Handgeschreven zakelijke brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief (verzoekschrift). 17 april 1942. D. Porcelijn. Amsterdam 17 April 1942.
D. Porcelijn [met blauwe krul onderstreept]
Mijnheer
Bij deze verzoek ik U beleefd mij in aanmerking te
doen komen voor de distributie in gerookte aal, en andere
gerookte gedroogde en gezouten vissoorten
Bij voorbaat dankend verblijf ik
Hoogachtend D. Porcelijn. P.O.
[Links onderaan:]
D. Porcelijn
Retiefstr. 16 III
Staanplaats Waterlooplein (vis) Het document is een formeel verzoek gericht aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Distributiedienst). De schrijver, D. Porcelijn, vraagt om opgenomen te worden in de officiële distributieketen voor gerookte, gedroogde en gezouten vis. De brief is geschreven op gelinieerd papier en getuigt van een zakelijke, beleefde toon. De vermelding van de "Staanplaats Waterlooplein" duidt op een marktkoopman die zijn nering tracht voort te zetten onder het strenge regime van rantsoenering en distributie dat tijdens de Duitse bezetting van kracht was. Het handschrift is duidelijk en de afzender gebruikt een blauw kleurpotlood voor de accentuering van zijn naam in de kop. De brief dateert uit april 1942, een periode waarin de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam door de Duitse bezetter werd gemaximaliseerd. De afzender, David Porcelijn (1906-1942), woonde in de Retiefstraat in de Transvaalbuurt, een wijk waar veel Joden woonden. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse markthandel.
Dit document is historisch wrang: terwijl Porcelijn probeert via officiële weg zijn handel veilig te stellen, werden Joodse ondernemers in diezelfde periode stelselmatig uit het economische leven geweerd. Slechts enkele weken na het schrijven van deze brief werd het dragen van de Jodenster verplicht (3 mei 1942). Uit oorlogsarchieven blijkt dat David Porcelijn later dat jaar is weggevoerd; hij kwam in september 1942 om het leven in Auschwitz. De brief vormt hiermee een tastbare herinnering aan de pogingen van een individu om een normaal bestaan te behouden in een tijd van toenemende vervolging.