Officiële oproep/brief van een gemeentelijke dienst.
Origineel
Officiële oproep/brief van een gemeentelijke dienst. 25 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun). 28/5/2 M. RP.
[handgeschreven in paars: verzonden 25/3]
25 Maart 1943,
den Heer M.E. Harman
Marnixstraat 165 I
Amsterdam.C.
Wijk: 5.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 Maart jl.
verzoek ik U zich een dezer dagen (uitgezonderd des
Maandags), des voormiddags tusschen 9.00 en 12.00
uur te vervoegen bij den Heer J.J. Sieburgh van mijn
Dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. West.
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een formele uitnodiging aan de heer Harman om langs te komen op het kantoor aan de Jan van Galenstraat 14. Dit is een reactie op een brief die Harman zelf op 20 maart 1943 had gestuurd. Hij moet zich melden bij een specifieke ambtenaar, de heer J.J. Sieburgh.
- Toon: De toon is strikt zakelijk en administratief, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode.
- Adres Jan van Galenstraat 14: Dit adres was tijdens de oorlogsjaren de hoofdvestiging van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun (GDMS) in Amsterdam. Deze dienst hield zich bezig met de uitvoering van sociale bijstand.
- Handgeschreven toevoeging: De aantekening "verzonden 25/3" boven de datumlijn is een administratieve paraaf die bevestigt dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is uitgegaan. * Historische periode: De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1943 was de vervolging van Joodse burgers in Amsterdam in een verregaand stadium.
- De geadresseerde: De heer M.E. Harman is Marcus Eliazer Harman (geboren in 1913). Archiefbronnen bevestigen dat hij inderdaad op de Marnixstraat 165-I woonde. Hij was van Joodse afkomst.
- Betekenis: De GDMS speelde een dubbelzinnige rol tijdens de bezetting. Enerzijds verleende de dienst steun aan behoeftige Amsterdammers; anderzijds werden Joodse Amsterdammers via dergelijke administratieve trajecten nauwgezet geregistreerd en gecontroleerd. Omdat Joden vaak hun baan waren kwijtgeraakt door anti-Joodse maatregelen, waren velen afhankelijk van maatschappelijke steun.
- Lot van de geadresseerde: Marcus Eliazer Harman is op 9 juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Deze brief, gedateerd eind maart 1943, is een van de laatste administratieve sporen van zijn leven in Amsterdam, slechts enkele maanden voor zijn deportatie. De oproep kan te maken hebben gehad met zijn financiële situatie of werkverschaffing onder het regime van de bezetter. C.