Archief 745
Inventaris 745-397
Pagina 393
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Afschrift van een brief (Aangeteekend)

30 juni 1943 Van: Onbekend (vermoedelijk een verontruste burger of groep burgers)

Origineel

Afschrift van een brief (Aangeteekend) 30 juni 1943 Onbekend (vermoedelijk een verontruste burger of groep burgers) No. 506 L.M. 1943 3/7
No. 2c/33/1 M. 1943 8/7

AANGETEEKEND. 30 Juni 1943.

                                  AFSCHRIFT           Den WelEd. Gestr.Heer
                                  =========
                                                      Burgemeester van Amsterdam,

                                                      Hoofd van Politie.

WelEd. Gestr.Heer,

           Er bestaan misstanden onder de groentehandelaren, waar-

van U als hoofd van Politie en misschien zelfs de subalterner politie-
ambtenaren geen notie hebben. Het is daarom, dat ik Uw aandacht hier op
vestig, want het grootste deel van de bevolking lijdt er ernstig onder.
Deze misstanden zijn:
1e het grootste deel van de goede groente, waaronder ik op dit
oogenblik versta bloemkool, doppers, sla, bonen en vruchten, wordt door
de heeren achtergehouden en dan op stille uren clandestien verkocht.
Natuurlijk tegen veel hogere prijzen. Bovendien hebben zij een aantal
"vriendjes", die in den vorm van sigarenbonnen of goede sigaren, thee
e.a. naturalieën, die moeilijk te verkrijgen zijn, den groenteman "spikken",
om een volksuitdrukking te gebruiken, waardoor de gewone kooper, die voor
een talrijk gezin de groente noodig heeft, deze moet ontberen.
2e een aantal van deze heeren, zooals b.v. G. Oudhof, Weteringschans
179 en v.d. Hoed, Leidschekruisstraat 21 verkoopen juist om b.g. practijken
te kunnen doorvoeren, eerst 's middags om half drie uur de groente. Als
zij dus 's morgens tegen 11 uur de groente binnen krijgen, worden eerst
de kisten of pakken klaargelegd voor de clandestienen en de vriendjes en
daarom kunnen zij eerst 's middags met den verkoop van de overblijfselen
beginnen, waarbij men, indien men wat te laat komt, niets meer krijgt.
V.d. Hoed heeft zelfs de brutaliteit om een bord in zijn winkelraam te
plaatsen, waarbij hij kort en bondig mededeelt, dat wie voor 12 uur komt,
in het geheel geen groente krijgt. Hij zal tegen de politie natuurlijk
zeggen, dat hij dit doet, om orde onder de klanten te houden. In werkelijk-
heid echter mogen de klanten niet zien, wat hij binnenkrijgt. Indien zij
dan slechts wat postelijn en een komkommer toegestopt krijgen en om een
bloemkool vragen, kan hij met een gerust geweten antwoorden, dat hij niets
anders ontvangen heeft, terwijl hij 's morgens kisten vol bloemkool en
andere goede groente zijn winkel binnengesleept heeft.
Oudhof b.v. past de methode toe, dat binnen niets in zijn winkel
staat behalve wat postelijn, koolrabi, komkommer en dergelijken. Het
overige staat achter, zoodat de klanten niets kunnen zien. Bij dit alles
komt dan, dat men door de heeren, als men niet bepaald tot de clandestienen
of vriendjes behoort, op een zoo onhebbelijke wijze wordt behandeld, dat
men het liefst in deze zaak nooit terug zou willen komen. Natuurlijk
kunt U hieraan niets veranderen, doch het moest mogelijk zijn om bij een
dergelijke onhebbelijkheid van groentehandelaar te kunnen veranderen, het-
geen men in normale tijden beslist zou doen, doch nu practisch onmogelijk
is. Indien men dan naar een anderen handelaar gaat, waar men geen vaste
klant is, krijgt men practisch niets.
U zult vragen, hoe moet daarin een verandering en verbetering
worden gebracht. M.i. is deze vraag zeer eenvoudig te beantwoorden en
wel door het uitvaardigen van volgende maatregelen.

