Ambtsbrief / Dienstbrief.
Origineel
Ambtsbrief / Dienstbrief. 7 december 1943. Distributiekantoor Amsterdam (Amstel 1). [Linksboven, gestempeld en getypt:]
No. 29/62/1 M. 1943 ½
AD/600/Det.
Gr/Br/9448.
[Briefhoofd:]
DISTRIBUTIEKANTOOR AMSTERDAM
Amstel 1 (Centrum), Telefoon 45182
*
[Adresblok:]
Aan
Den Heer Directeur van
het Marktwezen,
Markthallen,
Jan v. Galenstraat,
Amsterdam-W.
[Rechtsboven: een rode paraaf en blauwe onderstreping]
[Datum:]
Amsterdam, 7 December 1943.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw gesprek met den heer De Kruif
van mijn Dienst, betreffende de soep-bereiders J.Overweg, Vinken-
straat 59 en Mevrouw Bisschop, O.Z.Achterburgwal 39-I, alhier,
deel ik U mede, dat een onderzoek van één mijner controleurs het
volgende heeft uitgewezen:
J.Overweg drijft zijn zaken in een pand in de Konings-
straat en heeft tevens een standplaats op de Nieuwmarkt.
De voor de bereiding van de door hem verkochte soep
benoodigde grondstoffen worden zoogenaamd zwart gekocht, daar hij
voor groenten en peulvruchten van den Distributiedienst geen toewij-
zingen ontvangt.
Hij is niet aangesloten bij de "Horeca".
Mevrouw Bisschop heeft een standplaats op de Nieuwmarkt.
Ook zij is niet aangesloten bij de "Horeca" en ontvangt
voor de door haar gebruikte grondstoffen geen toewijzingen van den
Distributiedienst.
Aardappelen, groenten en peulvruchten worden zwart gekocht.
Haar omzet bedraagt ongeveer 25 Liter per dag.
DE DIRECTEUR VAN DEN DISTRIBUTIEDIENST,
voor dezen,
[Handtekening: J.P. Mack]
plv.
[Handgeschreven ambtelijke notitie onderaan:]
20/12 '43 M. is verzocht op de markt verkoop soep bij betrokkenen te verbieden.
Lijst opmaken van namen kooplieden die eventueel nog soep op markten verkoopen.
Daarna R. v. Waren verzoeken monsters trekken & onderzoeken. * Administratieve context: Het document illustreert de strikte regulering van de voedselvoorziening in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Distributiekantoor hield toezicht op de toewijzing van schaarse grondstoffen via het bonnensysteem.
* Handhaving: De brief toont aan hoe de overheid (Distributiedienst en Marktwezen) actief jacht maakte op de "zwarte handel". Ondernemers die buiten de officiële kanalen (zoals de beroepsorganisatie "Horeca") om werkten, werden als illegaal beschouwd.
* Sociaal-economisch detail: De soepverkopers gebruikten locaties die nog steeds bekend zijn in Amsterdam, zoals de Vinkenstraat en de Nieuwmarkt. De vermelding van een omzet van 25 liter per dag voor Mevrouw Bisschop geeft een concreet beeld van de kleinschalige straathandel in oorlogstijd.
* Procedure: De handgeschreven notitie onderaan laat de vervolgstappen zien: een verbod op verkoop, een inventarisatie van andere verkopers en een inschakeling van de Rijksdienst voor de Warenkeuring (R. v. Waren) om de kwaliteit van het illegale product te controleren. Dit document is een treffend voorbeeld van de "economische oorlogsvoering" op lokaal niveau. Terwijl de bevolking kampte met tekorten, werd elke vorm van niet-geregistreerde handel streng onderdrukt om het centrale distributiesysteem in stand te houden. De termen "zwart gekocht" en de noodzaak voor "toewijzingen" zijn kernbegrippen uit de oorlogsjaren 1940-1945. De samenwerking tussen verschillende stadsdiensten in Amsterdam (Marktwezen, Distributie, Warenkeuring) vormde een sluitend netwerk van controle over de dagelijkse levensmiddelenmarkt.