Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 389
Dossier 104
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven memo of dossiernotitie, waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam.

12 oktober 1942 (stempel) en 23 oktober 1942 (handgeschreven afhandeling). Dossier: 46

Origineel

Handgeschreven memo of dossiernotitie, waarschijnlijk afkomstig uit de administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam. 12 oktober 1942 (stempel) en 23 oktober 1942 (handgeschreven afhandeling). J. a. Gijsderver
S. Gijsderver
Goudsbl. str. 10

Hebben vorig jaar matsele [matses]
gehad. Waarom dit jaar niet.

[In andere hand/inkt:]
Hebben kaart gekregen
K.P. [Paraaf]

[Stempel:] 12 OCT. 1942

[Rechtsonder, schuin geschreven:]
afgedaan
23-10-'42
Dekker

[Stempel onderaan:]
Nº 46ª/792/1 M. 1942 27/w Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek of klacht van de familie Gijsderver. De hoofdvraag luidt waarom zij "dit jaar" geen "matsele" (een fonetische of dialectische spelling van matses, het ongedesemde brood voor Pesach) hebben ontvangen, terwijl dit het voorgaande jaar wel het geval was.

Hoewel de datum (oktober) ruim na het Pesach-feest (april 1942) valt, kan de notitie duiden op een late klacht over een gemiste verstrekking, of wellicht een verzoek om op de lijst voor het volgende jaar gezet te worden. Gezien de datum kan "matsele" echter ook een verschrijving zijn voor een ander schaars goed (zoals winterhulp of kolen), maar de term "matses" ligt in een Joodse context het meest voor de hand.

De administratieve gang van zaken is duidelijk zichtbaar:
1. 12 oktober 1942: Het verzoek wordt genoteerd en gestempeld.
2. Tussentijdse actie: Er wordt genoteerd dat de betrokkenen inmiddels een "kaart" (waarschijnlijk een toewijzingskaart of bon) hebben gekregen.
3. 23 oktober 1942: Een ambtenaar genaamd Dekker tekent het document af als "afgedaan". De familie op dit document kan worden geïdentificeerd als Jacob Gijsderver (geboren 1883) en zijn echtgenote Sara Gijsderver-van Praag (geboren 1880), die inderdaad op de Goudsbloemstraat 10 in Amsterdam woonden.

Het document biedt een schrijnend inkijkje in de "normale" bureaucratie van de Joodse Raad in 1942. Terwijl de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in volle gang waren, hield de Joodse Raad zich nog steeds bezig met de kleinschalige distributie van hulpmiddelen en religieuze benodigdheden. Het archief van de Joodse Raad zit vol met dergelijke notities van mensen die probeerden hun recht op basisbehoeften of tradities te behouden te midden van de vervolging.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Jacob als Sara Gijsderver in 1943 in Auschwitz zijn vermoord. Dit kleine stukje papier is een van de laatste tastbare bewijzen van hun bestaan en hun poging om aanspraak te maken op datgene waar ze recht op dachten te hebben. J. a. Gijsderver en S. Gijsderver. Winterhulp

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek of klacht van de familie Gijsderver. De hoofdvraag luidt waarom zij "dit jaar" geen "matsele" (een fonetische of dialectische spelling van matses, het ongedesemde brood voor Pesach) hebben ontvangen, terwijl dit het voorgaande jaar wel het geval was.

Hoewel de datum (oktober) ruim na het Pesach-feest (april 1942) valt, kan de notitie duiden op een late klacht over een gemiste verstrekking, of wellicht een verzoek om op de lijst voor het volgende jaar gezet te worden. Gezien de datum kan "matsele" echter ook een verschrijving zijn voor een ander schaars goed (zoals winterhulp of kolen), maar de term "matses" ligt in een Joodse context het meest voor de hand.

De administratieve gang van zaken is duidelijk zichtbaar:
1. 12 oktober 1942: Het verzoek wordt genoteerd en gestempeld.
2. Tussentijdse actie: Er wordt genoteerd dat de betrokkenen inmiddels een "kaart" (waarschijnlijk een toewijzingskaart of bon) hebben gekregen.
3. 23 oktober 1942: Een ambtenaar genaamd Dekker tekent het document af als "afgedaan".

Historische Context

De familie op dit document kan worden geïdentificeerd als Jacob Gijsderver (geboren 1883) en zijn echtgenote Sara Gijsderver-van Praag (geboren 1880), die inderdaad op de Goudsbloemstraat 10 in Amsterdam woonden.

Het document biedt een schrijnend inkijkje in de "normale" bureaucratie van de Joodse Raad in 1942. Terwijl de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen in volle gang waren, hield de Joodse Raad zich nog steeds bezig met de kleinschalige distributie van hulpmiddelen en religieuze benodigdheden. Het archief van de Joodse Raad zit vol met dergelijke notities van mensen die probeerden hun recht op basisbehoeften of tradities te behouden te midden van de vervolging.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat zowel Jacob als Sara Gijsderver in 1943 in Auschwitz zijn vermoord. Dit kleine stukje papier is een van de laatste tastbare bewijzen van hun bestaan en hun poging om aanspraak te maken op datgene waar ze recht op dachten te hebben.

Genoemde Personen 1

Locaties

Goudsbloemstraat 10 Amsterdam.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Brandstof Huishoudelijk: Kolen Kruidenier (Droog): Bloem Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Winterhulp

Gerelateerde Documenten 2