           1e Elke groentehandelaar is verplicht direct na ontvangst van de

groente met den verkoop te beginnen. Het niet-volgen van deze verordening
moet streng gestraft worden. Dit document is een formele klacht, gericht aan de burgemeester en het hoofd van de politie van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De schrijver klaagt over corruptie en onrechtvaardige distributie door lokale groenteboeren.

Kernpunten van de klacht:
* Clandestiene handel: Groenten van hoge kwaliteit (zoals bloemkool en fruit) worden achtergehouden voor de zwarte markt of "vriendjes" die kunnen betalen met schaarse luxegoederen zoals sigaren of thee ("spikken").
* Misleiding: Handelaren zoals G. Oudhof en v.d. Hoed worden met naam en adres genoemd. Zij zouden hun voorraad verbergen en pas laat op de dag de deuren openen voor het gewone publiek, nadat de beste waren al weg zijn gesluisd.
* Klantonvriendelijkheid: Gewone burgers worden onbeschoft behandeld, maar zijn door de schaarste en het distributiesysteem gedwongen om bij hun vaste winkelier te blijven.
* Voorgestelde oplossing: De politie moet verplichten dat groente direct na levering verkocht wordt, om te voorkomen dat er achter de schermen gesorteerd wordt voor de zwarte handel. In juni 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. Hoewel de echte hongerwinter nog moest komen, waren veel producten al schaars en enkel "op de bon" (via distributiestempels) verkrijgbaar. De zwarte handel tierde welig omdat handelaren meer winst konden maken door buiten het officiële systeem om te verkopen.

De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte. De politie stond onder grote druk om enerzijds de orde te handhaven en anderzijds te voldoen aan de eisen van de bezetter. Dergelijke klachtenbrieven tonen de enorme spanningen binnen de samenleving aan: burgers voelden zich niet alleen onderdrukt door de bezetter, maar ook uitgebuit door mede-burgers die profiteerden van de schaarste. Het noemen van specifieke namen en adressen was in die tijd een riskante vorm van verklikking of sociale controle.

Samenvatting

Dit document is een formele klacht, gericht aan de burgemeester en het hoofd van de politie van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De schrijver klaagt over corruptie en onrechtvaardige distributie door lokale groenteboeren.

Kernpunten van de klacht:
* Clandestiene handel: Groenten van hoge kwaliteit (zoals bloemkool en fruit) worden achtergehouden voor de zwarte markt of "vriendjes" die kunnen betalen met schaarse luxegoederen zoals sigaren of thee ("spikken").
* Misleiding: Handelaren zoals G. Oudhof en v.d. Hoed worden met naam en adres genoemd. Zij zouden hun voorraad verbergen en pas laat op de dag de deuren openen voor het gewone publiek, nadat de beste waren al weg zijn gesluisd.
* Klantonvriendelijkheid: Gewone burgers worden onbeschoft behandeld, maar zijn door de schaarste en het distributiesysteem gedwongen om bij hun vaste winkelier te blijven.
* Voorgestelde oplossing: De politie moet verplichten dat groente direct na levering verkocht wordt, om te voorkomen dat er achter de schermen gesorteerd wordt voor de zwarte handel.

Historische Context

In juni 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. Hoewel de echte hongerwinter nog moest komen, waren veel producten al schaars en enkel "op de bon" (via distributiestempels) verkrijgbaar. De zwarte handel tierde welig omdat handelaren meer winst konden maken door buiten het officiële systeem om te verkopen.

De burgemeester van Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse Edward Voûte. De politie stond onder grote druk om enerzijds de orde te handhaven en anderzijds te voldoen aan de eisen van de bezetter. Dergelijke klachtenbrieven tonen de enorme spanningen binnen de samenleving aan: burgers voelden zich niet alleen onderdrukt door de bezetter, maar ook uitgebuit door mede-burgers die profiteerden van de schaarste. Het noemen van specifieke namen en adressen was in die tijd een riskante vorm van verklikking of sociale controle.

Gerelateerde Documenten 6