Archiefdocument
Origineel
27 augustus 1942 Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam [Briefhoofd]
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
2e Adelheidstraat 300.
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. Verdeeling
BETREFFENDE L. Jansen,
Amsterdam.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 19892/Verd./Vij.
BIJLAGEN STUKS, T.W.:
Den Heer Directeur van het Marktwezen.
Jan van Galenstraat.
AMSTERDAM.-
'S-GRAVENHAGE, 27 Augustus 1942.
[Stempel: No 46A/556/1 M. 1942]
[Lichaam van de brief]
Ter bevestiging van het telefonisch onderhoud met een van onze ambtenaren op 24 dezer, deelen wij U mede, dat L. Jansen te Amsterdam alleen van die afslagen visch kan ontvangen, waar hij op eigen naam een toewijzing heeft. In casu betreft dit Den Helder en Volendam.
Uiteraard dient de toezending van visch via Uw afslag te geschieden.
Voorts deelen wij U mede, dat Jansen voornoemd, voorheen van verschillende groothandelaren betrok, hetgeen thans ingevolge het 2e Uitvoeringsbesluit niet kan worden toegestaan. In verband hiermede komt het ons gewenscht voor, hem op Uw afslag voor een toewijzing van 200 kg. in aanmerking te doen komen.
Zooals overeengekomen, zal deze toewijzing ingaan op Maandag 24 Augustus j.l.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Onleesbare handtekening over stempel]
[Handgeschreven aantekeningen linkerzijde]
Volgens Th. de Haan
is toewijz. Den Helder +
V'dam elk 1/2 (v. 100)
(47 kg op de 100)
L. Jansen heeft
vroeger een groote
omzet gehad.
[Handgeschreven aantekening linksonder, rood]
v.d. Vrijdag 18-9-42
m. c. behandelen.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsonder]
Th. Inspecteur
(de Vries)
Verkoopt L. Jansen
visch op de Lindengracht
En houdt hij met zijn
toewijzing Volendam
ook op de V.M. ?
Jha
23/9 42 Dit document illustreert de stringente overheidscontrole op de voedseldistributie in het bezette Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Centraal staat het dossier van de vishandelaar L. Jansen uit Amsterdam.
Vanwege het "2e Uitvoeringsbesluit" (onderdeel van de bezettingswetgeving ter regulering van de markt) mag Jansen niet langer vis betrekken van diverse groothandelaren. Hij wordt gedwongen te werken via een officieel toewijzingssysteem op basis van specifieke afslagen (Den Helder en Volendam). De brief is een formeel verzoek van de Visscherijcentrale aan het Amsterdamse Marktwezen om Jansen een vaste toewijzing van 200 kg vis te verlenen via de Amsterdamse afslag.
De handgeschreven marginaal-notities tonen de ambtelijke controle:
1. Er wordt gekeken naar zijn historische omzet ("vroeger een groote omzet gehad").
2. Er wordt getoetst of hij zich aan de regels houdt: verkoopt hij inderdaad op de Lindengracht (markt) en wordt zijn toewijzing voor Volendam ook daadwerkelijk gebruikt voor de "V.M." (waarschijnlijk de Vischmarkt)? De Nederlandsche Visscherijcentrale was tijdens de bezetting het centrale orgaan dat toezag op de vangst en distributie van vis. Dit was noodzakelijk omdat een groot deel van de vangst gevorderd werd voor de Duitse Wehrmacht of voor export naar Duitsland, terwijl de resterende voorraad voor de Nederlandse bevolking strikt gerantsoeneerd moest worden.
De genoemde Jan van Galenstraat in Amsterdam was de locatie van de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de voedselvoorziening voor de hoofdstad. Ambtenaren zoals de in de kantlijn genoemde "Inspecteur de Vries" moesten toezien op de naleving van de distributieregels om de zwarte handel te beperken. De referentie naar de Lindengracht verwijst naar de bekende Amsterdamse marktplaats waar Jansen zijn handel dreef. L. Jansen Marktwezen Wehrmacht