Archief 745
Inventaris 745-376
Pagina 43
Dossier 37
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt conceptcontract (met handgeschreven aantekeningen).

19 januari 1943 (gebaseerd op handgeschreven tekst "19/1 '43").

Origineel

Getypt conceptcontract (met handgeschreven aantekeningen). 19 januari 1943 (gebaseerd op handgeschreven tekst "19/1 '43"). [Handgeschreven in rood potlood:]
Concept
19/1 '43

[Getypte tekst:]

Art. 1.

Partij ter andere zijde verplicht zich tegenover de partij ter eene zijde, op de Centrale Markt en, indien noodig, buiten die Markt in pakhuizen of andere objecten, die daartoe door partij ter eene zijde gehuurd worden, op te slaan en aldaar gedurende de in art. 2 bedoelde periode opgeslagen te houden, de door de Handelsafdeeling van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (Bureau Velders) voor den winteropslag naar de Gemeente Amsterdam te zenden en voor deze gemeente bestemde stapelproducten, te weten koolrapen, uien, wortelen en kool tot een kwantum van ongeveer 400 wagons van 10.000 kg. groenten.

Indien door de in het eerste lid genoemde afdeeling (Bureau Velders) in Den Haag meer goederen dan in het vorige lid van dit artikel bedoeld gezonden worden, zullen deze ook op de wijze, in dit artikel bedoeld, worden opgeslagen. Indien daartegen van de zijde van een of beide partijen bezwaar zal worden gemaakt, rust de beslissing bij genoemd Bureau.

De in dit artikel bedoelde goederen zullen het eigendom van partij ter andere zijde zijn, die dan ook zorg draagt voor de goederen tijdens den opslag.

Partij ter andere zijde verplicht zich, de opgeslagen groente zoo goed mogelijk te verzorgen, teneinde achteruitgang in kwaliteit zooveel mogelijk tegen te gaan en voor zoover noodig en mogelijk geleidelijk om te wisselen met nieuw aangevoerde groenten van dezelfde soort en kwaliteit.

Art. 2.

De periode gedurende welke de in art. 1 bedoelde voorraden op de Centrale Markt en in de pakhuizen in de stad aanwezig moeten zijn, loopt van 1 December 1942 tot en met 30 April 1943.

Partijen verplichten zich op 15 Februari 1943, of zooveel eerder als partijen dat gewenscht achten, met elkaar te overleggen of het, in verband met weers- of andere omstandigheden wenschelijk is, een gedeelte van den voorraad voor den verkoop vrij te geven, ook indien geen vervanging door andere stapelgroenten meer mogelijk is.

Indien op een tijdstip na 1 April 1943 partij ter andere zijde van oordeel is, dat bepaalde partijen van den voorraad van de hand gedaan moeten worden in verband met de kwaliteit of in verband met de mogelijkheid, dat bij langer aanhouden er in den handel geen afzet meer voor te vinden is, doch partij ter eene zijde meent, die voorraad nog niet voor den verkoop vrij te moeten geven, verplicht partij ter eene zijde zich, deze partijen voor den veilingprijs van dien dag over te nemen.

Art. 3.

De in art. 1 genoemde goederen, welke partij ter andere zijde in de opslagruimte, in dat artikel bedoeld, heeft opgeslagen, worden aldaar door partij ter andere zijde aan partij ter eene zijde in bewaring gegeven, waarbij partij ter eene zijde geen aansprakelijkheid aanvaardt ten aanzien van bedoelde goederen. Dit document is een juridisch-administratief ontwerp voor de logistieke afhandeling van grootschalige voedselvoorraden in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten uit de tekst:

  • Omvang: Het gaat om een aanzienlijke hoeveelheid voedsel: 400 wagons van elk 10.000 kg, wat neerkomt op 4 miljoen kilogram aan groenten (koolrapen, uien, wortelen en kool).
  • Logistiek: De opslag vindt plaats op de Centrale Markt in Amsterdam en in bijgehuurde pakhuizen.
  • Verantwoordelijkheid: Hoewel de groenten eigendom zijn van de "partij ter andere zijde" (waarschijnlijk de leverancier of het Rijksbureau), ligt de zorgplicht bij de opslaghouder. Opvallend is Art. 3, waarin de "partij ter eene zijde" (waarschijnlijk de Gemeente Amsterdam of de Centrale Markt) elke aansprakelijkheid voor de goederen afwijst zodra ze in bewaring zijn gegeven.
  • Kwaliteitsbeheer: Er is specifiek aandacht voor het "omwisselen" van voorraden om bederf tegen te gaan, wat wijst op de schaarste en het belang van het behoud van de voedselvoorraad. Dit document stamt uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd door de bezetter via organisaties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) en het daaronder vallende Bureau Velders.

De winter van 1942-1943 was een periode waarin de rantsoenering steeds nijpender werd. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de voedselvoorziening in de grote steden veilig te stellen door zogenaamde "stapelproducten" aan te leggen. Deze producten waren bedoeld om de wintermaanden te overbruggen wanneer de verse aanvoer stokte. Het document illustreert de bureaucratische en logistieke inspanningen die nodig waren om miljoenen kilo's groenten te beheren in een tijd van oorlogseconomie en schaarste. De genoemde datum (december 1942 - april 1943) valt ruim vóór de beruchte Hongerwinter (1944-1945), maar toont aan dat de systemen voor grootschalige voedselopslag toen al volledig operationeel waren.

Samenvatting

Dit document is een juridisch-administratief ontwerp voor de logistieke afhandeling van grootschalige voedselvoorraden in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten uit de tekst:

  • Omvang: Het gaat om een aanzienlijke hoeveelheid voedsel: 400 wagons van elk 10.000 kg, wat neerkomt op 4 miljoen kilogram aan groenten (koolrapen, uien, wortelen en kool).
  • Logistiek: De opslag vindt plaats op de Centrale Markt in Amsterdam en in bijgehuurde pakhuizen.
  • Verantwoordelijkheid: Hoewel de groenten eigendom zijn van de "partij ter andere zijde" (waarschijnlijk de leverancier of het Rijksbureau), ligt de zorgplicht bij de opslaghouder. Opvallend is Art. 3, waarin de "partij ter eene zijde" (waarschijnlijk de Gemeente Amsterdam of de Centrale Markt) elke aansprakelijkheid voor de goederen afwijst zodra ze in bewaring zijn gegeven.
  • Kwaliteitsbeheer: Er is specifiek aandacht voor het "omwisselen" van voorraden om bederf tegen te gaan, wat wijst op de schaarste en het belang van het behoud van de voedselvoorraad.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd door de bezetter via organisaties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) en het daaronder vallende Bureau Velders.

De winter van 1942-1943 was een periode waarin de rantsoenering steeds nijpender werd. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de voedselvoorziening in de grote steden veilig te stellen door zogenaamde "stapelproducten" aan te leggen. Deze producten waren bedoeld om de wintermaanden te overbruggen wanneer de verse aanvoer stokte. Het document illustreert de bureaucratische en logistieke inspanningen die nodig waren om miljoenen kilo's groenten te beheren in een tijd van oorlogseconomie en schaarste. De genoemde datum (december 1942 - april 1943) valt ruim vóór de beruchte Hongerwinter (1944-1945), maar toont aan dat de systemen voor grootschalige voedselopslag toen al volledig operationeel waren.

Gerelateerde Documenten 4