Archiefdocument
Origineel
15 augustus 1941. Nº 77/36/5 M. 1941 ²⁵/₈
No.53/15 L.M.1941 Straf bezoeker Centrale Markt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Vrijdag 15 Augustus 1941.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen;
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 8 Augustus 1941, No.77/36/5 M;
Gelet op art.35 2e lid van het Reglement op de Centrale Markt;
B e s l u i t :
K.A.J.Smit, Admiraal de Ruijterweg 164 hs alhier wegens diefstal van een kist op de Centrale Markt bij herhaling gepleegd, alsmede wegens zijn poging, nadat hem door den Directeur van het Marktwezen de toegang tot die markt was ontzegd, een marktbezoeker over te halen tot het afleggen van een valsche verklaring, met ingang van 19 Augustus 1941 te straffen met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor onbepaalden termijn.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (5 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks).
Ho.
[paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een officieel uittreksel van een strafmaatregel opgelegd door het bestuur van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de permanente verbanning van een burger, K.A.J. Smit, van het terrein van de Centrale Markt (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat).
De redenen voor deze zware maatregel zijn tweeledig:
1. Recidive van diefstal: De betrokkene heeft herhaaldelijk kisten gestolen op de markt.
2. Beïnvloeding van getuigen: Nadat hem de toegang al eerder was ontzegd, heeft hij geprobeerd een andere marktbezoeker aan te zetten tot het afleggen van een valse verklaring (meinede of uitlokking daarvan).
De straf gaat in op 19 augustus 1941 en geldt voor "onbepaalden termijn", wat in de praktijk neerkomt op een levenslang verbod zolang de verordening van kracht bleef. Opvallend is de gedetailleerde vermelding van de betrokken gemeentelijke afdelingen (waaronder zelfs de afdeling 'Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen'), wat duidt op de bureaucratische controle in die periode. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In maart 1941 hadden de Duitse autoriteiten de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen. Er werd een 'Regeeringscommissaris' (feitelijk een regeringscommissaris-burgemeester) aangesteld, Edward Voûte, die direct onder het gezag van de bezetter stond.
De Centrale Markthallen vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Tijdens de oorlogsjaren heerste er toenemende schaarste en was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd via een bonnensysteem. Diefstal op de markt werd daarom niet alleen gezien als een regulier misdrijf, maar als een ondermijning van de door de overheid gecontroleerde voedselvoorziening. De autoriteiten traden hiertegen zeer streng op om de orde op de marktplaats te handhaven en zwarte handel of ontregeling van de distributie te voorkomen.