Handgeschreven brief met administratieve stempels en kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve stempels en kanttekeningen. 21 september 1942. A. de Bruijn, Noordeinde 113, Monnickendam. De "Heer Directeur" (vermoedelijk van een visafslag of regionaal distributiebureau). [Stempel linksboven:] Nº 46a/610/1
[Stempel midden boven:] M. 1942 22/9
[Handgeschreven midden boven:] 3/
[Handgeschreven in linker marge, schuin:]
gevraagd
gegevens
overleggen
welke marktplaats
6-10-42
deBoer
[Handgeschreven rechtsboven de aanhef:]
niet verschenen HD
Monnickendam 21 Sept 42
Geachte Heer Directeur
Langs dezen weg wilde ik u, naar aanleiding van het onderhoud met u gehad hebbende op Maandag 21 Sept verzoeken, om een algeheele toewijzing van visch en mosselen.
Daar ik tot nog toe nog geen gelegenheid heb gehad om me te melden, daar ik 6 maanden gevangenisstraf heb gehad.
Ik ben zooals u wel, uit de boeken op de vischmarkt kunt constateeren sedert jaren een geregelde afnemer geweest, van allerlei soorten visch. o.a. gerookte gestoomde en mosselen.
Gaarne, Heer Directeur zou ik van u een gunstig antwoord tegemoet zien waarvoor bij voorbaat reeds mijn hartelijke dank.
In afwachting
Hoogachtend
A de Bruijn
Noordeinde 113
Monnickendam De kern van deze brief is een formeel verzoek van A. de Bruijn om een "algeheele toewijzing" van vis en mosselen te verkrijgen. De schrijver probeert zijn handelspositie te herstellen na een afwezigheid van zes maanden vanwege een gevangenisstraf. Hij voert zijn jarenlange staat van dienst als vaste afnemer op de vismarkt aan als bewijs van zijn recht op toewijzing.
De ambtelijke kanttekeningen in de marge ("gevraagd gegevens overleggen welke marktplaats") wijzen erop dat de aanvraag in behandeling is genomen, maar dat er meer specificatie nodig was over waar de verkoop precies plaatsvond. De notitie "niet verschenen" suggereert dat een vervolgafspraak of oproep mogelijk niet is nagekomen door de afzender. Dit document biedt een inkijkje in de economische ordening van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (september 1942). Vanwege de oorlogsschaarste was de handel in levensmiddelen zoals vis strikt gereguleerd via een systeem van vergunningen en toewijzingen. Zonder officiële toewijzing kon een handelaar niet legaal inkopen.
De vermelding van de gevangenisstraf is significant; in oorlogstijd konden dergelijke straffen voortvloeien uit reguliere criminaliteit, maar ook uit overtredingen van de complexe distributiewetten (zwarte handel) of politieke redenen. Voor een kleine ondernemer als De Bruijn was de bureaucratische weg de enige manier om na detentie zijn legale broodwinning weer op te pakken. De brief illustreert de kwetsbaarheid van individuele burgers tegenover het ambtelijk apparaat in bezettingstijd. A. de Bruijn