Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 8
Dossier 26
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

29 december 1943. Van: Een "beëdigd meter en weger" (naam niet vermeld in dit deel van het document). Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 29 december 1943. Een "beëdigd meter en weger" (naam niet vermeld in dit deel van het document). De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Stempel linksboven:] No. 27/35/1 M. 1943 31/12
[Handgeschreven paraaf/notitie rechtsboven:] m.v. Den. [?]

Amsterdam, 29 December 1943.

Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
ALHIER.

Mijnheer,

Als regelmatig bezoeker der vischverkoopplaats in de Bellamystraat alhier, wil ik het navolgende onder Uwe aandacht brengen:

Het is mij gebleken, dat er op genoemde vischverkoopplaats geknoeid wordt met venters, marktmeesters en politie.
Vrijdag j.l. was er kabeljauw te koop à ƒ.5.- per kilo (het is mij onbekend of deze prijs geoorloofd is). In ieder geval waren er menschen, die dit wilden betalen.
Er werden echter 5 kabeljouwen (flinke) achtergehouden voor: (nu volgt hier de altijd geuite kernachtige uitdrukking "voor ons eigen eten". Bovendien werden er nog twee groote stukken onder in de kar gesmeten onder hetzelfde devies.
Op mijn verzoek één pond te mogen hebben werd mij geantwoord: "Uitverkocht". Ik bleef echter nog even ter plaatse om mij ervan te overtuigen, wat er met de achtergehouden visch ging gebeuren en zag de venters met den marktmeester "smoezen". Ik hoorde verder: "Dit is een kabeljauw voor die en die en die 4 pond zijn voor die", allemaal menschen (venters) uit de buurt. Dit wordt dan thuisbezorgd tegen contra-prestaties.
Op mijn verder aandringen kreeg ik eindelijk een staartje, dat volgens hun weegschaal iets minder dan 6 ons woog. Ik betaalde hiervoor ƒ.2,75. Bij mijn thuiskomst woog ik de visch na en er was maar schraal 5 ons aanwezig. Meermalen hoor ik door de menschen de klacht uiten, dat, wanneer zij de gekochte visch nawegen er een aanmerkelijk onderwicht is. Dit verwondert mij geenszins, want ik heb mij eens van de toestand dezer weegschalen overtuigd en geconstateerd, dat er altijd gewicht op blijft staan (dit ter voorkoming van contrôle of de evenaar in het midden staat).
Bovendien staat er in de schaal, waar de visch op gelegd wordt, altijd een flink beetje water en vuil. Dit wordt iedere keer meegewogen (één ons water is niet veel en wanneer de kabeljauw ƒ.5.- per kilo kost, wordt er voor een ons water iedere keer ƒ.0,50 betaald.
Ondergeteekende is zelf beëdigd meter en weger en dus wel bevoegd deze oneerlijkheid te constateeren.
Toen voorheen de vischventers op straat hun visch moesten verkoopen (wie heeft hun eigenlijk toegestaan, dit in een onderstuk te doen?) had het publiek zelf eenige contrôle op onregelmatigheden. Nu dit in genoemd onderstuk gebeurt, is er van contrôle geen sprake.
Verschillende venters uit de Ten Katestraat loopen in en uit en voorzien zich van visch zonder zelf hiervoor in de rij te behoeven staan.
Aldus kan er in genoemd onderstuk naar hartelust geknoeid worden.

