Afschrift van een adviesbrief.
Origineel
Afschrift van een adviesbrief. 2 februari 1939. Prof. Mr. Dr. G. van den Bergh (Amsterdam-Zuid, van Eeghenstraat 106). Afschrift.
No. 630 L.M. 1937.
Prof. Mr. Dr. G. van den Bergh.
Amsterdam-Zuid, 2 Februari 1939.
van Eeghenstraat 106.
Aan
Burgemeester en Wethouders
van
Amsterdam.
Edelachtbare Heren!
Gij hebt mijn advies gevraagd in zake, wat ik maar kortheidshalve zal noemen, het van gemeentewege weren van wanbetalers van de Centrale Markt.
Het uitbrengen van dit advies is in zoverre voor mij zeer gemakkelijk, dat ik geen enkel redelijk twijfelpunt zie.
Volgens Art. 169 van de Gemeentewet kan de Gemeenteraad in een verordening Burgemeester en Wethouders bevoegd verklaren nadere regels te stellen nopens bepaalde, in die verordening aangewezen, onderwerpen.
Naar uit Uw schrijven blijkt (de verordening zelf is, blijkbaar abusievelijk, niet bijgevoegd) heeft de Gemeenteraad van die bevoegdheid gebruik gemaakt door in art. 12, sub b, van de Verordening op de Dienst van het Marktwezen U bevoegd te verklaren in het Reglement op de Centrale Markt voorschriften te geven in het belang van de openbare orde en voorts omtrent alles, wat voor de goede gang van zaken op de Markt nodig is.
Niemand kan betwisten, dat het weren van wanbetalers voor die goede gang van zaken nodig kan zijn en, blijkens de ervaring, ook is. Burgemeester en Wethouders zijn dus bevoegd zodanige bepaling in dat Reglement op te nemen.
Ik zie niet in, op welke grond de wettigheid van deze bepaling zou kunnen worden betwist. De bewering, dat de gemeente zich aldus zou begeven op het terrein van het burgerlijke recht, immers op het terrein van burgerrechtelijke verplichtingen, kan toch moeilijk ernstig worden genomen. De gemeente voegt geen enkel recht en geen enkele verplichting aan het burgerlijke recht toe.
Het zal gewenst zijn in het Reglement bepalingen op te nemen, waaruit blijkt, dat niet lichtvaardiglijk iemand als wanbetaler zal worden aangemerkt. Iedere verwijzing in het Reglement naar bemoeiingen van particuliere zijde zoude ik liefst vermeden zien; maar het reglement zal m.i. goed doen te bepalen (en dit ligt, naar ik meen, ook in uw bedoeling) dat ambtelijk zal worden geconstateerd, dat òf de belanghebbende zelf erkent wanbetaler te zijn òf dat dit uit een rechterlijk gewijsde volgt. Het reglement zal m.i. ook goed doen het ambtelijk horen van den belanghebbende gebiedend voor te schrijven, alvorens tot het nemen van den maatregel wordt overgegaan.
De enige moeilijkheid van dit advies is hierin gelegen, dat u waarschijnlijk méér verwacht hebt, dan de bovenstaande spaarzame alinea's. Maar deze moeilijkheid acht ik onoverkomelijk, zolang mij niet andere gronden van twijfel bekend zijn, die ik dan zou trachten te weerleggen. Maar voorshands ken ik die niet, terwijl ik evenmin meen, dat zij in redelijkheid bestaan.
fAL.
Hoogachtend,
uw d.w.
(get.) G. van den Bergh. * Juridische kern: De auteur stelt dat de gemeente Amsterdam volledig in haar recht staat om wanbetalers de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. Hij baseert dit op artikel 169 van de Gemeentewet en de specifieke marktverordening.
* Argumentatie: Van den Bergh verwerpt het tegenargument dat de gemeente hiermee op de stoel van de burgerlijke rechter gaat zitten. Volgens hem is het weren van wanbetalers simpelweg een maatregel om de "goede gang van zaken" op de markt te waarborgen, wat een publiekrechtelijke taak is.
* Waarborgen: Hoewel hij zeer stellig is over de bevoegdheid, adviseert hij wel om zorgvuldigheidseisen in te bouwen:
1. Geen invloed van private partijen bij het aanmerken van iemand als wanbetaler.
2. Vaststelling op basis van eigen erkenning of een rechterlijke uitspraak.
3. Een verplichte hoorplicht van de betrokkene voordat de maatregel wordt opgelegd.
* Stijl: De toon is beslist, bijna laconiek ("zeer gemakkelijk", "spaarzame alinea's"). Dit getuigt van de grote juridische autoriteit van de schrijver. * Historisch: De brief dateert van februari 1939. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal economisch knooppunt. Efficiëntie en betalingsmoraal waren essentieel voor het functioneren van deze groothandelsmarkt.
* De Auteur: Prof. Mr. Dr. George van den Bergh (1890-1966) was een zeer vooraanstaand jurist, hoogleraar en SDAP-politicus. Hij stond bekend om zijn scherpe geest en originele oplossingen (zoals de invoering van de zomertijd en zijn werk aan een nieuw kiessysteem). Zijn advies woog in die tijd zwaar voor het Amsterdamse stadsbestuur.
* Administratief: Het document is een "afschrift", wat betekent dat dit een kopie is die voor het archief of voor interne circulatie binnen het stadhuis is gemaakt van de originele, ondertekende brief. De letters "fAL." links onderaan zijn waarschijnlijk de initialen van de typist(e).