aangewezen markten, terwijl zij van reguliere markten werden verbannen.

De drie genoemde locaties — de Gaaspstraat, de Joubertstraat (beide in de Transvaalbuurt) en het Waterlooplein (in de oude Jodenbuurt) — bevonden zich in wijken met een grote Joodse populatie. Deze speeltuinen werden door de gemeente gevorderd om te dienen als locaties voor deze gesegregeerde 'Joodse markten'. Deze brief toont de zakelijke, bureaucratische afhandeling van deze ingrijpende maatregel binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam.

Samenvatting

In deze brief stelt de Wethouder voor Onderwijs (Jan Smit) voorwaarden aan de Wethouder voor het Marktwezen voor het gebruik van drie Amsterdamse speeltuinen: die aan de Gaaspstraat, de Joubertstraat en op het Waterlooplein. De Afdeling Onderwijs, die de terreinen normaal beheert, eist financiële compensatie voor het verlies van gebruik.

De gevraagde vergoeding bedraagt 2.250 gulden per tuin per jaar. Dit bedrag dient ter dekking van doorlopende kosten en als compensatie voor gemiste inkomsten, aangezien de terreinen niet langer beschikbaar zijn voor gymnastieklessen en verhuur aan sportclubs (korfbal). Daarnaast worden eisen gesteld met betrekking tot het onderhoud, de nutsvoorzieningen en het in de oorspronkelijke staat herstellen van de bodem en inventaris na gebruik.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De historische context is cruciaal voor het begrijpen van de reden waarom de afdeling Marktwezen deze speeltuinen nodig had.

In de loop van 1941 voerden de bezettingsautoriteiten steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Eén van deze maatregelen was de segregatie van markten. Vanaf september/oktober 1941 werden Joodse Amsterdammers verplicht om hun inkopen te doen op speciaal voor hen aangewezen markten, terwijl zij van reguliere markten werden verbannen.

De drie genoemde locaties — de Gaaspstraat, de Joubertstraat (beide in de Transvaalbuurt) en het Waterlooplein (in de oude Jodenbuurt) — bevonden zich in wijken met een grote Joodse populatie. Deze speeltuinen werden door de gemeente gevorderd om te dienen als locaties voor deze gesegregeerde 'Joodse markten'. Deze brief toont de zakelijke, bureaucratische afhandeling van deze ingrijpende maatregel binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 1