- In -

[Handgeschreven kanttekeningen links:]
W. de Dir. [?]
Wie heeft daarnaar gedaan? [?]
Welke kooplieden staan er meestal?
Spoed [in kader]
Stroër + kooplieden oproepen Woensdagmorgen 11.30 uur De brief is een gedetailleerde klacht van een burger die expert is op het gebied van maten en gewichten ("beëdigd meter en weger"). De kernpunten van de klacht zijn:
1. Corruptie en vriendjespolitiek: Marktmeesters, venters en zelfs de politie zouden samenwerken om vis achter te houden voor eigen gebruik of voor specifieke buurtgenoten in ruil voor wederdiensten.
2. Prijsopdrijving en Zwarte Handel: Er wordt een prijs van 5 gulden per kilo genoemd, wat voor 1943 extreem hoog was (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag rond de 20-30 gulden).
3. Fraude met gewicht: De schrijver constateert dat weegschalen opzettelijk niet op nul staan en dat visnat wordt meegewogen om de prijs kunstmatig te verhogen.
4. Gebrek aan toezicht: Door de verkoop te verplaatsen van de open straat naar een "onderstuk" (een overdekte of afgeschermde ruimte), is de sociale controle door het publiek verdwenen.

De handgeschreven notities in de marge tonen aan dat de klacht serieus werd genomen door de directie van het Marktwezen. Er werd direct actie ondernomen ("Spoed") door een hoorzitting in te plannen met "Stroër" (vermoedelijk een toezichthouder of hoofdventer) en andere kooplieden. Dit document stamt uit de winter van 1943, een periode van grote schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedsel was strikt gerantsoeneerd, maar vis viel vaak buiten het bonnenstelsel of was tegen zeer hoge prijzen op de "vrije" markt (dikwijls grenzend aan zwarte handel) beschikbaar.

De Bellamystraat en de nabijgelegen Ten Katemarkt in Amsterdam-West waren vitale plekken voor de voedselvoorziening. De frustratie van de burger in de brief is tekenend voor de morele ontbinding tijdens de oorlogsjaren: terwijl de bevolking honger lijdt, maken functionarissen en handelaren misbruik van hun positie om zichzelf te verrijken of hun eigen potje te spekken. Het feit dat de briefschrijver zijn professionele status als "beëdigd meter" benadrukt, geeft zijn getuigenis extra juridisch gewicht in een tijd waarin rechtvaardigheid schaars was.

Samenvatting

De brief is een gedetailleerde klacht van een burger die expert is op het gebied van maten en gewichten ("beëdigd meter en weger"). De kernpunten van de klacht zijn:
1. Corruptie en vriendjespolitiek: Marktmeesters, venters en zelfs de politie zouden samenwerken om vis achter te houden voor eigen gebruik of voor specifieke buurtgenoten in ruil voor wederdiensten.
2. Prijsopdrijving en Zwarte Handel: Er wordt een prijs van 5 gulden per kilo genoemd, wat voor 1943 extreem hoog was (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag rond de 20-30 gulden).
3. Fraude met gewicht: De schrijver constateert dat weegschalen opzettelijk niet op nul staan en dat visnat wordt meegewogen om de prijs kunstmatig te verhogen.
4. Gebrek aan toezicht: Door de verkoop te verplaatsen van de open straat naar een "onderstuk" (een overdekte of afgeschermde ruimte), is de sociale controle door het publiek verdwenen.

De handgeschreven notities in de marge tonen aan dat de klacht serieus werd genomen door de directie van het Marktwezen. Er werd direct actie ondernomen ("Spoed") door een hoorzitting in te plannen met "Stroër" (vermoedelijk een toezichthouder of hoofdventer) en andere kooplieden.

Historische Context

Dit document stamt uit de winter van 1943, een periode van grote schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedsel was strikt gerantsoeneerd, maar vis viel vaak buiten het bonnenstelsel of was tegen zeer hoge prijzen op de "vrije" markt (dikwijls grenzend aan zwarte handel) beschikbaar.

De Bellamystraat en de nabijgelegen Ten Katemarkt in Amsterdam-West waren vitale plekken voor de voedselvoorziening. De frustratie van de burger in de brief is tekenend voor de morele ontbinding tijdens de oorlogsjaren: terwijl de bevolking honger lijdt, maken functionarissen en handelaren misbruik van hun positie om zichzelf te verrijken of hun eigen potje te spekken. Het feit dat de briefschrijver zijn professionele status als "beëdigd meter" benadrukt, geeft zijn getuigenis extra juridisch gewicht in een tijd waarin rechtvaardigheid schaars was.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3