Handgeschreven getuigenverklaring of proces-verbaalnotitie.
Origineel
Handgeschreven getuigenverklaring of proces-verbaalnotitie. ambtenaar bij v. Ever. Pol.
De Bak. Ook wel Noord. v. C.C.D.
Kwam hij in de eene loods
en ik zelf in de andere. Ik heb
nooit om deze man ge-
vraagd. Kwamen uit zichzelf.
Kwamen dagelijks. Kan niet
herinneren, hoelang. Is
naar mijn mening nog v.
vóór dat wij officieel de loodsen
huurden. Is al wel een
jaar lang zoo.
Een en ander w. ook telef.
bevestigd door sp. Bonarius -
Hoofdbureau. De Bak deed dezelfde
werkzaamheden als ik. Tusschen-
door De Bak kocht ook visch. Echter
niet bij markthandel doch wel
bij Fl. en V. halhouder. Daarmee
heb ik publiek nooit aanmerkingen
hooren maken.
5 als ik keek, was het steeds in
orde en daaruit is te concludeeren,
dat er niets verdwijnt tusschen
V.M. en l.get. Het document betreft een verklaring over de werkwijze en aanwezigheid van een persoon genaamd "De Bak" (mogelijk een achternaam of bijnaam), die ook bekend stond onder de naam "Noord" en werkzaam was voor de C.C.D.
De essentie van de verklaring is als volgt:
* Werksituatie: De getuige en De Bak werkten in aangrenzende loodsen. De aanwezigheid van De Bak was niet op verzoek van de getuige, maar was een dagelijkse routine die al zeker een jaar ducht, mogelijk al van vóór de officiële huur van de loodsen.
* Legitimiteit: De situatie was bekend bij het hoofdbureau en telefonisch bevestigd door een zekere Bonarius (mogelijk een inspecteur of adjudant).
* Handel: Er wordt specifiek ingegaan op de aankoop van vis door De Bak. Hij kocht dit niet via de reguliere markthandel, maar bij "Fl. en V. halhouder" (mogelijk een specifieke firma of visafslag). De getuige benadrukt dat hier nooit publiekelijke klachten over zijn geweest.
* Conclusie: De getuige stelt (onder punt 5) dat de zaken altijd op orde waren en dat er geen goederen "verdwenen" tussen de voormiddag (V.M.) en de laatstgenoemde (l.get. / laatstgevoerde handeling). De vermelding van de C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst) plaatst dit document zeer waarschijnlijk in de periode van de Tweede Wereldoorlog of de vroege wederopbouw in Nederland (ca. 1939-1950). De C.C.D. was belast met het toezicht op de distributie van schaarse goederen en het bestrijden van de zwarte handel.
De verklaring lijkt te dienen als een verantwoording of ontlasting in een onderzoek naar onregelmatigheden bij de opslag of handel in vis. Het taalgebruik ("visch", "concludeeren", "eene") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van die periode. De afkorting "sp. Bonarius" verwijst vermoedelijk naar een inspecteur of een specifieke rang binnen de politie of opsporingsdienst. C.C.D. Hoofdbureau Politie