Ambtelijk rapport / Proces-verbaal.
Origineel
Ambtelijk rapport / Proces-verbaal. 21 augustus 1943 (gebaseerd op stempel/aantekening rechtsboven) / verslag over periode 10-24 augustus 1943. MARKTWEZEN - AMSTERDAM
No. 29/16/3 M. 1943
Onderwerp:
Onderzoek naar den verkoop van belegde broodjes, koek en andere geringe eetwaren op de Nieuwe Markt alhier.
R A P P O R T
In vervolg op mijn rapport betreffende den verkoop van belegde broodjes, koek en andere geringe eetwaren op de Nieuwe Markt alhier, d.d. 10 Augustus 1943, rapporteert ik, J. H. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen, nog het navolgende:
Van 10 Augustus tot 24 Augustus 1943, heb ik eenige malen contrôle op de Nieuwe Markt gehouden. Door de volgende personen worden koek, enz. verkocht.
1e E. J. Helder, geb. 21 Augustus 1921, wonende Anjelierstraat 119 hs, alhier. Is in het bezit van een jaarkaart 1943. Plaats no. 61. Hij verkoopt pannekoeken en koeken tegen den prijs van 30 cent per stuk. Hij neemt, op een enkele uitzondering na, echter geen distributiebonnen in. Zijn waren zijn echter wel geprijsd met vermelding van het aantal in te leveren bonnen.
2e A. W. 't Hooft - Penning, geb. 21 September 1909, wonende Geldersche kade 102. Deze vrouw is in het bezit van een jaarkaart 1943. Plaats no. 85. Zij verkoopt pannekoeken tegen den prijs van 20 cent met bon. Zonder bon verkoopt zij ze tegen 30 cent per stuk. De waren zijn wel geprijsd met vermelding van het aantal in te leveren bonnen. Tevens verkoopt zij (NIET OPENLIJK) met kaas belegde broodjes tegen den prijs van 50 cent per stuk, zonder bon.
3e Margaretha Antenbrink, geb. 14 Mei 1921 en wonende Pieter Nieuwlandstraat 6 alhier. Deze vrouw verkoopt pannekoeken tegen den prijs van 20 cent per stuk. Zonder inlevering van distributiebonnen tegen den prijs van 35 cent per stuk. De waren zijn wel geprijsd met vermelding van het aantal in te leveren bonnen. Zij heeft geen vaste standplaats, doch betaalt per dag.
4e J. Mollee, wonende Commelinstraat 48 alhier. Deze vrouw verkoopt pannekoeken en gebak. De pannekoeken kosten 20 cent met inlevering van bonnen en 30 cent zonder bon. De waren zijn wel geprijsd met vermelding van het aantal in te leveren bonnen.
Uit het bovenstaande blijkt dus, dat er in het algemeen pannekoeken, koeken enz. verkocht worden zonder inachtneming van de distributie bepalingen. De prijsaanduiding met vermelding van het aantal in te leveren bonnen is slechts camouflage.
Verder is mij geleken, dat door een aantal personen, die een standplaats innemen, verschillende gedistribueerde goederen worden verkocht worden zonder inachtneming van de distri-
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
A L H I E R .
(Aantekening in de linkermarge in rood potlood/pen):
Deze personen mogen niet meer tot eenige markt worden toegelaten.
(Gevolgd door onleesbare paraaf/handtekening) Het document is een inspectierapport uit de Tweede Wereldoorlog waarin systematische overtredingen van de distributiewet (rationering) op de Nieuwe Markt in Amsterdam worden beschreven. De controleur, J.H. de Grebber, stelt vast dat marktkooplui op papier doen alsof ze zich aan de regels houden (door prijskaartjes met benodigde distributiebonnen te tonen), maar in de praktijk producten tegen hogere prijzen verkopen aan klanten die geen bonnen hebben.
Dit rapport noemt vier specifieke personen met naam, adres en geboortedatum:
1. E.J. Helder: Verkoopt pannenkoeken voor 30 cent zonder bonnen.
2. A.W. 't Hooft - Penning: Verkoopt pannenkoeken en (stiekem) broodjes kaas zonder bonnen.
3. Margaretha Antenbrink: Verkoopt pannenkoeken voor 35 cent zonder bonnen (een toeslag van 15 cent t.o.v. de prijs met bon).
4. J. Mollee: Verkoopt pannenkoeken en gebak met een toeslag van 10 cent als er geen bonnen worden ingeleverd.
De conclusie van de controleur is hard: de vermelding van bonnen op de kaartjes is slechts "camouflage" voor zwarte handel. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er sprake van een strikt distributiestelsel. Voedsel en gebruiksgoederen waren schaars en konden alleen legaal worden verkregen met door de overheid uitgegeven distributiebonnen. Dit systeem was bedoeld om een eerlijke verdeling te waarborgen, maar leidde onvermijdelijk tot een bloeiende zwarte markt.
De gemeente Amsterdam, via de dienst Marktwezen, hield streng toezicht op de markten om prijsopdrijving en illegale verkoop te bestrijden. Het rapport dateert van augustus 1943, een periode waarin de schaarste in de steden al aanzienlijk was. De handgeschreven notitie in de marge ("Deze personen mogen niet meer tot eenige markt worden toegelaten") toont de directe disciplinaire gevolgen voor de marktkooplui: zij verloren hun vergunning en daarmee hun broodwinning. Dit document illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd en de repressieve controlemechanismen tijdens de oorlogsjaren in Amsterdam.