Ambtsverslag / Rapport van bevindingen (proces-verbaal).
Origineel
Ambtsverslag / Rapport van bevindingen (proces-verbaal). (Pagina 1)
doperwten à f 0,60 en 2 zakjes Tuinboonen à f 0,50 per kilo. Vervolgens hoorde ik A.H. van Hilten, die mij verklaarde, wat groenten en fruit aan Schultz te hebben verkocht omreden hij te weinig had om op de Albert Cuypstraat uit te stallen, doch beweerde niet over den prijs gesproken te hebben. Daarna hoorde ik de inmiddels in het pakhuis gekomen P. van Hilten, voornoemd, die mij verklaarde, dat de in het pakhuis aanwezige groenten gedeeltelijk aan hem en gedeeltelijk aan zijn zoon A.H. van Hilten toebehoorde, doch dat hij niets wist van hetgeen zijn zoon deed. Dit is zeer onwaarschijnlijk, daar bovengenoemde A. van Hilten in dienst is bij P. van Hilten. Ik rapporteur, heb vervolgens met assistentie van twee agenten van Politie de nog in het pakhuis aanwezige groenten en fruit door P. van Hilten op zijn marktplaats in de Albert Cuypstraat tegen de thans geldende detaillistenprijs doen verkoopen.
Amsterdam, 27 Juni 1942,
De ambtenaar voornoemd,
(getekend) G.L. Leijsman
Op Maandag 29 Juni 1942, werd door mij op de Centrale Markt gehoord, een persoon, die ik op Zaterdag 27 Juni 1942, met een driewielig transportje uitschot groenten uit het pakhuis van van Hilten, Govert Flinckstraat 34, heb zien komen. Bedoelde persoon gaf mij desgevraagd op te zijn genaamd: B.W. Grobhedde (H-80952), wonende Wag. Brakelstraat 36 III te Amsterdam en verklaarde mij op Zaterdag 27 Juni 1942 bij A.H. van Hilten te hebben gekocht 140 bloemkoolen à f 0,25 en 15 zakken peulen à f 0,75 per kilo.
(getekend) G.L. Leijsman
Marginale aantekeningen (in potlood en pen):
Linksboven: U.i. Van Hilten v Schultz en Grobheide 14 dagen straffen wegens indirect verstoren orde op de markt.
Midden links: Voorstel aan Burg. voor onbep. tijd.
Onderaan links: Voorloopig door Dir. uitgesloten in afwachting onderzoek Prijsbeheersing. Dit document is een verslag van een opsporingsambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of controleur van de prijsbeheersing) die onderzoek doet naar onregelmatigheden in de groentehandel. De kern van de zaak is dat de familie Van Hilten ervan wordt verdacht buiten de officiële kanalen om ("zwarte handel") partijen doperwten, tuinbonen en bloemkool te hebben verkocht aan tussenhandelaren zoals Schultz en Grobhedde.
Opvallend is de verklaring van P. van Hilten (de vader), die beweert niets te weten van de handel van zijn zoon, hoewel de zoon bij hem in dienst is. De ambtenaar merkt droogjes op dat dit "zeer onwaarschijnlijk" is. Als directe sanctie worden de nog aanwezige goederen onder politietoezicht tegen de officieel vastgestelde detaillistenprijs verkocht op de Albert Cuypmarkt, om te voorkomen dat er overwinsten worden gemaakt. Het document dateert uit juni 1942, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in Nederland toenam en de Duitse bezetter strikte prijscontroles had ingevoerd via de "Gemachtigde voor de Prijzen". Handelaren probeerden deze regels vaak te omzeilen om hogere winsten te behalen op de zwarte markt.
De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een cruciaal handelspunt. De straffen die in de kantlijn worden voorgesteld (uitsluiting van de markt en tussenkomst van de burgemeester) waren zware sancties voor marktkooplieden, omdat dit hen direct van hun levensonderhoud beroofde. De zaak werd bovendien doorgeleid naar de dienst "Prijsbeheersing", die belast was met het bestrijden van prijsopdrijving in oorlogstijd.