Handgeschreven verzoekschrift/aanvraagformulier voor een marktplaats.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/aanvraagformulier voor een marktplaats. 19 september 1942 (datum van de brief), met ambtelijke aantekeningen van 17 t/m 23 september 1942. [Bovenaan links, stempel met handgeschreven toevoeging:]
Nº 20/26/3 M. 1942 21/9
[Rechtsboven:]
54.
[Hoofdtekst:]
Amsterdam 19-9-42.
Mijnheer. [Rechts hiervan met pen:] m. Insp.
Hiermede bericht ik U, dat door u aangewezen,
marktplaats op de markt Gaaspstraat, gaarne
door mij Mevr: J. Kreweld van de plaats
gebruik wenscht te maken, in huishoudelijke
artikelen.
Achtend.
Mevr: J. Kreweld.
[Linkerzijde, midden/onder:]
No: 20-26-1 Mo.
Wijk 20.
Datum 17 September 1942.
[Stempel:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening:] deBoer
[Handgeschreven paraaf met datum:] y 23/9 '42
[Rechterzijde, midden/onder:]
Genoteerd voor mej. Th. G. v. Alp.
Th. van Moerkerken,
rap. thans mevr voor
betaling marktgeld.
(pl. 118)
[Handtekening:] Smit. 23/9 '42
Uittrek!
Insch G Kreweld asper 21/9 '42
opgevoerd
23/9-42 [onleesbare paraaf] Dit document is een formeel verzoek van Mevrouw J. Kreweld aan de marktinspectie van Amsterdam. Zij bevestigt hiermee dat zij gebruik wil maken van een haar toegewezen marktplaats op de markt in de Gaaspstraat om "huishoudelijke artikelen" te verkopen.
Het papier dient tevens als een administratief "loopblad". Aan de verschillende handschriften en datums is te zien hoe de aanvraag door de bureaucratie bewoog:
1. 17 september: De aanvraag wordt voorbereid of een dossiernummer toegekend.
2. 19 september: De brief wordt formeel opgesteld door Kreweld.
3. 21 september: De aanvraag wordt ingeschreven ("Insch").
4. 23 september: Inspecteur de Boer tekent het document voor akkoord ("Gezien"), en de betaling van het marktgeld voor plaats 118 wordt genoteerd door Smit.
De zinopbouw in de hoofdtekst is archaïsch en enigszins gebrekkig ("...dat door u aangewezen, marktplaats... gaarne door mij Mevr: J. Kreweld van de plaats gebruik wenscht te maken"), wat typerend is voor formele correspondentie van burgers die probeerden de ambtelijke toon van die tijd te imiteren. Het document dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Gaaspstraat, ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid. Dit was een wijk waar in die periode zeer veel Joodse Amsterdammers woonden, die door de bezetter steeds verder werden geïsoleerd en weggevoerd.
Markten waren in oorlogstijd vitale plekken voor de voedselvoorziening en handel, maar stonden onder streng toezicht van zowel de gemeentelijke marktinspectie als de bezettingsautoriteiten. De verkoop van "huishoudelijke artikelen" (zoals pannen, borstels, zeepvervangers) was gebonden aan strikte regels en distributiebonnen. De efficiënte, bijna mechanische wijze waarop de ambtelijke molen dit verzoek in slechts enkele dagen afhandelt, is kenmerkend voor de goed geoliede Amsterdamse administratie tijdens de oorlogsjaren. Voor historisch onderzoek kan de naam Kreweld relevant zijn om te verifiëren of deze persoon of familie voorkomt in archieven betreffende de Jodenvervolging of de economische 'gelijkschakeling' van de markthandel. J. Kreweld