Officiële kennisgeving/strafbeschikking.
Origineel
Officiële kennisgeving/strafbeschikking. 6 juli 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen Amsterdam). VB/HB.
den Heer A. M. van Hilten,
Govert Flinckstraat 252 hs,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
77/49/2 W. 6 Juli 1942.
[handgeschreven: Extra]
Mij is gerapporteerd, dat U op 27 Juni j.l. buiten de Centra-
le Markt onrechtmatig groothandel heeft uitgeoefend in groenten en
fruit, waarbij U zich bovendien heeft schuldig gemaakt aan overschrij-
ding der maximumprijzen. In verband met het onbevoegd uitoefenen
van den groothandel heb ik U, met ingang van Woensdag 8 Juli a.s.,
ingevolge het bepaalde in artikel 35 van het Reglement op de Centrale
Markt, wegens het indirect verstoren van de orde, gestraft met ont-
neming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van 14
dagen, terwijl aan den Burgemeester de vraag zal worden voorgelegd
of U voor langeren tijd moet worden uitgesloten.
De Directeur, Deze brief is een disciplinaire maatregel tegen een handelaar, A.M. van Hilten. De kern van de zaak is een overtreding van de marktrestricties tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De geadresseerde wordt beschuldigd van twee feiten:
1. Onrechtmatige groothandel: Het buiten de officiële kanalen (de Centrale Markt) verhandelen van groenten en fruit.
2. Overschrijding van maximumprijzen: Het verkopen van goederen boven de wettelijk vastgestelde prijs, wat in oorlogstijd werd gezien als zwarte handel of prijsopdrijving.
De opgelegde straf is een tijdelijk marktverbod van 14 dagen. De directeur van de markt baseert zich hiervoor op het marktreglement (artikel 35) onder de noemer "indirect verstoren van de orde". Er wordt gedreigd met een zwaardere straf (langdurige uitsluiting), waarover de Burgemeester van Amsterdam nog moet beslissen. Het document dateert van juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het cruciale knooppunt voor de verdeling van versproducten.
Om schaarste te beheersen en inflatie tegen te gaan, stelde de overheid (onder toezicht van de bezetter) maximumprijzen vast. Handel buiten de markt om ("buiten de Centrale Markt") was een vorm van grijze of zwarte handel, omdat men zo de prijscontroles en de officiële distributie omzeilde.
De burgemeester van Amsterdam in 1942 was de pro-Duitse E.J. Voûte. Het feit dat de beslissing over een langdurig verbod bij hem werd neergelegd, onderstreept de politieke en economische ernst die men aan dergelijke "economische delicten" toekende tijdens de bezettingsjaren. Voor een handelaar betekende een toegangsverbod tot de markt vaak het einde van zijn legale inkomstenbron. A.M. van Hilten E.J. Vo M. van Hilten