Handgeschreven bericht op een kaart (mogelijk een administratieve doorslag of archiefkaart).
Origineel
Handgeschreven bericht op een kaart (mogelijk een administratieve doorslag of archiefkaart). 24 september 1942. Mevr. F. A. Ludwig. № 20/26/1 M. Amsterdam den 24 Sept. 42.
In antwoord op u schrijven van 17/9 42
deel ik u mee dat ik van B. Groenheim
gescheiden ben.
Da ik een Christen ben kom ik niet in
aanmerking op de markt Gaaspstr te staan
Hoogachtend
Mw. F. A. Ludwig
Valkenierstr 34 hs.
[Linksonder genoteerd:]
Afged. 26/9 42
[Paraaf]
[Rechtsboven in de hoofdtekst genoteerd:]
W.C. In dit schrijven reageert Mevrouw Ludwig op een eerdere kennisgeving (waarschijnlijk van de marktmeester of een gemeentelijke instantie) gedateerd op 17 september 1942. De kern van haar bericht is een afbakening van haar identiteit ten opzichte van de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter.
Zij voert twee argumenten aan waarom zij niet op de markt in de Gaaspstraat hoort te staan:
1. Huwelijkse staat: Zij is gescheiden van B. Groenheim (een naam die in deze context duidt op een Joodse achtergrond).
2. Religieuze status: Zij benadrukt dat zij een "Christen" is.
De opmerking "Afged. 26/9 42" betekent 'Afgedaan', wat aangeeft dat de administratie haar bezwaar twee dagen later heeft verwerkt. Het document stamt uit een kritieke fase van de Jodenvervolging in Nederland. In november 1941 had de bezetter in Amsterdam specifieke markten aangewezen waar uitsluitend Joden mochten handelen en kopen; de markt in de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) was een van deze locaties.
De brief illustreert de bureaucratische terreur van de bezetting: burgers werden gedwongen hun afkomst en geloof officieel te registreren en te verdedigen om aan restricties te ontsnappen. Voor mensen die getrouwd waren (geweest) met een Joodse partner, was het van levensbelang om hun eigen "niet-Joodse" status aan te tonen. Door te verklaren dat ze gescheiden is en christelijk, probeert Mw. Ludwig te voorkomen dat zij door de autoriteiten als Joods wordt gecategoriseerd, wat in september 1942 direct gevaar voor deportatie zou betekenen. A. Ludwig B. Groenheim Ludwig op (Mevrouw)