Ambtelijke notitie of adviesrapport betreffende een marktplaatsvergunning.
Origineel
Ambtelijke notitie of adviesrapport betreffende een marktplaatsvergunning. 29/30/3 rl/43 5/11
H. Dubie stond tot hij in een sanatorium
werd opgenomen op de nieuwmarkt met
2e handsche horloges. Ook nam hij reparatiewerk
aan, dat zijn compagnon, H. Wolda, in zijn
(Wolda's) winkel herstelde. De concubine van
H. Dubie, mw. Mell-Fransman, ontvangt thans
van H. Wolda, die nu ook de 2e handsche horloges handel
op de nieuwmarkt sedert eenige maanden verzorgt,
f 30.- per week + een percentage van de winst, waarvan
zij haar levensonderhoud en de sanatoriumkosten
betaalt. Wolda heeft wel belang bij de marktplaats
echter wenscht hij geen vaste plaats, aangezien Dubie
dan na ontslag uit sanatorium daar geen aanspraak
op kan maken. Wolda en mw Mell-Fransman (de
laatste namens Dubie) verzoeken om de marktplaats
op naam van Dubie te stellen en Wolda vergunning
te geven Dubie te vervangen. m.i. is een inwilliging
van deze verzoeken billijk.
[Doorgehaalde tekstregel, mogelijk beginnend met "marktcommissaris"]
20.2 De tekst is een ambtelijk advies over een precaire zakelijke en persoonlijke situatie. De marktkoopman H. Dubie is vanwege ziekte (opname in een sanatorium duidt veelal op tuberculose) niet in staat zijn handel in tweedehands horloges op de Amsterdamse Nieuwmarkt voort te zetten. Zijn compagnon Wolda heeft de dagelijkse leiding overgenomen en voorziet in het levensonderhoud van Dubie's partner (mw. Mell-Fransman) en de betaling van de medische kosten door middel van een vaste wekelijkse vergoeding van 30 gulden en een winstpercentage.
De juridische kern van de notitie is het behoud van de marktplaatsrechten voor de zieke Dubie. Men verzoekt de marktplaats officieel op naam van Dubie te laten staan, met Wolda als vergund vervanger. Hiermee wordt voorkomen dat de plek bij afwezigheid vervalt of door een ander wordt ingenomen, zodat Dubie na zijn herstel naar zijn werkplek kan terugkeren. De rapporteur beoordeelt dit verzoek als "billijk" (rechtvaardig/redelijk). Het document dateert hoogstwaarschijnlijk uit de oorlogsjaren (maart 1943). De Nieuwmarkt was in deze periode een centraal punt in de Amsterdamse Jodenbuurt, die door de bezetter steeds verder werd geïsoleerd. De naam 'Fransman' is een veelvoorkomende naam binnen de Amsterdamse Joodse gemeenschap van die tijd. In de context van 1943 was het behoud van een legale bron van inkomsten en een officiële status (zoals een marktvergunning) van essentieel belang voor overleving. De term "concubine" werd destijds neutraal-ambtelijk gebruikt voor een ongehuwde samenwonende partner. Het document geeft een inkijkje in de wijze waarop burgers en compagnons onderling regelingen troffen om te midden van crisis en ziekte hun bestaanszekerheid te waarborgen.