Getypt schrijven (doorslag), administratieve aanzegging.
Origineel
Getypt schrijven (doorslag), administratieve aanzegging. 4 september 1942. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). [Bovenaan rechts in rood potlood:] H. Brouwer
[Rechtsboven getypt:] HB.
[Links in rood potlood:] Veenman 1/13
[Adressering:]
den Heer A.J. van Hulsen,
1e Van der Helststraat 43 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
77/65/2 M.
4 September 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op de Centrale Markt heeft
schuldig gemaakt aan vervalsching van emballagebonnen,
In verband met dit feit heb ik U, zulks ingevolge het be-
paalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt,
gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor
den tijd van veertien dagen, namelijk van Maandag 7 tot en met Zater-
dag 19 September a.s., terwijl aan den Burgemeester de vraag ter
beoordeeling zal worden voorgelegd of U voor langeren tijd behoort
te worden uitgesloten.
De Directeur, Dit document betreft een officiële strafmaatregel opgelegd door de directie van de Centrale Markt in Amsterdam aan een individuele handelaar of bezoeker. De taal is formeel en autoritair. De kern van het vergrijp is "vervalsching van emballagebonnen". Emballagebonnen waren in die tijd cruciaal voor de administratie van herbruikbare verpakkingen (zoals kisten en zakken), die vanwege de oorlogsschaarste zeer waardevol waren.
De straf is tweeledig:
1. Een directe ontzegging van de toegang tot de markt voor een periode van 14 dagen.
2. Een dreiging met een permanente of langdurige uitsluiting, waarover de Burgemeester moet beslissen.
De handgeschreven aantekeningen in rood potlood zijn typisch voor de ambtelijke werkwijze van die tijd; ze verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar of de archiefplaatsing van het stuk. Het document is opgesteld in september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel. De Centrale Markt was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
Fraude met bonnen werd in de oorlogsjaren gezien als een economisch delict dat de stabiele voedselvoorziening in gevaar bracht. Dergelijke zaken werden daarom hoog opgenomen; dat de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) zich persoonlijk over een langere uitsluiting moest buigen, onderstreept de ernst die aan dit vergrijp werd toegekend. Voor een marktkoopman of tussenhandelaar betekende het ontzeggen van de toegang tot de markt vaak een direct verlies van inkomen en bestaansrecht. A.J. van Hulsen H. Brouwer