Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 279
Jaar 1942
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam.

12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942).

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van de Burgemeester van Amsterdam. 12 mei 1942 (met terugwerkende kracht tot 13 januari 1942). [Linksboven, gestempeld/getypt:]
Nº 39/65/89 [handgeschreven:] 28/5
Afschrift
No. 223 L. M. 1942.

[Midden, stadswapen van Amsterdam]

[Rechtsboven, handgeschreven parafen:]
Mu
[onleesbaar]

DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM,

Heeft goedgevonden de aan
Mozes K r a m m e r,
wonende Lepelstraat 32 hs., bij beschikking d.d. 17 Mei 1940,
No.5/93 L.M.-1940 verleende vergunning tot het innemen van een
vaste standplaats ten verkoop van zuurwaren op den openbaren weg,
den rijweg van de Nieuwe Kerkstraat, voor perceel Nieuwe Kerk-
straat 88, bij deze, gerekend te zijn ingegaan 13 Januari 1942,
in te trekken.
VM

Amsterdam, 12 MEI 1942 [datumstempel]

De Burgemeester voornoemd,
(get) Voûte [paars getypt]

de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paars getypt]

[Linksonder:]
K 350 Dit document is een administratieve verordening waarmee een eerder verleende marktvergunning wordt ingetrokken. Het betreft Mozes Krammer, die een standplaats had in de Nieuwe Kerkstraat (nabij nummer 88) voor de verkoop van "zuurwaren" (zoals augurken en uien).

Opvallend is dat de oorspronkelijke vergunning werd verleend op 17 mei 1940, slechts enkele dagen na de Nederlandse capitulatie. De intrekking in mei 1942 gebeurt met terugwerkende kracht tot januari 1942. Het document is ondertekend (in afschrift) door de toenmalige regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld. Dit document vormt een tastbaar bewijs van de systematische economische uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook wel bekend als de "Entjudung" van het economisch leven.

Mozes Krammer (vaak gespeld als Kramer) was een Joodse Amsterdammer. De Lepelstraat, waar hij woonde, lag in het hart van de Joodse buurt. De verkoop van zuurwaren op straat was een typisch Joods beroep in Amsterdam. Vanaf 1941 voerden de bezetter en het collaborerende stadsbestuur steeds strengere regels in om Joden uit het openbare en economische leven te bannen. In het voorjaar van 1942, de periode van dit document, werden bijna alle overgebleven vergunningen voor Joodse straathandelaren ingetrokken. Dit was een directe voorbode van de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 zouden beginnen.

Samenvatting

Dit document is een administratieve verordening waarmee een eerder verleende marktvergunning wordt ingetrokken. Het betreft Mozes Krammer, die een standplaats had in de Nieuwe Kerkstraat (nabij nummer 88) voor de verkoop van "zuurwaren" (zoals augurken en uien).

Opvallend is dat de oorspronkelijke vergunning werd verleend op 17 mei 1940, slechts enkele dagen na de Nederlandse capitulatie. De intrekking in mei 1942 gebeurt met terugwerkende kracht tot januari 1942. Het document is ondertekend (in afschrift) door de toenmalige regeringscommissaris/burgemeester Edward Voûte, die door de Duitse bezetter was aangesteld.

Historische Context

Dit document vormt een tastbaar bewijs van de systematische economische uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook wel bekend als de "Entjudung" van het economisch leven.

Mozes Krammer (vaak gespeld als Kramer) was een Joodse Amsterdammer. De Lepelstraat, waar hij woonde, lag in het hart van de Joodse buurt. De verkoop van zuurwaren op straat was een typisch Joods beroep in Amsterdam. Vanaf 1941 voerden de bezetter en het collaborerende stadsbestuur steeds strengere regels in om Joden uit het openbare en economische leven te bannen. In het voorjaar van 1942, de periode van dit document, werden bijna alle overgebleven vergunningen voor Joodse straathandelaren ingetrokken. Dit was een directe voorbode van de grootschalige deportaties die in de zomer van 1942 zouden beginnen.

Gerelateerde Documenten 6