Officieel afschrift van een brief/ambtelijk schrijven.
Origineel
Officieel afschrift van een brief/ambtelijk schrijven. 26 augustus 1943. No.29/16/1 M. 26/8-1943. AFSCHRIFT. CT.
No.486 L.M.1943 26/8
Nieuwmarkt. Amsterdam, 26 Augustus 1943.
de Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen.
**A L H I E R.**
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 Augustus jl. No.486 L.M.1943 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Ook dezerzijds moest worden geconstateerd, dat ondanks het door den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart vastgestelde verbod voor de bereiding, het te koop aanbieden, verkoopen, afleveren, koopen en ontvangen van bonloos gebak, de verkoop enz. van dit artikel vrijwel allerwegen, zij het op meer bedekte wijze, plaats vindt. Ook op de Nieuwmarkt geschiedt zulks blijkens in de periode van 10-23 Augustus jl. gehouden speciale contrôles. Daarbij is van 5 kooplieden komen vast te staan, dat zij bij den verkoop van gebak en/of koek de distributievoorschriften hebben overtreden. Deze kooplieden is door mij met ingang van heden voorlopig het recht ontzegd een plaats op een der markten te dezer stede in te nemen. Het zijn:
- E.J.Helder, geboren 21 Augustus 1921, wonende Anjelierstraat 119 huis alhier;
- A.W.'t Hooft-Penning, geboren 21 September 1909, wonende Gelderschekade 102, alhier;
- Margaretha Antenbrink, geboren 14 Mei 1921, wonende Pieter Nieuwlandstraat 6, alhier.
- J.Moelee, geboren 24 Januari 1921, wonende Commelinstraat 48, alhier;
- Mej.M.H.van Dijk, wonende Distelweg 62, alhier.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat in aansluiting op mijn straf genoemde kooplieden bij Besluit van den Burgemeester het recht tot het innemen van een plaats op een der markten te dezer stede voor onbepaalde tijd wordt ontnomen, op grond van het bepaalde in artikel 39 van het Reglement op de markten en wel met ingang van 8 September a.s. Ten aanzien van de Nieuwmarkt, als plaats voor het houden van een algemene dagmarkt moge ik het volgende opmerken. Door haar ligging in een omgeving waar de zwarte handel welig tiert, zal zij, ondanks voortdurende contrôle een verzamelplaats blijven van allerlei ongewenschte elementen, welke in de marktentourage een geschikte gelegenheid vinden voor de uitoefening van hun ontoelaatbare practijken. Bovendien wordt onder de huidige buitengewone omstandigheden deze markt weinig door het normale marktbezoekend publiek bezocht. Deze overwegingen leiden mij ertoe U thans voorstellen te doen, welke beoogen, dat op deze markt tot nader order alleen de verkoop van visch blijft toegestaan. Het komt mij namelijk ongewenscht voor om ook de vischmarkt aldaar op te heffen, aangezien in de omgeving geen andere geschikte plaats is te vinden. Tegen den verkoop van visch behoeft mijns... [tekst breekt af] Dit document is een ambtelijke rapportage over de handhaving van de distributiewetten (rantsoenering) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de rapportage is de illegale handel in "bonloos gebak". Omdat ingrediënten zoals meel, suiker en vet schaars waren, mochten deze producten alleen tegen inlevering van distributiebonnen worden verkocht.
Belangrijke punten:
* Strafmaat: De vijf genoemde personen (jongvolwassenen tussen de 22 en 34 jaar) worden direct van de markt verwijderd en de schrijver verzoekt de Burgemeester om een definitief marktverbod.
* De Nieuwmarkt als probleemgebied: De schrijver typeert de Nieuwmarkt als een broedplaats voor "zwarte handel" en "ongewenschte elementen". Dit weerspiegelt de toenmalige visie van de autoriteiten op deze specifieke Amsterdamse buurt.
* Sanering van de markt: Er wordt voorgesteld om de algemene dagmarkt op de Nieuwmarkt nagenoeg op te heffen en enkel de vismarkt te behouden, puur om de controleerbaarheid te vergroten en de "zwarte handel" in andere goederen onmogelijk te maken. In augustus 1943 bevond Nederland zich in de diepste crisis van de Tweede Wereldoorlog. De schaarste aan voedsel was enorm, wat leidde tot een omvangrijke zwarte markt. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde met harde hand de distributie in de hand te houden.
De Nieuwmarkt grensde direct aan de Jodenbuurt. Hoewel in augustus 1943 het merendeel van de Joodse bevolking al was gedeporteerd, bleef de omgeving in de ambtelijke retoriek bekendstaan als een "onrustig" gebied waar de sociale controle laag was en de illegale handel bloeide. Het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, dat in de tekst wordt genoemd, stond in deze periode onder leiding van de NSB'er Rost van Tonningen (als waarnemend secretaris-generaal voor Economische Zaken), wat de strenge lijn tegenover de "economische vergrijpen" mede verklaart.