Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 165
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

No. 29/16/6 M. 1943 $^{20}/_9$ [handgeschreven]
[Handgeschreven rechtsboven:] Marktw. 296 / [onleesbaar krabbels]

No. 486 L.M. 1943 [links] Straf marktkooplieden. [rechts]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.

Vrijdag, 10 September 1943

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 26 Augustus 1943 No. 29/16/1 M;
Gelet op art. 39 van het Reglement op de markten:

B e s l u i t :

met ingang van 8 September 1943 aan onderstaande kooplieden voor den tijd van één jaar het recht tot het innemen van een plaats op een der markten alhier te ontnemen, wegens het op de markt op de Nieuwmarkt verkoopen of te koop aanbieden van bonlooze broodjes en/of bonlooze koek of gebak.

  1. E.J. Helder, geboren 21 Augustus 1921, Anjeliersstraat 119 hs;
  2. A.W. 't Hooft-Penning, geboren 21 September 1909, Gelderschekade 102;
  3. M. Antenbrink, geboren 14 Mei 1921, Pieter Nieuwlandstraat 6;
  4. J. Moelee, geboren 24 Januari 1921, Commelinstraat 48;
  5. M.H. van Dijk, wonende Distelweg 62.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks).
LH.

C.S. Stadhuis, [links onder]
A'dam, 9-'43.
No. 425

Voor eensluidend extract, [rechts onder]
de Gemeentesecretaris,

(get.) J. F. FRANKEN Dit document betreft een administratieve sanctie opgelegd door het Amsterdams stadsbestuur tijdens de Duitse bezetting. Vijf specifieke individuen worden voor de duur van één jaar uitgesloten van deelname aan de Amsterdamse markten.

De juridische grondslag is artikel 39 van het lokale marktreglement, maar de feitelijke aanleiding is een economisch delict: de verkoop van "bonlooze" (bonloze) eetwaren op de Nieuwmarkt. In een tijd van strikte rantsoenering was het verhandelen van voedsel zonder de vereiste distributiebonnen illegaal. De straf is zwaar: een jaar lang beroepsverbod op de markten betekende in 1943 voor velen een acuut gebrek aan inkomen.

Opvallend is de gedetailleerde vermelding van personalia (geboortedata en adressen), wat duidt op een strakke registratie en controle door de overheid. Het besluit wordt tevens gedeeld met de afdeling Sociale Zaken, vermoedelijk om de controle op eventuele uitkeringen aan deze gesanctioneerde personen te vergemakkelijken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland onderworpen aan een complex distributiestelsel om de schaarste aan voedsel en goederen te beheersen. De verkoop van goederen buiten dit stelsel om – de "zwarte handel" – werd door de bezetter en de collaborerende overheid streng bestraft.

De burgemeester van Amsterdam in 1943, Edward Voûte, was een regeringscommissaris die door de Duitse autoriteiten was aangesteld. Onder zijn bewind werd de gemeentelijke bureaucratie ingezet om de Duitse verordeningen en de strikte economische controle te handhaven.

De locatie van het vergrijp, de Nieuwmarkt, was van oudsher een centrum van handel. In 1943 lag dit gebied midden in de "Jodenbuurt", die op dat moment door de deportaties al grotendeels ontvolkt was. De strenge handhaving van de distributiewetten op deze specifieke plek illustreert de constante bewaking van de openbare orde en economie door het bezettingsbestuur. De genoemde kooplieden zijn jonge twintigers (geboren in 1921) en één dertiger, voor wie deze uitsluiting een zware sociaaleconomische klap betekende.

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve sanctie opgelegd door het Amsterdams stadsbestuur tijdens de Duitse bezetting. Vijf specifieke individuen worden voor de duur van één jaar uitgesloten van deelname aan de Amsterdamse markten.

De juridische grondslag is artikel 39 van het lokale marktreglement, maar de feitelijke aanleiding is een economisch delict: de verkoop van "bonlooze" (bonloze) eetwaren op de Nieuwmarkt. In een tijd van strikte rantsoenering was het verhandelen van voedsel zonder de vereiste distributiebonnen illegaal. De straf is zwaar: een jaar lang beroepsverbod op de markten betekende in 1943 voor velen een acuut gebrek aan inkomen.

Opvallend is de gedetailleerde vermelding van personalia (geboortedata en adressen), wat duidt op een strakke registratie en controle door de overheid. Het besluit wordt tevens gedeeld met de afdeling Sociale Zaken, vermoedelijk om de controle op eventuele uitkeringen aan deze gesanctioneerde personen te vergemakkelijken.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland onderworpen aan een complex distributiestelsel om de schaarste aan voedsel en goederen te beheersen. De verkoop van goederen buiten dit stelsel om – de "zwarte handel" – werd door de bezetter en de collaborerende overheid streng bestraft.

De burgemeester van Amsterdam in 1943, Edward Voûte, was een regeringscommissaris die door de Duitse autoriteiten was aangesteld. Onder zijn bewind werd de gemeentelijke bureaucratie ingezet om de Duitse verordeningen en de strikte economische controle te handhaven.

De locatie van het vergrijp, de Nieuwmarkt, was van oudsher een centrum van handel. In 1943 lag dit gebied midden in de "Jodenbuurt", die op dat moment door de deportaties al grotendeels ontvolkt was. De strenge handhaving van de distributiewetten op deze specifieke plek illustreert de constante bewaking van de openbare orde en economie door het bezettingsbestuur. De genoemde kooplieden zijn jonge twintigers (geboren in 1921) en één dertiger, voor wie deze uitsluiting een zware sociaaleconomische klap betekende.

Gerelateerde Documenten 3