Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 20 april 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de havendienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in blauw:] HMuller
[Handgeschreven in blauw:] Verzonden 20/4
HB.
21/14/2 M.
20 April 1943.
Restitutie brandstoffen-
marktgeld ten name van
H.Reinshagen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat H.Reinshagen, Oude Schans 27, alhier, die voor het kalenderjaar 1943 met een vaartuig "No.349", groot 53 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, met ingang van 8 April 1943 dit vaartuig heeft verkocht. Reinshagen voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt is vertrokken, verzoekt hem restitutie van marktgeld te verleenen.
Het terzake verschuldigde marktgeld ad f 53,- is in zijn geheel voldaan. Indien Reinshagen zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij tot 8 April jl. verschuldigd zijn geweest: 3 x 53 x f 0,10 = f 15,90 + 1 x 53 x f 0,02 ½ = f 1,33, is tezamen: f 17,23, zoodat aan Reinshagen voornoemd restitutie ware te verleenen tot een bedrag van f 53,- - f 17,23 = f 35,77.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij besluit van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan Reinshagen voornoemd restitutie van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f 35,77.
De Directeur, * Kern van de zaak: Het betreft een verzoek tot gedeeltelijke terugbetaling (restitutie) van marktgeld. De heer H. Reinshagen had voor het gehele jaar 1943 betaald voor een ligplaats op de brandstoffenmarkt voor zijn schip "No. 349" (53 ton). Omdat hij het schip op 8 april 1943 verkocht, vraagt hij het teveel betaalde bedrag terug.
* Berekening: De jaarheffing bedroeg 53 gulden. De directeur berekent wat de kosten zouden zijn geweest op basis van de werkelijke duur (3 maanden à 10 cent per ton per maand + 1 week à 2,5 cent per ton per week). Dit komt uit op 17,23 gulden. Het restitutiebedrag wordt daarmee vastgesteld op 35,77 gulden.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar artikel 36 van de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". Het verzoek wordt gedaan op basis van "billijkheid".
* Administratief: De afkorting "HB" boven de datum duidt mogelijk op de afdeling "Hoofdbureau" of een specifieke administratieve sectie. * Historische periode: Het document dateert van april 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie: De vermelding "Oude Schans 27" en "alhier" bevestigt dat dit een dossier uit Amsterdam betreft.
* Bestuur tijdens de oorlog: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In oorlogstijd was deze functie cruciaal vanwege de schaarste en distributie van brandstoffen en voedsel. Hoewel de bezetter de controle had, bleven de gemeentelijke administratieve processen (zoals het innen en restitueren van marktgelden) grotendeels volgens de bestaande regelgeving functioneren.
* Brandstoffenmarkt: De brandstoffenmarkt was essentieel voor de bevoorrading van de stad met kolen en turf, die per schip werden aangevoerd. Het feit dat een schip in 1943 werd verkocht, kan duiden op de economische druk of vorderingen door de bezetter, hoewel de brief daar geen directe uitspraak over doet. H. Reinshagen Hoofdbureau