Getypte pagina uit een juridische overeenkomst of contract (pagina 2).
Origineel
Getypte pagina uit een juridische overeenkomst of contract (pagina 2). Vermoedelijk begin 1943 (gezien de referentiedatum 1 april 1943 in de tekst). -2-
zal partij ter andere zijde gedurende voormelde periode de overeenkomstig artikel 1 opgeslagen groenten alleen met goedvinden of in opdracht van partij ter eener zijde geheel of ten deele mogen verkoopen.
Partijen zullen echter tot 1 April 1943 op aanvraag van een der partijen, telkens met elkaar overleggen of, het, in verband met weers-of andere omstandigheden wenschelijk is, een gedeelte van den voorraad voor den verkoop vrij te geven, ook indien geen vervanging door andere stapelgroenten meer mogelijk is.
Indien op eenig tijdstip na 1 April 1943 partij ter andere zijde van oordeel is, dat bepaalde partijen van den voorraad van de hand moeten worden gedaan in verband met de kwaliteit of in verband met de mogelijkheid, dat bij langer aanhouden er in den handel geen afzet meer voor tevinden is, doch partij ter eene zijde meent, dien voorraad nog niet voor den verkoop vrij te moeten geven, verplicht partij ter eene zijde zich, deze partijen over te nemen voor den grossiersprijs van dien dag, verminderd met f 0,40 per 100 kg. voor door partij ter andere zijde bespaarde kosten.
Artikel 3.
Partij ter andere zijde verplicht zich, de in art.1 omschreven voorraden zoo goed mogelijk onder de tot de Centrale Markt toegelaten kleinhandelaren te verdeelen, een en ander volgens het stelsel, dat bij partij ter andere zijde gebruikelijk is. Indien partij ter eene zijde in bepaalde omstandigheden in het algemeen belang het noodig acht, dat wijziging in de verdeeling wordt gebracht, zal daarover tusschen partijen overleg worden gepleegd.
Artikel 4.
Partij ter eene zijde verplicht zich aan partij ter andere zijde te zullen vergoeden alle kosten, schade en eventueele rentederving, welke voor partij ter andere zijde ontstaan uit de nakoming van de door haar bij deze overeenkomst aangegane verplichting om voormelde stapelgroenten op te slaan en opgeslagen te houden. Partij ter andere zijde verplicht zich de financieele administratie op aanwijzing van haar accountant aldus te doen voeren, dat die kosten, schaden en rentederving berekend kunnen worden. Het document betreft een zakelijke overeenkomst over de strategische opslag en gecontroleerde verkoop van "stapelgroenten" (zoals aardappelen, kolen of uien). De kernpunten zijn:
- Beheersing van de voorraad: De verkopende partij (partij ter andere zijde) mag niet zelfstandig beslissen over de verkoop; dit gebeurt in overleg met of in opdracht van de toezichthoudende partij (partij ter eener zijde).
- Kwaliteitsrisico: Er is een regeling voor het geval de kwaliteit van de opgeslagen groenten achteruitgaat. Als de opslaghouder wil verkopen om bederf te voorkomen, maar de toezichthouder dit weigert, moet de toezichthouder de partij zelf opkopen tegen de dagprijs minus een klein bedrag aan bespaarde kosten.
- Distributie: De distributie moet plaatsvinden via de officiële kanalen (de Centrale Markt) naar erkende kleinhandelaren.
- Financiële compensatie: De partij die de groenten opslaat wordt volledig gecompenseerd voor kosten, schade en rentederving die voortvloeien uit het langdurig aanhouden van de voorraden. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "stapelgroenten" en de strikte regulering wijzen op de bemoeienis van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.
In 1943 was voedseldistributie een kritiek punt voor zowel de bezetter als de Nederlandse bevolking. De overheid (of de door de bezetter aangestuurde instanties) hield strakke controle op de voorraden om schaarste te beheersen, zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te garanderen. De vermelding van de "Centrale Markt" en de verplichting om via "toegelaten kleinhandelaren" te werken, illustreert het gesloten distributiesysteem dat tijdens de oorlogsjaren van kracht was. Het document toont de bureaucratische afhandeling van het risico dat gepaard gaat met het kunstmatig langdurig opslaan van bederfelijke waar voor het "algemeen belang". Rijksbureau