Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 184
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift (doorslag/kopie) van een officieel gemeentelijk besluit.

Origineel

Afschrift (doorslag/kopie) van een officieel gemeentelijk besluit. [Linksboven stempels en handgeschreven nummers:]
No 34/65/164 M. 1942 0/b
Afschrift
No. 223 L. M. 42 / 193

[Midden boven: Rijkswapen / Stadswapen Amsterdam]

[Rechtsboven: handgeschreven paraaf in rood en zwart potlood/pen doorgehaald]

De BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Heeft goedgevonden de aan Leendert Boas, geboren 7 Juni 1879,
wonende Lazarussteeg 6 II, bij beschikking dd. 6 Januari 1940, no. 764
L.M. verleende vergunning tot het innemen van een vaste standplaats, ten
verkoop van fruit , op den openbaren weg, de Markensteeg op den voetweg,
voor den zijgevel van perceel Jodenbreestraat 81, bij deze, gerekend te
zijn ingegaan 13 Januari 1942, in te trekken.

GM

Amsterdam, 5 Juni 1942.
De Burgemeester voornoemd,
get. Voûte

De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken * Administratieve uitsluiting: Het document is een formeel besluit om de marktvergunning van Leendert Boas in te trekken. Het is een voorbeeld van de bureaucratische wijze waarop de bezetter en de collaborerende overheid Joodse burgers uit het openbare en economische leven weerden.
* Locatie: De genoemde locaties (Lazarussteeg, Markensteeg, Jodenbreestraat) bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.
* Terugwerkende kracht: De intrekking wordt op 5 juni 1942 vastgesteld, maar gaat met terugwerkende kracht in op 13 januari 1942. Dit suggereert dat de handel feitelijk al eerder was gestopt of verboden.
* Ondertekening: Het besluit is genomen onder de verantwoordelijkheid van Edward Voûte, de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam, die bekend stond om zijn verregaande medewerking aan anti-Joodse maatregelen. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de 'ontjoodsing' van de Amsterdamse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 vaardigde de bezetter een reeks verordeningen uit die het Joden verbood om straathandel te drijven of markten te bezoeken. Voor veel kleine zelfstandigen in de Joodse buurt, zoals fruithandelaar Leendert Boas, betekende dit het verlies van hun enige bron van inkomsten en een verdere stap in hun isolatie.

Uit archiefonderzoek blijkt dat Leendert Boas de oorlog niet heeft overleefd. Hij werd gedeporteerd en is op 9 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. De intrekking van deze vergunning markeert het begin van het proces van onteigening en uitsluiting dat uiteindelijk leidde tot zijn deportatie en dood.

Samenvatting

  • Administratieve uitsluiting: Het document is een formeel besluit om de marktvergunning van Leendert Boas in te trekken. Het is een voorbeeld van de bureaucratische wijze waarop de bezetter en de collaborerende overheid Joodse burgers uit het openbare en economische leven weerden.
  • Locatie: De genoemde locaties (Lazarussteeg, Markensteeg, Jodenbreestraat) bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.
  • Terugwerkende kracht: De intrekking wordt op 5 juni 1942 vastgesteld, maar gaat met terugwerkende kracht in op 13 januari 1942. Dit suggereert dat de handel feitelijk al eerder was gestopt of verboden.
  • Ondertekening: Het besluit is genomen onder de verantwoordelijkheid van Edward Voûte, de door de Duitse bezetter aangestelde burgemeester van Amsterdam, die bekend stond om zijn verregaande medewerking aan anti-Joodse maatregelen.

Historische Context

Dit document vormt een tastbaar bewijs van de 'ontjoodsing' van de Amsterdamse economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 vaardigde de bezetter een reeks verordeningen uit die het Joden verbood om straathandel te drijven of markten te bezoeken. Voor veel kleine zelfstandigen in de Joodse buurt, zoals fruithandelaar Leendert Boas, betekende dit het verlies van hun enige bron van inkomsten en een verdere stap in hun isolatie.

Uit archiefonderzoek blijkt dat Leendert Boas de oorlog niet heeft overleefd. Hij werd gedeporteerd en is op 9 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. De intrekking van deze vergunning markeert het begin van het proces van onteigening en uitsluiting dat uiteindelijk leidde tot zijn deportatie en dood.

Locaties

De genoemde locaties (Lazarussteeg Markensteeg Jodenbreestraat) bevonden zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6