Archiefdocument
Origineel
15 juni 1942. W.A. van Leeuwen, Vasco da Gamastraat 18 II, Amsterdam (West). De "Heeren der Commissie" (vermoedelijk een distributie- of handelscommissie voor de visserij). 15 Juni ’42.
Weledele Heer,
Heeren der Commissie.
Hiermede wil ik u een voorstel doen toe komen. U weet dat ik een schoonzoon van den heer J.F. Vaficanie ben. Zijn zoon en ik zijn bij hem werkzaam geweest en nooit anders gedaan dan voor hem visch gekocht, schoongemaakt of gebakken en bezorgt. Nu is aan mijn schoonvader een dubbelen toewijziging voor garn, en zoetwater visch verstrekt, maar ook zijn zoon die toch even veel rechten heeft als ik. Waarom wordt hem een dubbelen toewijziging verstrekt en mij niets. Daarom een voorstel om ons allebei een enkele toewijziging te geven. Wij waren voor een paar maanden geleden overeen gekomen om alles samen te doen maar toen kreeg hij zijn toewijziging en ik niet, toen wilde hij wel noordzee visch samen maar geen zoetwater visch meer met me deelen, nu u begrijpt zelf wel dat ik nu liever voor me zelf sta dan op zoon manier behandelt te willen worden. Mijn schoonvader had bij u wel gezegd dat hij zijn toewijziging aan zijn dochter zoude geven maar ik heb tot nogtoe niets gekregen daar hij ook niets anders te verdienen heeft als dat wat hij zoo van de krijgt. Ik deze brief voor ik hem schreef nog met enkele Commissie leden besproken en misschien willen deze heeren een paar woorden u toelichten wat ik misschien vergeten ben. Daar zij mij aanraden om naar u te schrijven. In afwachting
W.A. van Leeuwen
Vasco da Gamastraat 18 II
A’dam (W.) * Inhoud: De schrijver, W.A. van Leeuwen, beklaagt zich over de verdeling van visquota (toewijzigingen) binnen zijn familiebedrijf. Hij werkt voor zijn schoonvader (J.F. Vaficanie), net als diens zoon. Terwijl de schoonvader en de zoon dubbele toewijzigingen hebben ontvangen voor garnalen en zoetwatervis, heeft Van Leeuwen niets gekregen. Hij stelt voor om de toewijzigingen eerlijker te verdelen (ieder een enkele), omdat de samenwerking met zijn zwager is stukgelopen nadat deze weigerde de zoetwatervis nog langer te delen.
* Taal en Stijl: De brief is geschreven in een zakelijke maar dringende toon. Het taalgebruik bevat enkele archaïsche spellingen en grammaticale eigenaardigheden ("toewijziging" in plaats van toewijzing, "op zoon manier" in plaats van op zo’n manier), wat typerend is voor de tijdsperiode en het opleidingsniveau van de opsteller.
* Kernpunt: Het document legt een persoonlijk zakelijk conflict bloot dat is ontstaan door de schaarste en de bureaucratische regels tijdens de bezettingsjaren. * Historische context: Juni 1942. Nederland is bezet door nazi-Duitsland. De handel in levensmiddelen, waaronder vis, was strikt gereguleerd via een systeem van vergunningen en toewijzingen om de distributie te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan.
* Sociaal-economisch: De brief illustreert hoe overlevingsstrategieën binnen families onder druk kwamen te staan door de beperkte beschikbaarheid van handelswaren. Toewijzingen waren letterlijk van levensbelang voor het inkomen van een gezin. De Vasco da Gamastraat in Amsterdam-West (de Baarsjes) was een typische volksbuurt waar veel kleine zelfstandigen woonden.
* Administratieve achtergrond: De stempels en de groene markering suggereren dat de brief formeel in behandeling is genomen door een overheidsinstantie die verantwoordelijk was voor de verdeling van visquota. J.F. Vaficanie W.A. van Leeuwen